Posts Tagged ‘Zeist’

h1

Zorg in het echies

04/11/2015

Ik zie haar vaker dan mijn eigen ouders: mijn ‘bezoekbejaarde’. Zo’n tien jaar geleden kwam ik bij haar over de vloer als vrijwilliger: haar man was pas overleden en ze kon wel wat aanspraak en hulp bij de computer gebruiken. Van het een kwam het ander en vele wekelijkse zondagse bezoeken later stel ik mij nu regelmatig voor als haar mantelzorger.

Er zijn geen kinderen, haar laatste zus is een paar maanden geleden overleden, ergens is er nog een nichtje waar een kerstkaart mee wordt gewisseld. Ze is tevreden in haar seniorenflat, haar krant, het bridgen op de computer, de tv en haar puzzels. Voor een introvert is dat meer dan genoeg.
Lichamelijk mankeert ze van alles, in verband met de pijn van diverse kwalen heeft ze veel pijnstillers. Haar geest is helder en haar wilskracht groot. Maar na bijn 93 jaar begint dat laatste ook te slijten.

Ze is niet gevallen, zegt ze, maar van de rand van het bed gegleden. In ieder geval kon ze niet meer opstaan en heeft ze de nacht op de grond doorgebracht, zoekend naar het persoonsalarm dat buiten bereik lag. Zaterdagochtend werd ze door de thuiszorg gevonden. Nu durft ze niet meer zelf te lopen, bang om weer te vallen. Bang om dan iets te breken. Bang om lang te moeten wachten op hulp: het alarm hangt nu dag en nacht om haar nek maar de aanrijtijd is al snel een half uur.

Zaterdag kijken we het even aan. Zondag bel ik de huisartsenpost maar het is niet urgent en levensbedreigend en ze mogen daarvoor niet komen. De dame aan de andere kant van de lijn verontschuldigt zich er keer op keer voor. En ik snap het wel.
De thuiszorg schakelt tandjes bij, gaat creatief om met zorgmomenten, roosters en personeel. Ze halen haar ’s ochtends uit bed, helpen met aankleden en het in de stoel gaan zitten. Daar krijgt ze haar ontbijt en met een paar glazen drinken vertrekken ze om 8 uur. Om twaalf uur komt iemand om haar naar het toilet te helpen, eten voor haar klaar te maken en dan is ze tot half zeven weer alleen. Dan maken ze een boterham, helpen met uitkleden en naar bed gaan.

Maandagmidag komt de huisarts en ook hij kan weinig doen behalve nog een extra pijnstiller voorschrijven. Ze wil niet weg uit haar huis maar ziet ook wel dat het eigenlijk niet anders kan. De huisarts moet doorverwijzen naar het Sociaal Team van de gemeente – die doen eventuele indicatie. Hij bereid ons voor op een procedure van maanden. Als huisarts heeft hij daar verrassend genoeg geen rol in.
Direct na thuiskomst zoek ik op de website van de gemeente het Sociaal Team op en vul het formulier in voor het maken van een afspraak en druk op verzend. ‘Er is een fout opgetreden’. Dan maar de pdf invullen en emailen. Ik zet voor de zekerheid ‘Spoed’ in het formulier, in de email en in het onderwerp. Om 15.36 druk ik op verzend.

Dinsdag komt de fysiotherapeut, die afspraak stond al van voor de verslechtering. Ik ben er ook want zelf kan ze de deur niet open doen. Hij schrikt van het hele verhaal maar komt meteen in actie. Leert haar goed gebruik te maken van de sta-op-stoel, maakt nog meer ruimte, oefent met lopen en adviseert een voetenbank voor haar zere been.
De thuiszorg belt dat ze het voor elkaar hebben om ’s avonds twee keer te komen: dan kan ze vroeger eten en later naar bed.
Onderweg naar huis ga ik langs de kringloopwinkel en koop de enige voetenbank die ze hebben – soms is het wel zo makkelijk als je geen keuze hebt.
’s Middags bel ik de gemeente: ik heb geen ontvangstbevestiging gehad van mijn mail en wil zeker weten dat we in het systeem zitten. De medewerkster aan de andere kant van de lijn vist mijn mail uit de stapel en belooft het dezelfde dag nog door te sturen naar de afdeling. Ik leg nogmaals uit waarom we haast hebben. Ik krijg een uurtje later een mail dat het dossier is aangemaakt, dat zij officieel pas over twee weken een afspraak kan inplannen en dat ze daarom de afdeling heeft gevraagd of het sneller kan.

Vandaag is het woensdag. Om half twaalf ben ik er weer om de fysiotherapeut binnen te laten en de voetenbank af te leveren. Ze loopt iets beter maar durft dat nog steeds niet zonder iemand in de buurt.
Ik ga naar huis en hoop op een telefoontje van het Sociaal Team. Vergeefs.
Het wachten. Dat is nog het ergste.

h1

Bessenland

26/03/2014

Dinsdag 25 maart 2014 nam ik officieel afscheid van de gemeenteraad van Zeist. Ik mocht nog één keertje achter het spreekgestoelte.

Thuis hadden we een oud prentenboek: Hansje in Bessenland. Het gaat over een jongetje dat zijn moeder wil verrassen met een mandje bessen. Hij wordt betoverd en komt terecht in Bessenland, een voor hem vreemde, wonderlijke en vriendelijke wereld.

Hansje

Vier jaren geleden kwam ik als een moderne Hansje in het bessenland van de gemeenteraad. Ook ik had goede bedoelingen – ik wilde me kunnen bemoeien met de manier waarop de gemeente zich met onze omgeving bemoeit – zowel qua ruimtelijke inrichting (ik kom tenslotte uit Den Dolder) als qua zorg.
Vol verwondering kwam ik in een omgeving waar inwoners opeens burgers heten, waar woorden als kaders niet bij een schilderij horen, muntjes heel wat meer geld is dan een paar dubbeltjes, een portefeuillehouder over meer dan alleen geld gaat en het seniorenconvent niet hetzelfde is als een bejaardensoos.
Ik leerde over moties vreemd aan de orde van de dag en ergerde mij soms (OK, regelmatig) aan haantjesgedrag.

Hansje keerde uiteindelijk terug uit Bessenland met manden vol bosbessen voor zijn moeder. Ik hou aan mijn vier jaar hier in de gemeenteraad een hele verzameling goede herinneringen over. En dan vooral aan alle leuke, enthousiaste en betrokken mensen die ik heb leren kennen – de raadsleden, fractieassistenten, griffiemedewerkers, wethouders, burgemeester, ambtenaren, gastheren en – vrouwen, de journalisten, de insprekers – kortom de vaste en minder vaste leden van de ‘avondploeg’.

 

bessen

Ik wens de blijvers en nieuwkomers in deze raad evenveel plezier en goede herinneringen. Maar vooral wens ik jullie het vermogen om af en toe afstand te nemen van de vaste gewoontes, het jargon en de waan van de dag. Om alles te kunnen bekijken vanuit de optiek van onze klanten: de inwoners, organisaties en bedrijven van Zeist.
Om even te zijn als Hansje in Bessenland.

Ik dank jullie wel en het ga jullie goed.

 

 

h1

Offline/online

19/02/2014

Is er toekomst voor stenen winkels?

Een belangrijk deel van ons leven brengen wij online door. Vanuit de dorozonwoning doen we ook regelmatig aankopen via internet. Zo viel van de week nog een mooi pakje in de bus van Paper Originals – zelfverwennerij die ik even nodig had. Boeken bestellen we via Twitter bij @boekhandelkrvd en ieder kwartaal valt er een prachtig T-shirt in de bus van Limitee.

Afgelopen zaterdag bezochten we met evenveel plezier de Levi’s Store en Anna van Toor op de Slotlaan in Zeist. Zo offline als het maar kan, de eerste hééft niet eens een website en bij de tweede is de koffie prima maar de 3G-ontvangst een stuk minder.

Online en offline winkelen – alle voorbeelden hebben iets gemeen. Ze hebben persoonlijkheid en een verhaal.

Paper Originals is van Mies Dekker – ik heb haar ooit op een cursusdag ontmoet. Niet opvallend, een beetje verlegen vertellend over haar webwinkel. Tot iemand haar vroeg: maar waarom juist producten van papier? Toen begonnnen haar ogen te schitteren en kon je als luisteraar niet anders dan ook enthousiast worden over de prachtige wereld van kaarten en andere bijzondere papieren producten. En daarom koop ik bij haar.

Kleurig verpakt

Kleurig verpakt

@boekhandelkrvd is het Twitteraccount van Boekhandel Kramer & van Doorn uit Zeist. Een paar andere mensen in mijn timeline waren al fan van hen en dat is logisch. Of ik nu echt in de winkel sta of met ze twitter: het is hetzelfde enthousiaste, persoonlijke contact. Nu bestel ik regelmatig een boek via Twitter, ze leggen het voor me apart en ik haal het op in de winkel. Waar ik bijna altijd nog wat anders meeneem want ze hebben een assortiment om u tegen te zeggen. Ik krijg advies en prima service op maat.

Limitee laat ieder kwartaal een nieuwe print ontwerpen voor op een T-shirt van biologische katoen. Ieder jaar krijg ik vier keer een verrassing op de mat – een andere kunstenaar, een andere kleur en vooral ook een ander verhaal. Over stadsbijen, een mensenredder in China, fietsen, tegen stierenvechten of voor windenergie. Ik weet wat ik krijg, namelijk een goede kwaliteit T-shirt in mijn maat, maar wordt iedere keer weer verrast.

Limitee

De Levi’s Store in Zeist is niet zo groot. Maar de eigenaar vraagt naar de wensen van de man, bekijkt hem met deskundige blik en stuurt hem met de juiste broeken de paskamer in. Behulpzaam, deskundig, klantvriendelijk. De man staat tevreden na 15 minuten buiten met zijn goed passende nieuwe aanwinsten.

Bij Anna van Toor is het mijn beurt. Ik vraag een verkoopster of ze mij kan helpen en zij antwoordt meteen: “Natuurlijk.” Ik leg zo goed en zo kwaad uit wat ik wil: iets netjest, niet te zakelijk maar wel voor mijn werk. Na enige tijd zijn we het eens en zij gaat voor mij shoppen in de winkel. Ik blijf in het pashokje en probeer alles wat zij aandraagt. Ook die dingen die ik zelf nooit uit het rek zou hebben gehaald maar die vaak veel leuker staan dan ik dacht. In geval van twijfel haalt ze gewoon weer wat anders. Na ruim een half uur ga ik tevreden met een tas vol de winkel uit. Alles past bij mij en bij elkaar. Heerlijk, geen miskopen. Dezelfde ervaring heb ik trouwens bij Anna van Toor in Bilthoven en Utrecht.

Terug naar de vraag: is er toekomst voor stenen winkels? Nou en of. Zeker voor kleding en schoenen. Maar dan wel in een winkel die bij mij past. Ik hoef geen aanbiedingen op maat uit een marketingdatabase op basis van vorige aankopen. Maar ik wil wel persoonlijke aandacht. En het liefts een verhaal.

 

h1

Project #91

02/02/2014

Januari stond in het teken van wat tegenwoordig zo mooi mantelzorg heet. De dame van nu alweer 91 werd ziek, lag in het ziekenhuis, is nu in het zorghotel en komt deze week weer thuis. Daar kijkt ze naar uit. “Ik kan niet wachten.”

Dat thuis ziet er ondertussen wat anders uit dan ze gewend was. Nu ze eindelijk de stap heeft gewaagd naar een rollator was het tijd om wat ruimte te maken en ik kreeg carte blanche. Dat betekende het vervangen van de versleten vloerbedekking voor nieuw vinyl, het verwijderen van het oude slaapkamerameublement, het opruimen van kasten en kastjes in de kamer, de keuken en de badkamer en het aanschaffen van een hoog/laagbed en een sta-op-stoel.

Het betekende vooral heel veel ritjes naar de kringloopwinkel. Wat mijn dame is zuinig op haar spullen, bewaart alles dat ook maar even nuttig kan zijn en had graag zaken op reserve. Dat betekende onder andere meerdere CafeDuo’s (de voorloper van de Senseo uit de jaren tachtig) en meerdere strijkbouten waaronder een exemplaar uit de zestiger jaren en twee fonkelnieuwe – voor als de huidige stuk gaat. En bijvoorbeeld wel tien radiootjes, een stuk of zes zaklantaarns, een oude vleesmolen, een nog werkende oude elektrische koffiemolen, drie typemachines, een bridgecomputer uit 1979 en een loodzware naaimachine, in koffer.

IMG_1884

Wie geïnteresseerd is moet zich snel melden bij de kringloopwinkel in Zeist.

Hier kan ik zelf nog geen afstand van doen: een echte, oude verbandtrommel, ook ergens uit de jaren zestig/zeventig. Inclusief mitella.

IMG_1857

Toen ik deze aan mijn dochter liet zien vroeg ze wat het was. “Iets van WonderWoman of zo?”
Bijna goed.

IMG_1890

En hier werd ik echt nostalgisch van: sleutelhangers met miniatuur-boodschappen. Het was meteen weer begin jaren zeventig en ik zag de hele sliert sleutelhangers aan een ketting voor mijn raam. Eigenlijk waren het de voorlopers van de AH-mini’s.

IMG_1892En dit is nog maar het topje van de ijsberg.

h1

Overig

11/01/2014

Daar ligt ze dan. Haar grootste angst was altijd om in het ziekenhuis terecht te komen en toch ligt ze er nu. Zelf de regie houden is haar heel wat waard, ze is streng voor zichzelf en verzet zich met hand en tand tegen iedere vorm van betutteling en bemoeizorg.

Ze was de laatste tijd wel steeds erg moe, moest tegen haar wil in soms ’s middags even gaan liggen. Toen de koorts kwam gooide ze de handdoek eindelijk in de ring en liet weten dat ze het niet meer redde in haar eentje. De thuiszorg en de dokter kwamen en zo ligt ze nu toch in het ziekenhuis. Ik ben direct gebeld en vind haar nog beneden bij de spoedopname. Ondanks alles heeft ze het nog steeds goed op een rijtje. De thuiszorg heeft van alles meegegeven en ze laat mij als eerste het teveel aan geld uit haar portemonnee meenemen. En ik moet de afspraak met de fysiotherapeut afzeggen voor de volgende dag. Na de de eerste tests mag ze naar de afdeling op de tweede verdieping. Een aardige dokter, veel vragen, testjes en onderzoek later moet ik haar toch alleen laten.

Bij de receptie van de afdeling vragen ze mij nog even haar en mijn gegevens aan te vullen.
“Bent u een kind of kleinkind?”
“Nee,” zeg ik, “ik ben mantelzorger.”
Ze kijkt in het lijstje maar kan die relatie niet vinden.”Ik zie haar iedere week,” vul ik aan. “In feite zie ik haar vaker dan mijn eigen ouders. Haar enige familie is een bejaarde zus die zelf ook bedlegerig is.”
Ze kijkt nog eens bereidwillig naar haar lijstje. “Sorry,” zegt ze. “Het wordt dan toch ‘overig’ ben ik bang.”

’s Avonds is ze toch weer koortsig en ze heeft ook rilaanvallen gehad. Toch vertelt ze precies wat er is gebeurd en heeft ze ook nog aardig benul van tijd. Ze vraagt om de krant en een nieuw puzzelboek.
En ze klaagt dat ze niet goed bij het kastje kan. Ik vraag wat ze dan zoekt. “De muis”, zegt ze. “Ik dacht vanmiddag: laat ik wat met de computer daar doen.”  En ze wijst ergens naar de muur boven het het bed tegenover haar. “Maar ik kan niet bij de muis en het toetsenbord.”Ik vertel haar dat haar computer toch echt thuis is en niet hier. Ze wil me graag geloven maar ik zie aan haar dat ze eigenlijk niet overtuigd is.

De volgende dag blijkt de boosdoener waarschijnlijk een fikse nierontsteking. In het infuus zit antibiotica. Ze wil nog steeds graag naar huis maar geeft toe dat het wel heel prettig is om zo verzorgd te worden. En voorzichtig maken we vast de afspraak dat ze misschien wat meer hulp moet toelaten. En ik lijk een lichte opluchting in haar ogen te zien.

h1

Op bezoek

08/10/2013

Vrijdag 4 oktober: dit jaar een ongelukkig samenvallen van Dierendag en Nationale Ouderendag. De hond is gelukkig tevreden met een paar extra koekjes zodat ik wat tijd kan besteden aan het vervullen van een wens van een oudere.

Het is een lieve mevrouw in een rolstoel die ik ophaal bij wooncentrum De Looborch. Zij wil graag naar het graf van haar man. Op mijn vraag of dat op de Algemene Zeister Begraafplaats is schrikt de vrijwilligster even. “Het zal toch wel? Is er nog een andere begraafplaats dan?”
De mevrouw zelf lijkt het ook niet zo te weten. Het gaat een interessante middag worden.
Maar de zon schijnt en we hebben in ieder geval een mooi uitje.

Blij stapt ze in mijn auto maar niet na bewonderend opgemerkt te hebben dat ‘het een prachtige wagen’ is. Ik beaam het van harte.
“Heeft u die al lang?”
“Een jaartje”, antwoord ik.

Ik klap de rolstoel op en stop deze achter in de auto.
“Dus u wilt graag naar het graf van uw man?”, vraag ik.
“Kan dat?”, vraagt ze verbaasd en ontroerd.

We gaan op weg en ik vraag of ik mag weten hoe oud ze is.
“Oh, dat weet ik eigenlijk niet. Negenendertig?”
Ik geef aan dat me dat wat aan de jonge kant lijkt.
“Ik ben in 1931 geboren”, meldt ze opgelucht.
“Dan bent u 82, dat is een mooie leeftijd!”
Ze kijkt duidelijk verrast en een beetje ongelovig.

We draaien de parkeerplaats van de Zeister Begraafplaats op waar het uitermate druk. Overal staan mensen om zich te verzamelen voor een uitvaart.
De rolstoel komt uit de achterbak en ik duw haar richting ingang.
“Weet u waar het graf van uw man is?, vraag ik tegen beter weten in. Ze weet het niet.
Ik vertrouw maar op de medewerkers van de begraafplaats en ben blij verrast met de aanwezigheid van een touch screen.
Ik tik de naam in en keurig verschijnen zijn geboortedatum, sterfdatum en ligplaats, inclusief plattegrond en looproute. Met een druk op de knop krijgen we zelfs een afdruk.
Mijn oude dame houdt het papier goed vast en we gaan op weg. Intussen leest zij steeds weer opnieuw zijn naam en de beide data.

Onderweg heeft ze me al verteld dat hij uit Polen kwam. Beiden werkten ze in de Gero-fabriek: zij op kantoor en hij in de fabriek – maar dat was niet erg. Ze trouwden en kregen geen kinderen, wel veel neven en nichten. Ze gingen ook vaak naar Polen, naar de familie. Inclusief smokkelwaar en dat was soms best spannend.

Intussen rijden we over het pad verder de begraafplaats op.
“Wat is het hier groot, hè? Hoeveel mensen zouden hier liggen?”
Ik schat een paar duizend en ze knikt.

Na even zoeken vinden we het paadje 1995 en het goede graf. Het ligt er nog mooi bij: een grote roze-zwarte marmeren liggende plaat met een staande hoofdsteun. Ze leest de tekst ‘hij is nu thuis’. Opnieuw en opnieuw. Er is zelfs een bijpassende vaas met verweerde kunstrozen die ik wat netter neer zet terwijl ze goedkeurend toekijkt. Op haar aanwijzing veeg ik wat dennennaalden en blaadjes van de steen.
“Wat jammer dat we geen fototoestel bij ons hebben”, verzucht ze.
Ik pak mijn telefoon en vertel haar dat ik daar mooie foto’s mee kan maken.
“Oh, wat fijn.” En ze pinkt een traantje weg.
Haar ogen dwalen af naar een steen verder op. Aan haar ogen mankeert weinig en ze kan de namen prima lezen. “Die heb ik ook gekend. En die ook”, constateert ze.
Dan leest ze weer “Hij is nu thuis”. “Toch jammer dat we geen foto kunnen maken.”
“Oh, maar dat kan wel hoor, kijk met dit apparaatje maak ik foto’s en ik zorg dat u een afdruk krijgt.”
“Echt? Wat fijn!”.
IMG_1553
We lopen nog een klein rondje in de buurt en ze geeft aan nog meer namen te herkennen. Nog één keer lopen we langs haar man. ‘Hij is nu thuis’ leest ze opnieuw en betreurt ook weer opnieuw dat ze geen foto kan maken. En is weer even blij verrast dat ik dat toch voor elkaar kan krijgen.
De plattegrond stop ik in haar tas voor later.

Bij de auto merkt ze op dat het een prachtige wagen is en vraagt hoe lang ik die al heb. “Een jaartje”, zeg ik en ze knikt goedkeurend, dat dacht ze al.

Na een korte stop voor koffie en appelgebak bij het Jagershuys lever ik haar weer netjes af in De Looborch. Vol trots laat ze me haar afdeling zien en het verbaast me niet dat daar een slot met code op de deur zit.
Ik beloof de foto’s toe te sturen, neem afscheid en krijg twee dikke zoenen.

Een wens vervullen is soms zo eenvoudig.
Volgend jaar zeker weer.

h1

Ongeletterdheid

17/08/2013

iPadwriterHet woord van vandaag komt van Henk Kwant (@HenkJKwant): ongeletterdheid.

Een paar weken geleden belde ik aan bij zijn flat. Zijn begeleider had me gewaarschuwd dat het daar waarschijnlijk erg rommelig zou zijn. Daar was niets aan gelogen. Laten we zeggen dat het een puberkamer en studentenhuis in het kwadraat was. Maar hij had keurig een plekje vrij gemaakt aan de tafel en daar stond de iPad al klaar.
Die had hij gekregen van Abrona, onder andere om met zijn begeleider te kunnen beeldbellen. Maar hij was wel benieuwd of ik hem wat extra uitleg kon geven.

“Hij leest niet zo makkelijk vanwege zijn dyslexie” was de informatie die ik had meegekregen.

Naast me zat een aardige jongen van in de twintig die enthousiast vertelde over zijn werk, Feyenoord, het plan om naar de kermis in Tilburg te gaan en het idee om met een aantal vrienden mee te doen aan een ralley naar Barcelona. Met een auto van maximaal 500 Euro en allerlei opdrachten onderweg. Hij had al nagedacht over de verzekering, het repareren en zelfs over de terugreis en of je makkelijk zo’n auto zou kunnen verkopen in Spanje.

Op de iPad keek hij graag YouTube-filmpjes, vooral van muziek. Opzoeken was lastig met zijn dyslexie maar daar had hij zelf al wat op gevonden: in een app voor spraakherkenning sprak hij de zoekwoorden in en de geschreven tekst knipte en plakte hij in het zoekveld van YouTube.
De ingebouwde spraakherkenning van YouTube en Google die ik hem kon wijzen maakte het hem nog gemakkelijker.

Spellen speelde hij ook. Schaken bijvoorbeeld. “Maar ik ben niet zo goed hoor, ik kan maar zestien zetten. Vooruit denken.” Tegen de computer spelen vond hij saai worden en samen zochten we een versie waar je tegen anderen kan spelen.

Een ander spel dat hij had gevonden was een strategiespel met specifieke aanvals- en verdedigingskaarten. Dat had hij zelf ook al uitgevogeld en de gratis levels uitgespeeld.
Met Clash of Clans was hij blijven hangen, daar was het nodig om gegevens in te vullen en was de geschreven taal en hindernis. Ik las voor en hij vertelde wat ik moest intikken. Om de naam die hij wilde gebruiken moest ik glimlachen omdat daaruit duidelijk bleek dat hij wel zeker gevoel voor taal had.

Werken met de instellingen op de iPad, foto’s maken en ordenen: één keer voordoen en hij wist het. Dito voor het gebruiken van een iTunes-tegoedkaart.

Na dik een uur ging ik weer weg. Toch verbaasd hoe het kan dat een slimme jongen als hij de hindernis van onze geschreven taal niet heeft weten te nemen. En blij verrast hoe hij heel inventief om die handicap heen werkt.

En stiekem denk ik dat het toch mogelijk moet zijn om met zijn intelligentie stappen verder te komen met lezen en schrijven. En wat voor wereld er dan voor hem open zou kunnen gaan.
Maar wie ben ik om me daar mee te bemoeien?