Archive for mei, 2011

h1

Tussenhupje

31/05/2011

Soms loop je samen met iemand op maar is er sprake van een miniem snelheidsverschil. Wil je gelijk op blijven gaan dan moet je even versnellen en vaak kan dat met een tussenhupje. Daarna kan je weer een tijdje voort.

Goede voornemens hebben soms ook een tussenhupje nodig. In dit geval omdat ik iets te enthousiast mijn ING-rekening had opgezegd zonder me te realiseren dat de bijbehorende credit card niet mee doet met de overstapservice. En dat doet ie dus wel. Waardoor ie het niet meer doet, qua betalingen en vooral online is dat lastig.
Maar het is weer helemaal goed gekomen. Na een cirkel-borg-constructie (hij staat borg voor mij en ik weer voor hem) heb ik nu een mooie ASN credit card.

Hoog tijd voor een tussenhupje in de microkredieten!
De lening voor mei gaat naar:


Marie Grace is a 30-year-old Rwandan entrepreneur who owns a general store that sells rice, sugar, and beans. The store has been running for 2.5 years and with the profits she has been able to buy cattle and a piece of land. 
Marie Grace is married and runs the store with her husband. Together they have two children that are two years and three months old.
This loan will provide Marie Grace with the capital she needs to continue to buy rice and macrones (pasta) that she sells in the store.  She will use the profits from her business to buy more animals for rearing and increase the stability and quality of life of her family.

En dan meteen maar vast voor juni:


Mohannad is 27 years old and a married man who lives in Nablus with his wife and two children. Mohannad owns a supermarket in Nablus and hopes that with this loan he will be able to buy new products for his store. He hopes that this will bring in more customers, which will have him selling more products, and this should increase his income.


Ik heb nog een ander goed voornemen dat wel een tussenhupje kan gebruiken: trainen voor de Fairtrade Businessloop in Zeist. Die is verschoven van juni naar september. Dat geeft in ieder geval ruimte voor heel wat tussenhupjes!

Advertenties
h1

Kippenetentje

29/05/2011

Acht jaar geleden, in 2003, werd het bedrijf waar ik werkte overgenomen door een veel groter bedrijf. Dat betekent het in elkaar schuiven van de twee Nederlandse vestigingen en daarbij worden al gauw functies, en daarmee mensen, overbodig.

De managers waren bezorgd voor het personeel, zworen bij hoog en bij laag dat ze zouden vechten voor iedere medewerker. En dat terwijl zij als managers het meest kwetsbaar waren, dat wist iedereen. Toch?

Om een lang verhaal kort te maken: onderaan de organisatie verdwenen de banen en de managers kwamen allemaal op hun pootjes terecht.
De eerste klap viel voor de twee dames van de receptie en daarna op de administratie. Ik zag de bui voor marketing al hangen en liet mij ook ontslaan.
Maar we hielden als de vrouwen van het bedrijf onderling contact: in het begin om elkaar wat te steunen, daarna vooral om contact te houden, herinneringen op te halen en bij te kletsen.

We noemen dat ons kippenetentje – exclusief voor de kippen van het bedrijf. Twee tot drie keer per jaar organiseren we om de beurt een etentje. Niet altijd kan iedereen er bij zijn maar het is altijd gezellig.

Vrijdag waren we voltallig: met zijn achten. En het was weer fantastisch. Het gaat goed met ons allemaal: relaties veranderen, kinderen worden geboren, ziekte overwonnen.
Maar het allermooiste is toch dat een traditie is ontstaan die we niet meer willen missen. En dat allemaal door managers met loze beloftes – ieder nadeel heeft zijn voordeel, dat is maar weer eens bewezen.

h1

De dief en het dilemma

27/05/2011

Wij hebben scharrelkippen en die leggen scharreleieren. Niet altijd in het leghokje, dan vinden we ergens in de tuin opeens een stapel eieren.
Want kippen zijn wel van het principe: ‘een ei hoort bij een ander ei’. Dus als het eerste ei ergens gelegd is, volgen er meer.
Omdat we niet zo’n voorstander zijn van het hele jaar door pasen en eieren zoeken,  passen we de truc toe van het stenen ei.
Een nep-eitje in het leghok, daar leggen onze kippen graag een eitje bij.

Onze kippen leggen ongeveer per stuk een ei per dag, de een wat kleiner dan de andere. Dat ongeveer betekent dat ze wel eens een dag overslaan. Of toch stiekem een ei leggen onder een struik, achter een vuilnisbak, in een schuurtje of tussen de plantjes bij de buren. Maar met een of twee eitjes per dag zijn wij heel tevreden.

De laatste tijd ging de productie wel erg omlaag, We gingen een goed gesprek aan met de kippen: dat ze in ruil voor voer, water en riante scharrelruimte (3 diepe tuinen) best hun eitjes mogen inleveren als ze ze toch niet willen uitbroeden. Ze keken alleen maar wat glazig terug. Wat voor een kip op zich niet niet gek is.

Tot laatst het stenen eitje was verdwenen.
Een eierrover, dat kan niet anders. We hebben drie verdachten: een eekhoorn, een marter of een ekster.
Wij gokken op de laatste. Ik zie er regelmatig eentje achter in de tuin rondscharrelen. De man des huizes overweegt een webcam.

En het dilemma? Of we sluiten de kippen op en rapen de eieren. Of we laten ze lekker scharrelen en de ekster raapt de eieren. Lastig.

h1

Er zijn geen woorden voor

21/05/2011

Lunchen bij de Librije: dat doe je niet dagelijks. Of wekelijks of maandelijks. We hebben er één keer eerder gegeten, met zijn tweetjes en dat was al weer een jaar of vijf geleden.
Dit keer was het lunch en de kinderen mochten mee.
Het weer was perfect, het eten nog perfecter, de bediening attent en vriendelijk – kortom we hebben genoten.

Neem van mij maar aan dat de smaken fantastisch waren, aan beschrijvingen ga ik me niet wagen.
Daarnaast was ieder gerecht een feest voor het oog.


De kinderen zijn al aan het uitrekenen hoe lang ze moeten sparen om over een tijdje nog eens te gaan.
Hun 49e verjaardag is de streefdatum.
Waarom niet, dat is ons ook gelukt!

h1

Heb vertrouwen….

19/05/2011


Het verhaal bij deze foto?
Mijn broer volgde een opleiding aan de Rietveld Academie, in typografie. Voor één van zijn opdrachten reproduceerde hij een herinnering. Op de muur van de fietsenstalling van station Naarden-Bussum had iemand ooit groot geschreven: “heb vertrouwen in jezus”. Wat door iemand snel was aangepast in ‘heb vertrouwen in jezelf’. De tekst werd verwijderd maar zat wel in het geheugen van mijn broer. Na overleg met de NS en de man van de fietsenstalling mocht hij de zin opnieuw aanbrengen, op de foto is hij hiermee bezig.
Helaas werd door miscommunicatie de tekst door iemand bij de NS gekwalificeerd als graffiti en niet lang daarna verwijderd. Gelukkig hebben we de foto’s nog…

Maar het blijf een prachtig advies dat ik mezelf en anderen regelmatig geef. Bij deze opnieuw.

h1

Opa Schommelebootje

18/05/2011

Mijn opa van moeders kant werd geboren in 1909 en groeide op in Zeeland, in Kruiningen. Zijn vader overleed toen hij vrij jong was. Hij werd waterbouwkundig ingenieur en ontmoette in Grave, Brabant, mijn oma. Ze trouwden, gingen wonen in Utrecht en daar werd mijn moeder geboren in 1935. Vlak daarna werd mijn opa door Rijkswaterstaat geplaatst op Terschelling en ze betrokken de dienstwoning bij de haven op West-Terschelling.

Tijdens de oorlog wemelde het van de Duitsers op het eiland, het huis aan de haven werd geconfisceerd en het gezin trok naar Midsland.  Het enige contact met de buitenwereld was de veerboot en verzet was dan ook uitermate lastig en beperkt. Toch is het een keer gelukt om wapens te smokkelen en kreeg mijn oma tot haar grote schrik aan de keukendeur een pistool in haar handen geduwd. Dat verstopte ze in paniek in de broodtrommel.
Na de oorlog werd de standplaats Den Helder waar mijn opa meebouwde aan de nieuwe marinehaven. Daarvoor kreeg hij een lintje. Dat lag op zolder ergens weggeborgen. Dierbaarder dan het lintje was de tekening de hun Terschellinger vriend Wouter Ydo van die gelegenheid maakte – die hing ingelijst in de kamer. Net als het prachtige grote schilderij van zijn hand van de Brandaris.

Na Den Helder werd het Alkmaar, daarna Gouda en ze eindigden in Zeist waar opa werkte voor de Grontmij.
Mijn opa vertelde graag en verwachte ook wel dat er naar geluisterd werd. De regel was dat hij altijd gelijk had, ook al had hij geen gelijk. Een eigenschap die mijn moeder geërfd heeft. 🙂

Op in zijn karakteristieke pose: in zijn eigen stoel, met sigaret, de rest van de familie overziend

Als ik vroeger bij hen logeerde dan mocht ik, als ik heel voorzichtig was, tekenen met de potloden uit zijn grote Caran d’Ache-doos. Twee van zijn eigen aquarels hangen nog bij mijn ouders aan de muur.
Hij was astmatisch maar rookte behoorlijk. Katten kon hij niet luchten of zien, tot groot verdriet van mijn oma, maar hij was dol op onze hond en op de papegaai van mijn tante – die konden in de vakantie altijd komen logeren.
Hij is nog overgrootvader geworden en deed met mijn kinderen een Zeeuws paardrij-op-de-knie-liedje:

Schommele schommele bootje
Morgen komt van Lootje
En als van Lootje nieë komt
Dan komt Jacob Jansen
Die laat de poppetjes dansen
Van boven op de zolder
Tot in de Bathse polder
Schuutje kapt om, schuutje kapt om
Schuutje kapt helemaal, helemaal om!

Mijn luxepaarden-kinderen hadden twee opa’s, twee oma’s, drie overgrootmoeders en een overgrootvader. Voor het onderscheid werd mijn opa Visser hun opa Schommelebootje.

Hij was jarig op 31 augustus – Koninginnedag.

h1

Mijn opa Wong

15/05/2011

Mijn opa aan de Wong-kant werd geboren in 1897 geboren in Suriname, werd machinist op de grote vaart, ontmoette mijn oma in Amsterdam en samen gingen zij naar Djokja omdat daar eind jaren twintig werk voor hem was als machinist op een suikerfabriek.
Mijn vader werd er geboren in 1930, zijn zusje negen jaar later. Het werd oorlog en via het KNIL kwam hij terecht in een Japans krijgsgevangenkamp en werkte in een mijn in Japan. Na de oorlog werd hij herenigd met mijn oma en zijn kinderen. Hij was toen al eind veertig en zag met de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesie alles wat hij had opgebouwd verdwijnen. Eenmaal terug in Nederland kreeg hij gezondheidsklachten en zat ook nog eens zonder werk. In Suriname kon hij aan de slag op een suikerplantage maar hij werd daar gezien als een deserteur, een halve Nederlander die even kwam vertellen hoe het moest. Na dit mislukte project en weer terug in Nederland kreeg hij te maken met de onafhankelijkheidsdrang van mijn oma. Zij had zich altijd, zij het gezien haar karakter ongetwijfeld met moeite, geschikt naar zijn wensen maar tijdens de oorlog had ze,  ondanks de gevangenschap door de Japanners, de zelfstandigheid geproefd.
Zij wilde een scheiding en kreeg die. Hij trok zich nog verder terug in teleurstelling: last van zijn hoofd, de wrok en schande van een vrouw die hem verlaten had, geen werk.

Ik kende hem niet anders dan wonend drie hoog achter in De Pijp: nu de place to be maar toen nog echt de onderkant van de woningmarkt. Drie steile trappen in een donker trappenhuis met een touw langs de leuning om van bovenaf de deur te kunnen openen, een klein halletje, een kleine wc annex douche, een keukentje en een woon/slaapkamer met opklapbed. Vanuit het raam had je uitzicht op de kleine stadstuinen en hoe langer je keek, hoe meer katten je zag.
Werk kreeg hij niet meer maar hij zorgde goed voor zichzelf. Hij was altijd keurig in het pak met glimmende gepoetste schoenen. Hij kookte iedere dag voor zichzelf in van die grijsgewolkte pannetjes.

Toen mijn broer en ik nog klein waren was hij de opa die met ons tekende en die verhalen vertelde over de paashaas die hij tegengekomen was. Wij werden ouder maar zijn verhalen bleven hetzelfde. Bezoekjes werden steeds meer een verplichting. Dat het wederzijds was bleek wel uit zijn verzuchting toen mijn vader hem een keer terugbracht: “Zo, dat hebben we ook weer gehad.”

Hij was ongelooflijk zuinig. Bevrijd door de Amerikanen in 1945 kreeg hij van hen ruimhartig scheermesjes. Hij gebruikte die, sleep ze opnieuw en heeft waarschijnlijk nooit meer nieuwe gekocht. Hoe ouder hij werd, hoe meer hij binnen bleef. Hij puzzelde, las boeken en keek vooral TV. Toen die bijna kapot ging twijfelde hij over de aanschaf van een nieuwe. “Ik weet niet hoe lang ik er nog plezier van kan hebben.”

Heel langzaam ging hij achteruit. Hij werd nog argwanender en vergeetachtiger. Er bleek beschimmeld eten in de koelkast te staan. De buren van drie hoog voor namen de krant voor hem mee van beneden en duwden die half onder de deur door. Was ie weggehaald dan leefde hij nog. Hij vond het niks: “Ze willen alleen weten of ik niet thuis ben zodat ze de boel hier leeg kunnen halen.” Een met pijn en moeite geregelde thuishulp schold hij uit voor alles wat mooi en lelijk was.
Uiteindelijk is hij gevallen, brak een heup en kwam via het ziekenhuis in een verpleeghuis. De laatste keer dat ik hem met mijn vader bezocht zat hij met andere oude mannetjes aan een tafel en schopten ze elkaar stiekem tegen de schenen.

Hij overleed uiteindelijk in 1982 – 85 jaar oud.
Hij was jarig op 30 april – Koninginnedag.


(foto’s zijn gefotografeerde dia’s van mijn vader)