Posts Tagged ‘Nationale Ouderendag’

h1

Je bent zo oud als….

24/10/2013

Nationale Ouderendag, een groot deel van het verhaal staat hier. Maar deze conversatie hoort er nog bij.

Eerder op de middag vroeg ik naar haar leeftijd. Ze schrok een beetje en zei dat ze het niet wist. “Maar ik ben geboren in 1931.”
“Dan bent u 82,” vertelde ik haar.
Ze leek zelf verrast.

Op de terugweg vroeg ze me hoe oud ik eigenlijk was.
“Ik ben 52,” zei ik.

Ze keek nog verraster. “Dan bent u ouder dan ik!” riep ze.

h1

Op bezoek

08/10/2013

Vrijdag 4 oktober: dit jaar een ongelukkig samenvallen van Dierendag en Nationale Ouderendag. De hond is gelukkig tevreden met een paar extra koekjes zodat ik wat tijd kan besteden aan het vervullen van een wens van een oudere.

Het is een lieve mevrouw in een rolstoel die ik ophaal bij wooncentrum De Looborch. Zij wil graag naar het graf van haar man. Op mijn vraag of dat op de Algemene Zeister Begraafplaats is schrikt de vrijwilligster even. “Het zal toch wel? Is er nog een andere begraafplaats dan?”
De mevrouw zelf lijkt het ook niet zo te weten. Het gaat een interessante middag worden.
Maar de zon schijnt en we hebben in ieder geval een mooi uitje.

Blij stapt ze in mijn auto maar niet na bewonderend opgemerkt te hebben dat ‘het een prachtige wagen’ is. Ik beaam het van harte.
“Heeft u die al lang?”
“Een jaartje”, antwoord ik.

Ik klap de rolstoel op en stop deze achter in de auto.
“Dus u wilt graag naar het graf van uw man?”, vraag ik.
“Kan dat?”, vraagt ze verbaasd en ontroerd.

We gaan op weg en ik vraag of ik mag weten hoe oud ze is.
“Oh, dat weet ik eigenlijk niet. Negenendertig?”
Ik geef aan dat me dat wat aan de jonge kant lijkt.
“Ik ben in 1931 geboren”, meldt ze opgelucht.
“Dan bent u 82, dat is een mooie leeftijd!”
Ze kijkt duidelijk verrast en een beetje ongelovig.

We draaien de parkeerplaats van de Zeister Begraafplaats op waar het uitermate druk. Overal staan mensen om zich te verzamelen voor een uitvaart.
De rolstoel komt uit de achterbak en ik duw haar richting ingang.
“Weet u waar het graf van uw man is?, vraag ik tegen beter weten in. Ze weet het niet.
Ik vertrouw maar op de medewerkers van de begraafplaats en ben blij verrast met de aanwezigheid van een touch screen.
Ik tik de naam in en keurig verschijnen zijn geboortedatum, sterfdatum en ligplaats, inclusief plattegrond en looproute. Met een druk op de knop krijgen we zelfs een afdruk.
Mijn oude dame houdt het papier goed vast en we gaan op weg. Intussen leest zij steeds weer opnieuw zijn naam en de beide data.

Onderweg heeft ze me al verteld dat hij uit Polen kwam. Beiden werkten ze in de Gero-fabriek: zij op kantoor en hij in de fabriek – maar dat was niet erg. Ze trouwden en kregen geen kinderen, wel veel neven en nichten. Ze gingen ook vaak naar Polen, naar de familie. Inclusief smokkelwaar en dat was soms best spannend.

Intussen rijden we over het pad verder de begraafplaats op.
“Wat is het hier groot, hè? Hoeveel mensen zouden hier liggen?”
Ik schat een paar duizend en ze knikt.

Na even zoeken vinden we het paadje 1995 en het goede graf. Het ligt er nog mooi bij: een grote roze-zwarte marmeren liggende plaat met een staande hoofdsteun. Ze leest de tekst ‘hij is nu thuis’. Opnieuw en opnieuw. Er is zelfs een bijpassende vaas met verweerde kunstrozen die ik wat netter neer zet terwijl ze goedkeurend toekijkt. Op haar aanwijzing veeg ik wat dennennaalden en blaadjes van de steen.
“Wat jammer dat we geen fototoestel bij ons hebben”, verzucht ze.
Ik pak mijn telefoon en vertel haar dat ik daar mooie foto’s mee kan maken.
“Oh, wat fijn.” En ze pinkt een traantje weg.
Haar ogen dwalen af naar een steen verder op. Aan haar ogen mankeert weinig en ze kan de namen prima lezen. “Die heb ik ook gekend. En die ook”, constateert ze.
Dan leest ze weer “Hij is nu thuis”. “Toch jammer dat we geen foto kunnen maken.”
“Oh, maar dat kan wel hoor, kijk met dit apparaatje maak ik foto’s en ik zorg dat u een afdruk krijgt.”
“Echt? Wat fijn!”.
IMG_1553
We lopen nog een klein rondje in de buurt en ze geeft aan nog meer namen te herkennen. Nog één keer lopen we langs haar man. ‘Hij is nu thuis’ leest ze opnieuw en betreurt ook weer opnieuw dat ze geen foto kan maken. En is weer even blij verrast dat ik dat toch voor elkaar kan krijgen.
De plattegrond stop ik in haar tas voor later.

Bij de auto merkt ze op dat het een prachtige wagen is en vraagt hoe lang ik die al heb. “Een jaartje”, zeg ik en ze knikt goedkeurend, dat dacht ze al.

Na een korte stop voor koffie en appelgebak bij het Jagershuys lever ik haar weer netjes af in De Looborch. Vol trots laat ze me haar afdeling zien en het verbaast me niet dat daar een slot met code op de deur zit.
Ik beloof de foto’s toe te sturen, neem afscheid en krijg twee dikke zoenen.

Een wens vervullen is soms zo eenvoudig.
Volgend jaar zeker weer.

h1

Zussen

06/10/2012

Ze zit al klaar met haar jas aan, tas op schoot. Een echte oma-handtas van zwart lakleer met een knip. Het personeel helpt haar in mijn auto en daar gaan we, onderweg naar de binnenstad van Utrecht waar haar zuster woont in een tehuis.

Ik stel af en toe een vraag en zij praat er lustig op los.
“Ja, ik loop niet meer zo snel, ik wordt tenslotte volgende maand 94. Da’s oud hoor. Voor mij hoeft het niet echt maar ja. Hoe lang ik in Zeist woon? Dat weet ik niet precies hoor. Een jaar of 10? Ik vind Zeist niet zo veel aan, ik kom eigenlijk uit Utrecht maar mijn kinderen wonen hier. Het huis is wel goed hoor, ik heb een mooie kamer en het eten is goed. Nou lust ik eigenlijk niet zo veel dus ik laat veel staan. Maar ze doen hun best. Waar ik alleen niet van hou, en ik zeg dat ook hoor want ik kan mijn mond niet houden, wat ik verschrikkelijk vind is dat ze aan mijn spullen zitten. Ik zei het vanochtend nog – jullie moeten met je poten van mijn tas afblijven. Ze stelen echt van alles van me. Ik noem geen namen want ik weet niet wie het doen maar ze zitten aan mijn spullen. Hoeveel portemonnees ik al niet kwijt ben!”

“Mijn dochter zorgt goed voor me hoor maar gisteren was ik wel boos op haar. Ze blijft maar dingen voor me kopen, nu weer een sjaal. Wat moet ik met nog weer een sjaal, ik heb er al zoveel.”

“Weet je wat erg is? Ze hebben de foto van mijn moeder weggehaald. Als ik er wat van zeg dan lachen ze er om maar ik weet zeker dat zij die foto hebben weggepakt. Waar kan die anders gebleven zijn? Ik ben toch niet gek? Ook al word ik 94 in februari. En dat is oud hoor. Ik ken Utrecht goed, heb er altijd gewoond. Met zeven kinderen waren we thuis, nu heb ik alleen mijn zus nog, alle broers zijn dood. Of misschien de jongste niet, dat weet ik niet meer zeker. En mijn zus waar we nu naar toe gaan, die heb ik al zeker een jaar niet gezien. Dat is erg hoor, want we mogen elkaar heel graag. Mijn telefoon hebben ze ook afgepakt, nou ja ik heb hem nog wel maar er staan maar twee nummers in, de rest hebben ze weggegooid. Schandalig is het. Ze lachen er gewoon om. Maar ik hou mijn mond niet hoor, dat heb ik nooit gedaan. Vanochtend nog, toen heb ik het ook gezegd. Ik wilde deze blouse helemaal niet aan, het is een lelijk oud ding, daar ik vroeger de was in. Maar het moest. Ze luisteren niet naar me.”

“Mijn kinderen hebben het goed. Ik heb een zoon en een dochter. Mijn zoon woont eh, in de buurt van Utrecht, De Bilt kan dat? Hij heeft een mooi huis en wel twee auto’s als het er geen drie zijn. Mijn dochter woont bij mij aan de overkant, ze zorgt goed voor mij. Mijn zuster heeft er zeven. Die zei altijd: jij hebt het maar makkelijk met twee. En we waren dol op onze moeder, mijn zus en ik. Haar man, hoe heet ie ook al weer, ik kom er zo wel op, die was ook aardig. En heel handig, een timmerman. Mijn man was ook zo handig: timmeren, behangen, witten dat deed ie allemaal zelf, dan nam ie een snipperdag.”

We rijden het oude Utrecht binnen en ze herkent de Catharijnesingel. Van daaruit rijden we de Lange Smeestraat in, daar woont haar zus in het Bartholomeus Gasthuis. Eén van de oudste ouden-van-dagenhuizen, daterend uit 1367. Onlangs prachtig verbouwd en het heeft weinig van een standaard bejaardentehuis. We worden doorverwezen naar de lift en de tweede verdieping.
De zus woont op een besloten afdeling, op de ruime gang hangen naast iedere deur foto’s van de bewoner: als kind, al jong volwassene, in de bloei van hun leven. Aan het eind van de gang zijn we er, de deur staat open. De zus zit in gedachten verzonken aan tafel, kijkt op en is blij verrast haar zus te zien. We schuiven de stoelen bij elkaar en mijn dag is al goed door de overduidelijke blijdschap en vertrouwdheid van de twee zussen.
Ik leun achterover en luister mee, genietend van het af en toe surrealistische gesprek.

“Ik ben zo blij je weer eens te zien, hoe lang is het ook al weer niet geleden? Jouw kamer is wel klein hoor, dat zou ik erg vinden. Ik? In Zeist is het goed, hoor, mijn kinderen zorgen goed voor me. Jij hebt er zeven, toch, en ik twee. Je weet wel, mijn zoon, ik kom zo wel op mijn naam. En mijn dochter natuurlijk. En jouw kinderen?”
“Ja, nou, nee, goed natuurlijk. Kijk hier de familiefoto. Hier sta jij toch? En dit is, kom hoe heet ie ook al weer? En zij dan natuurlijk. Enne, jeweetwel, van dinges?”

De bezoekende zus buigt zich iets voorover. “Heb jij al bericht gehad van de advocaat? Over die erfenis? Want dat is nu helemaal rond hoor, die erfenis. Jaha. Ik krijg natuurlijk iets meer dan jij, want ik ben de oudste, maar volgende week kan ik het geld ophalen. Die brief had ik in mijn tas maar die hebben ze eruit gestolen, ik had hem zo weggestopt onder een randje maar ze hebben hem toch gevonden. Mijn dochter zegt dat het mijn eigen schuld is, ik moet ook niet zoveel praten. Maar een mens heeft toch recht op privacy, ze mogen niet in mijn tas zitten! Jij hebt toch ook die brief gehad?”

Haar zus kijkt wat twijfelend maar besluit kennelijk dat ze dit ongetwijfeld zou moeten weten en ze laat zich niet kennen. “Ja natuurlijk, die brief, die erfenis. Maar dat gaat bij mij natuurlijk. En dan loopt dat, en die papieren en zo.”
De oudere zus begrijpt het niet maar besluit het te negeren. “Ik ben eruit hoor, ik heb nu besloten hoe ik het allemaal ga verdelen, met de kinderen en zo. Maar jij hebt die brief toch ook gehad, van de notaris? Want het is nu eindelijk allemaal rond hoor.”

We gaan samen naar beneden en drinken in het café daar een kop thee. De ene zus met appelgebak, de andere met cake.
“Ja, dat weet jij natuurlijk nog wel, dat ik nooit wat lustte, vroeger ook al niet. Vandaag hadden we feest, waarvan weet ik niet maar we kregen pannenkoeken. Nou ik zei dat blief ik niet hoor, koude pannenkoeken. Maar toen zei Bert, dat is onze leider, we hebben bij ons in het huis groepjes van tien en hij is onze leider. Best een aardige jongen, hij doet zijn best. Maar hij zei we warmen het op en dat was ook zo. Laatst waren we naar zo’n mooie kerk geweest, echt prachtig. Ik weet niet meer waar het was, ergens voorbij Soest? Daar was muziek en daar waren we voor uitgenodigd. Ik zat helemaal vooraan en daar was geen plaats om je tas ergens op te zetten dus heb ik die naast mijn stoel gezet. En toen hebben ze dus die brief gestolen. Als je goed voelt kun je aan de onderkant merken dat ze hem daar hebben proberen open te maken. Kijk maar.”
Ik kijk maar zie alleen een kras, alsof ze er mee langs de muur geschuurd heeft en zeg dat ook.
Nu twijfelt ze toch een beetje. “Ja, dat kan natuurlijk ook.” Het is duidelijk dat ze haar versie van het verhaal beter vindt.

Het is tijd om te gaan. De ene zus weer naar boven, ik loop met haar mee. “Wat leuk dat mijn zus er is. Haar man was ook altijd zo aardig, en zo handig. Werkt uw man ook?” Ik bevestig dat. “En werkt u ook? Wat doet u voor werk?”
Ik begin te zeggen dat ik zelfstandige ben en iets met market… maar dan ik kijk haar aan en zeg: “Ik werk in een winkel.” Ze knikt blij en begrijpend.


Onderweg terug vertelt de oudste zus nog dat ze het goed heeft financieel. Die erfenis natuurlijk. En dan nog haar salaris en dat van haar man. En wat moet ze er allemaal mee, ze heeft genoeg. Ze denkt trouwens ook dat de kinderen de zaak over gaan nemen, daar waar zij woont. Want de directrice, die heeft er geen plezier in, dat merk je zo. Haar zuster heeft trouwens maar een kleine kamer, dat zou zij nooit willen. Soms is ze wel eens in de war. Laatst nog, toen is ze naar haar dochter gelopen en heeft ze gevraagd waar ze nou heen moest en waar ze nou moest slapen. Was ze helemaal vergeten dat ze zo’n mooi huisje had.

Ik breng haar naar boven, naar haar kamer. “Moet je nou eens kijken, zo prachtig en ruim. En daar is nog een slaapkamer, kijk maar, ik hoop tenminste dat ze opgeruimd hebben. Twee toiletten heb ik, in de badkamer en op de gang.”
Ik zeg dat ik dat thuis niet eens heb en ze kijkt uitermate tevreden.

Ze vraagt hoeveel ik van haar krijg, want ze wil graag betalen. Ik zeg dat ik geen geld hoef, een glimlach en een zoen zijn voldoende. “Nou die kan je krijgen,” zegt ze stralend en ik krijg een dikke pakkerd.