Archive for maart, 2011

h1

Praten tegen de Volkskrant – deel 2

30/03/2011

Toch een beetje een dilemma: je klaagt ergens over, je krijgt geen antwoord maar je aanleiding voor de klacht is verwijderd.

Het gebeurde mij bij de Volkskrant op de iPad waar ik opeens voor het downloaden of openen van de kranten verplicht naar een advertentie zat te kijken. Ik klaagde er over en kreeg een half antwoord.
Ik klaagde over het antwoord op mijn klacht en bij de ontvangstbevestiging beloofde men mij te streven naar een antwoord voor 29 maart.

Dat is ze niet gelukt.

Maar de hoogst irritante advertentie is verdwenen zag ik vanochtend.

Vandaar mijn dilemma. Ben ik blij met het resultaat? Of wil ik toch nog een antwoord van de Volkskrant en een soort van excuus dat ze zich vergist hebben en het nooit meer zullen doen?

h1

Kan je praten met een krant?

24/03/2011

De Volkskrant en ik, we hebben onderhand best wel een geschiedenis samen.
Thuis opgegroeid met Het Parool, inclusief Carmiggelt, Vader & Zoon en Appie Happie. Eenmaal op eigen benen, ergens begin jaren tachtig, werd het eerst de Gooi-en Eemlander vanwege het lokale nieuws. Al snel kochten we op zaterdag de Volkskrant erbij met naast de goede artikelen als bijkomend voordeel de cryptogrammen van Jan Meulendijks.
Het werd een abonnement op de VK en dat bleef ook zo. Met een korte onderbreking net na mijn scheiding toen ik alle luxe overboord zette om de tering naar de nering te zetten. De krant was wel een van de eerste zaken die weer terugkwam toen het weer kon.

En het abonnement verhuisde mee van Huizen naar Den Dolder. ’s Ochtends op de bank met versie koffie en de krant, jarenlang een prima start van de dag. Tot de bezorging steeds minder werd: te laat of soms helemaal niet. Het leidde tot een gefrustreerde communicatie met de bezorgklachtendienst: inspreken, wachten op een nabezorging die niet komt, weer inspreken, eens een email sturen, standaard antwoorden krijgen, een brief sturen, een weblogje schrijven, telefoon krijgen met excuses, abonnement omzetten naar internet en alleen weekend, weer regelmatig geen krant krijgen en toen maar helemaal opzeggen.

Toen kwam de iPad en kon ik via Newsreader de Volkskrant iedere dag downloaden en lezen. Voor het luttele bedrag van $9,99. Wel in een soort van veredelde PDF-reader. Maar toch.

Nou ben ik een beetje een rare: ik voelde me een beetje beschaamd dat de krant me zo weinig kostte. Tenslotte werken er veel uitstekende journalisten aan en die gun ik, net als mijzelf, een keurig salaris.
Toen de officiële iPad-app dan ook werd gelanceerd stond ik vooraan om het uit te proberen. Het beviel prima en opnieuw nam ik een abonnement.
Tevreden zit ik met mijn iPad op de bank en lees de krant. Tot een paar dagen terug.

Opeens verschijnt er eerst een reclame voordat ik de krant kan downloaden. En moet je zeker 5 seconden wachten voordat je verder kan. Een hoge irritatiefactor, dat kan ik je wel vertellen.
Dat een krant advertenties nodig heeft, dat snap ik. Dat er tussen de artikelen door speciale iPad-advertenties worden geschoven: ik kan er mee leven. Daar kan ik, net als in de gewone krant, gewoon in mijn eigen tempo doorheen bladeren. En dat kan dus niet met die rare startadvertentie! Gedwongen advertentie kijken, STOP daar mee, Volkskrant!
(Oh, en Moneyou – die app van jullie zal ik dus echt nooit downloaden.)

Nadat ik er eerst hardop thuis over had gezeurd en daarna ook op Twitter besloot ik het de Volkskrant maar direct zelf mee te delen.

Nou, dat is nog wel even zoeken. Op de iPad staat in de informatie dat je via je account op- en aanmerkingen kan maken. Dat is in ieder geval niet op de iPad zelf, althans ik kan het niet vinden.
Dan maar naar de site. Veertig klikken later leg ik me neer bij het feit dat je alleen via een webformulier kan reageren. In een te klein tekstvak zodat je steeds heen en weer moet scrollen om te zien of het allemaal nog klopt wat je schrijft.

En je moet behalve je naam en emailadres ook verplicht je straat, nummer, postcode, woonplaats en telefoonnummer invullen. WAAROM Volkskrant? Wat voegt dat toe? Behalve meer werk voor mij en zinloze, niet ter zake doende informatie voor jullie? Want het formulier mag niet eens gebruikt worden voor bezorgklachten.

Dus naast de klacht over de letterlijk onvermijdbare advertentie stelde ik ook de vraag naar de verplichte info.

Het goede nieuws: je krijgt keurig een ontvangstbevestiging en ze antwoorden binnen de gegeven termijn.
Het slechte nieuws: je krijgt geen antwoord op je vraag.

Nog slechter nieuws: je kan niet antwoorden op dit mailtje want het komt van noreply@volkskrant.nl.

Nog maar een keer naar de website dus en opnieuw mijn vragen gesteld. Speciaal ingelogd maar toch weer adresgevens moeten invullen. Het kan dus nog erger: je registreren maar toch doen ze alsof ze je niet kennen.
Met stoom uit mijn oren druk ik op Verzend. Het zal mij benieuwen.

De Volkskrant: een prima krant maar soms vraag ik mij echt af wat ze van hun lezers vinden. Lastig?  Vervelend? Noodzakelijk kwaad?

h1

Keuzes….

21/03/2011

Het leven is keuzes maken. In sommige gevallen is dat zwart/wit, ja/nee.
Kennelijk wil de opsteller van deze enquete niet te veel beperkingen opleggen.

h1

Moderne moeder

19/03/2011

“Ha, als ik tegen anderen zeg dat mijn moeder msn-t slaan ze altijd steil achterover.”
Aldus  de zoon van 22.

Een beetje afhankelijk van de omgeving varieert mijn reputatie tussen ‘coole moeder’, ‘collega die er over mee kan praten’ tot ‘gadget freak’. Dat laatste dan vooral in de gemeenteraad waar ik dat etiket gekregen heb op het moment dat ik bijna een jaar geleden binnen kwam met mijn iPad.

Na jaren werken in de softwareindustrie (weliswaar in marketing maar je krijgt er toch een tik van mee) kan ik leuk meekomen met email, Word, Excel, CRM en andere handig geachte applicaties.
Sinds ik onder hetzelfde dak woon met een Apple systeembeheerder zijn iBooks, MacBooks, de iPhone, Apps, appeltje-c, de iPad en one-more-thing min of meer gesneden koek.

En een beetje gadget freak ben ik natuurlijk wel. Met mijn Zagg-mate maakte ik afgelopen week toch even de blits bij een andere Apple-gadget freak. (Omdat die Zagg-mate mooi is maar vooral ook handig natuurlijk.)

Avonden bij ons op de bank betekent toch vaak meerdere iPhones en een iPad bij de hand. Voor Twitter, een spelletje of de krant.

Vandaag bereikten we een nieuwe hoogtepunt qua moderne communicatie.

Vanochtend vroeg ging mijn telefoon op het nachtkastje. Althans de WhatsApp op de iPhone.
‘Hoi’
Bericht van zoon.
‘Goedemorgen!’ whatsappte ik terug.

Het bericht bleek van een verdieping hoger te komen. Als uitwonend student had hij ’s avonds gekozen voor de kortste wachttijd voor de trein en was zo geëindigd in Den Dolder in plaats van Hilversum.

Ik ga het niet eens proberen uit te leggen bij de raadsleden…

h1

Den Dolder: mijn dorp

15/03/2011

Vroeger reden we vanuit Huizen naar mijn opa en oma in Zeist. Langs Paleis Soestdijk (altijd even kijken of ze thuis was, dan wapperde de vlag bovenop het dak), daar de hoek om en dan weer over de provinciale weg langs Den Dolder en Huis ter Heide naar Zeist West. Even kijken naar het Witte Kerkje met de prachtige naam Onderwegkerk en op de terugweg naar binnen gluren bij de enorme bungalow met wel dertig schemerlampen en open gordijnen.
Zeist zelf was vooral Nijenheim – zo’n wijk waar de straten nummers hebben. Net als in de andere plaatsen waar ze gewoond hadden bewaarde mijn oma altijd het oude brood. Keurig in blokjes gesneden, in een plastic zak. Voor de hertjes of de eendjes, afhankelijk van de woonplaats. In Zeist waren het hangbuikzwijntjes.

In diezelfde tijd stond Den Dolder synomiem voor gekkenhuis. “Als je niet uitkijkt, kom je nog in Den Dolder”.

Kennelijk niet goed uitgekeken want ruim dertig jaar later kwam ik een lieve, aardige man tegen met een leuke hond. En een doorzonwoning in Den Dolder. Al met al een onweerstaanbare combinatie en in 2004 werd ik inwoner. Officieel van de gemeente Zeist maar voor mij gewoon Den Dolder.

Het was wel even wennen. De eerste keer met de trein richting Utrecht bleek ik volgens de Remia ook nog eens in het Sauzenhart van Nederland te wonen. Toch genoot ik van de man, de hond, de kippen, het huis en de tuin. Leerde langzamerhand de buren en de weg kennen. Wende langzaam aan dat rare dorp zonder echt centrum maar met de beste Albert Heijn van Nederland. Maakte kennis met de Stichting, zoals hier de Willem Arntzhoeve genoemd wordt. Las de Dolderse Kroniek van de historische vereniging, werd lid van de Torteltuin en de Dolderse Belangenvereniging.
En verbaasde me over de rare bouwprojecten: de verschrikkelijke uit een folder geplukte appartementen boven de winkels aan de Dolderse weg. De verdubbeling van de toch al ruim bemeten AH, de volgepropte geplande woonwijk op het Overtoomterrein aan het einde van de straat.
Allemaal besloten door de Gemeente Zeist. En ik voelde me daar nog minder bijhoren.

Toen ik me een tijd geleden voornam om me betrokken te raken bij mijn eigen woonplaats kwamen D66 en de gemeenteraadsverkiezingen op mijn pad. Juiste moment, juiste plaats.
Tijdens de campagne leerde ik mijn rare dorp nog beter kennen. Sprak met veel inwoners, liep en fietste door alle straten en straatjes om te folderen.

Op 3 maart 2010 werd ik gekozen in de gemeenteraad, met voorkeursstemmen zelfs: Den Dolder was duidelijk toe aan directere vertegenwoordiging. Als D66 proberen we dat ook volop waar te maken, zoals met man en macht gebruik maken van de mogelijkheden die we hebben binnen de coalitie om de maatregelen rondom het spoor nog om te buigen.
Het besluit om de overweg te sluiten voor autoverkeer is al in 2008 genomen en kan niet zomaar worden teruggedraaid. Als tegenstemmers van toen vinden we dat natuurlijk jammer, als bestuurders van nu blijven we zeer kritisch op de uitvoering en gevolgen voor Den Dolder. Naar onze mening moet dat leiden tot een heroverweging, we doen ons uiterste best!

Gisterenavond was er een informatiebijeenkomst in de Brede School. Een hoge opkomst en daar ben ik al trots op.
Maar al pratend met mijn dorpsgenoten merkte ik op eens hoe verknocht ik ben geraakt aan dit rare dorp. Opgebouwd en groot geworden tussen een spoorweg, een fabriek en één van de meest vooruitstrevende psychiatrische inrichtingen. Met villa’s en rijtjeshuizen. Met smalle straten, met qua architectuur een samenraapsel van stijlen. Met een heerlijk jaren dertig-stationnetje en een trompetter-aubade op Koninginnedag. Met het mooiste kerkhofje in de regio. En met veel mensen met heel veel en mooie verhalen.

Den Dolder – het heeft even geduurd maar je bent nu echt mijn dorp!

h1

Op een bedje van

07/03/2011

Kookprogramma’s scoren goed hier in de doorzonwoning. Met name de man des huizes kan uren kijken naar Masterchef, Herrie in de keuken of Hell’s Kitchen. Amateurs en professionals die keuren, snijden, bakken, blussen, fileren en alle mogelijke andere technieken toepassen. Altijd in iets te weinig tijd en voor een zeer vakkundig en kritisch publiek. Na al het zweten en zwoegen is het tijd om de borden op te maken en hun gerechtjes te presenteren.

Aan het jargon is het niveau te herkennen. Wij scheppen gewoon op ’s avonds en noemen dat een maaltijd.

Niet in de kookprogramma’s. Smaakvol opgemaakte bordjes met gerechtjes worden opgediend en de kok in kwestie mag vertellen wat er gegeten gaat worden. Ook hier weer jargon en veel verkleinwoordjes. Een stukje vlees, met een sausje van, op een bedje van. En bij het proeven missen ze dan een ‘zuurtje’ of een ‘bittertje’.

Affijn, waar je mee omgaat wordt je mee besmet. Wiens programma men kijkt, wiens woord men spreekt.

Vrijdagavond zaten we bij Anak Depok, een uitstekend Indisch restaurant hier in Den Dolder. De rijsttafel werd uitgestald en natuurlijk maak je dan een korte inventarisatie. Dit is sateh, hier zit ei in, dit lijkt me een soort van babi ketjap.
Hé, zegt de zoon, is dit gebakken banaan? Maar wat zit er onder?  O, het is gebakken banaan op een bedje van gehaktbal. Nou, dat is in ieder geval beter dan op een bedje van sla!

h1

Vooruit betalen

06/03/2011

Een paar jaar geleden las ik er voor het eerst over op een website: het concept van paying it forward. In feite een Amerikaanse versie van ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Je doet iets voor een ander, er op vertrouwend dat als je het zelf nodig hebt er iemand anders ook jou een helpende hand biedt.
Wat het vooral leuk maakte waren de voorbeelden. Bijvoorbeeld in een restaurant ongevraagd en onverwacht bij het afrekenen ook alvast de rekening betalen voor het tafeltje verderop. En je dan verkneukelen op de verraste blik als ze bij het weggaan merken dat er al betaald is. Geld in een envelop bij iemand in de bus stoppen waarvan je weet dat die het goed kan gebruiken.
Het mooie van deze voorbeelden is dat het gaat om het goede gevoel dat je krijgt zonder dat iemand jou persoonlijk dankbaar moet zijn want die weet niet dat het van jou komt.

Maar het concept gaat nog verder. Stel je komt iemand tegen die net geld tekort komt om iets te betalen: een boek, een treinkaartje, een kop koffie. Je staat achter die persoon bij de kassa of het loket en je legt het verschil bij. In ruil daarvoor vraag je alleen maar of iemand dat in de toekomst als hij het zich kan veroorloven het ook voor een ander doet. In feite wordt het een soort lening maar je mag zelf bepalen aan wie je het ‘terugbetaalt’.

Ik vind dat mooi.

Afgelopen week stond ik op het station van Den Dolder te wachten op de trein naar Utrecht. Het zonnetje scheen maar het was wel ijzig koud. Op het bankje zat een jongen met een grote rugzak. Hij vroeg of er in de buurt misschien een Hema of V&D was. Helaas, die hebben we hier niet. Maar wat had hij nodig dan?
Het bleek dat hij ging lopen van station Den Dolder naar Zeist en hij had geen handschoenen bij zich.
In mijn jaszakken voelde ik de stretch gebreide handschoenen. Paars maar wel warm.
Hij was er blij mee. Het leek wel Sinterklaas zei hij.
En zo voelde ik me ook een beetje.

Wie goed doet, goed ontmoet. Paying it forward. Wat maakt het uit: hij warme handen, ik een warm gevoel.