Archive for december, 2010

h1

Van 2010 naar 2011

30/12/2010

Advertenties
h1

T-shirt van LimiTee is binnen

21/12/2010

Een tijdje geleden struikelde ik via via op de site van LimiTee: vier keer per jaar een verantwoord geproduceerd T-shirt met een vormgevingsverantwoorde opdruk. Opdrachtgevers hadden net betaald dus, klik, nam ik een abonnement.

Vorige week kwam het eerste shirt binnen en het voldoet aan de verwachtingen.
Mooie opdruk, ontworpen door Tomas Schats.

Het heeft een verhaal en ook dat staat op het shirt gedrukt, achter in de hals:

En als extra mooi accent: een label met bloemzaadjes erin. Label in de grond, wachten op bloemen en dan uitkijken naar (stadsbijen).

De verwachtingen voor het volgende shirt zijn hooggespannen!

h1

Samen met of samen voor de gemeente?

15/12/2010

Het coalitieprogramma van Zeist heet ‘Dichterbij’: omdat we vinden dat er een te grote kloof werd gevoeld tussen bestuur en inwoners. Hoe vaak hoorden we niet tijdens de campagne: “Je mag wel wat zeggen maar ze luisteren niet en doen daarna precies wat ze zelf willen.”
Het vertrouwen van in de lokale overheid was danig geslonken, teveel mensen hadden het gevoel dat ze niet serieus werden genomen, dat hun belangen niet belangrijk waren, dat besluiten over hun hoofd heen werden genomen, dat belangrijke argumenten niet werden gehoord.

Zonder de schuld bij de een of de ander te leggen, het is altijd genuanceerder dan het lijkt, hebben we wel met zijn allen geconstateerd dat politiek en burger dichter bij elkaar moeten komen. En dat betekent beweging van twee kanten.

Vanuit de ambtenarenorganisatie zijn al heel veel stappen gezet naar een veranderde houding: meer naar buiten gericht, meer pro-actief, meer kijken naar de context. Sommigen moeten daar even aan wennen en zijn nog onzeker maar de meesten gaat het goed af.
De gemeenteraad zet ook stappen: we denken met alle partijen na over onze rol als Raad, we hebben twee avonden besteed aan interactief werken. Dan gaat het over hoe, wanneer en onder welke voorwaarden je belanghebbenden (bewoners, bedrijven, organisaties, andere overheden) kunt en moet betrekken in het maken van plannen en het nemen van besluiten.
Daarnaast zijn er verschillende projecten waar veel actiever dan vroeger en in een vroeger stadium met met belanghebbende groepen wordt overlegd over te ontwikkelen beleid. Het nieuwe horecabeleid bijvoorbeeld. Vroeger maakte de ambtenaren een zo goed mogelijk plan en daar kon via inspraak op ‘geschoten’ worden. Nu is een grote groep betrokken bij het maken van het plan: meer kennis, kunde en ervaring. En hopelijk ook meer draagvlak voor het uiteindelijk resultaat. Al kun je het nooit iedereen naar de zin maken  – bij een interactieve aanpak is het voor iedereen veel duidelijker wat de keuzes en belangen waren en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Je hoeft er niet perse mee eens te zijn maar je kan er dan wel beter mee leven.

Ook gisteren hadden we een bijeenkomst over een interactief plan.
En dan zie je een heel fundamenteel, principieel verschil.
Eén groep ziet zich als volkvertegenwoordiger echt als houder van een mandaat: wij zijn gekozen om de beslissingen te nemen. Natuurlijk mogen burgers inspreken, natuurlijk nemen we hen serieus maar wij zijn uiteindelijk de baas. Als Raad zijn wij er samen voor de gemeente.
Ik hoor tot de andere groep die dat op zich ook vindt: het is aan ons om de knopen door te hakken op basis van zo goed mogelijke informatie  en na afweging van argumenten, belangen en visie. Maar wij zien een grotere rol voor inwoners, bedrijven en organisaties om ons daar bij te helpen.

Een kleine vergelijking (dat zit nou eenmaal in de familie): we willen allemaal goede ouders zijn en besluiten nemen die goed zijn voor onze kinderen. ‘Hoe laat moet je thuis zijn’ is een mooi voorbeeld.
De eerste groep denkt er goed over na en zegt: “Je bent 14 jaar, ik vind dat je uiterlijk 11 uur binnen moet zijn want morgen moet je weer naar school”. “Ja maar, het begint pas om 9 uur en dan moet ik de bus van half elf al nemen!” “Jammer dan, 11 uur ben je binnen.”
De tweede groep zegt: “OK, je bent 14, je moet morgen naar school: wat lijkt jou een goed tijd om thuis te zijn?” “Het feestje begint om 9 uur, als ik de bus van kwart voor elf terug neem dan ben ik kwart over elf thuis. Dan kan ik ook samen met Josje met dezelfde bus. En dan ga ik morgen wel vroeg naar bed.” “Akkoord, kwart over elf binnen en morgenochtend geen ochtendhumeur!”

Beide groepen zijn prima ouders. Maar naar mijn mening is de laatste beslissing passender, heeft groter draagvlak en een betere kans om goed uitgevoerd te worden.
Samen voor of samen met. Het als het glas dat voor de helft gevuld is met water. Leg je de nadruk op wat er wel is of wat er niet is?
Kijk je naar de (terechte) risico’s van meer interactie of naar de kansen en opbrengsten?

Ik zeg: het eerste hebben we jaren gedaan, laten we het tweede eens een kans geven.

h1

Volgende generatie Sinterklaas

05/12/2010

Sinterklaas bij ons thuis vroeger was gedichten en surprises. Een moeder met een dichtader (ik kan me nog een epistel op rijm herinneren om te zeggen dat ze even boodschappen was gaan doen), een vader met mooie op-de-valreep-vondsten en mijn broer en ik konden best aardig knutselen en rijmen.
De mooiste surprises, de prachtigste gedichten en leuke cadeautjes.

Mijn eigen kinderen werden met veel liefde ingewijd in de Sinterklaastraditie: schoen zetten, zingen, briefjes naar en van Sint en Piet, bonzen op het raam en een zak met cadeautjes voor de deur. Toen ze ouder werden kwamen daar gedichtjes bij, van oma en mij.
Maar het virus sprong niet over – zelf dichten, zelf surprises maken – ze vonden er niets aan.

Lootjes trekken? Dacht het niet, geen zin in, niet leuk. Op school, omdat het moest. Maar zo gauw het kon ontliepen ze de dans.

Ze zijn mooi opgedroogd, staan allebei stevig op verstandige benen. Hebben sociale vaardigheden, hebben oog voor de behoefte van anderen.
Maar qua Sinterklaas – niks, noppes, nada. Er zijn ergere dingen maar het is jammer.

Toen ging van de week de telefoon: “Mam, kan ik bij jullie komen eten? En dan doe ik meteen mijn gedicht en surprise voor bij papa.”
Hij tikt zonder veel moeite een mooi gedicht. En samen brainstormen we over een surprise. Met behulp van wat doosjes en gekleurd papier (je moet tenslotte knutselen met de middelen die je hebt) wordt het een paard. In onderdelen gaat het mee naar zijn huis. En vanochtend kwam de foto van het eindresultaat.
Zijn halfzusje is er vast blij mee.
Ik ben het in ieder geval wel: er is toch meer blijven hangen dan ik had gedacht. Misschien volgend jaar lootjes trekken? Mwah, dat is vast te veel van het goede….

h1

Ouder worden in een ander land

01/12/2010

Zondagmiddag was ik het Wijkcafé Zeist Noord voor een themabijeenkomst over allochtone ouders/ouderen, georganiseerd door de Turkse vereniging. Een gemêleerd publiek: jong en ouder, van alle soorten nationaliteit en huidskleur, mannen en vrouwen.
Collega’s uit de gemeenteraad: Peter Spoelstra van Groen Links, René Tessels van ProZeist en natuurlijk wethouder Bodes de Vries.

Het is altijd lastig om een thema als ouder worden in een ander land te verwoorden zonder jargon als niet-Westerse allochtoon, zorgbehoefte, eerste generatie, dialoog en projecten. Misschien kan het ook niet anders.

Lang geleden vroeg mijn oma al een boekje voor haar verjaardag: “Wat doen we met moeder met de feestdagen?” Ze was als de dood om lastig te zijn, om verplicht gevraagd te moeten worden om de kerstdagen of pasen bij één van haar dochters door te brengen.  Ik kan me niet herinneren dat het ooit een probleem is geworden, daar zorgden haar drie dochters wel voor.
Later, na het overlijden van mijn opa, kreeg ze het zwaar en kwam uiteindelijk via het ziekenhuis terecht in een heel kleinschalig verzorgingshuis. Ze vergat steeds meer maar leek gewend aan haar laatste thuis, met katten om te aaien en lieve verzorgenden.
Zou ze gelukkiger zijn geweest als ze bij mijn moeder of een van mijn tantes in huis was gaan wonen? Ik denk het niet: ze wilde haar kinderen absoluut niet tot last zijn zoals zij dat voelde.

In veel landen is het geen keuze: als kinderen neem je later je hulpbehoevende ouders in huis. Als je in het ziekenhuis ligt dan zorgt de familie voor je. Niet alleen op bezoek gaan en voor afleiding zorgen. Nee: ook je wassen, verschonen en eten geven. Heb je geen familie dan heb je geen zorg.

Wij, in Nederland geboren en getogen, rekenen op maatschappelijke solidariteit in de vorm van verzekeringen, regelingen, instituten en organen. Met zijn allen betalen we letterlijk de verzorgingsstaat. Dat kost belasting maar levert ons veel individuele vrijheid en persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden op. We hebben tehuizen, thuiszorg, tafeltje-dek-je. Maar kan je de deur niet meer uit dan worden je sociale contacten vaak heel beperkt.

Er is nu een groeiende groep in Nederland die is opgevoed en opgegroeid met de verwachting dat hun kinderen voor hen zullen zorgen als ze oud en hulpbehoevend zijn. Zelf woonden ze ver van ‘thuis’ en konden niet anders dan financieel zorgen voor de generatie voor hen.
De generatie na hen is in Nederland opgegroeid, heeft ook Nederlandse verwachtingen over werken buitenshuis, onafhankelijkheid en zelfontplooiing.
Dat botst.

Jaren geleden ook zag ik een film over Nederlandse emigranten in Australie. Ze waren er oud geworden en met de ouderdom verdween de aangeleerde Engelse taal, kwamen de jeugdherinneringen en kinderliedjes weer boven. Er waren (en zijn misschien nog) speciale Nederlandstalige verzorgingstehuizen met medewerkers die de taal goed spreken. Is dat ook de toekomst voor onze Turkse, Marokkaanse, Chinese, Surinaamse, Antilliaanse ouderen?

Ja en nee is het antwoord zondagmiddag. Ja, ouderen moeten gaan wennen aan het idee van verzorgingshuizen en de voordelen boven bij je kinderen inwonen die misschien de hele dag werken en geen tijd voor je hebben. Onbekend maakt onbemind. Ja, in die huizen wordt taal belangrijk, de kennis van een tweede, later aangeleerde taal slijt snel. Nee, we willen geen ghetto’s, geen speciale instituten voor Turken of Marokkanen.
Maar wel misschien een gezamenlijke gang of huiskamer. In Weesp staat al jaren een verzorgingshuis met Amsterdams-Jordanese, Indische, Gooise en andere huiskamers zodat iedereen zich thuis kan voelen.

In de zaal waren ook vertegenwoordigers van woningbouwcorporaties, de gemeente en zorgprojecten. Iedereen is positief en welwillend. Maar het sleutelwoord is initiatief: mensen moeten zelf bepalen wat ze graag willen en initiatief nemen om het gerealiseerd te krijgen.
Voorlopig ligt het accent van de overheidsprojecten op het informeren en samenbrengen van zorg en ouderen, bijvoorbeeld in Kleurbekend.

Handen van oma