h1

Leegloper

13/07/2019

Waarom gaat een mens op wandelvakantie?

Een week lang lopen de zoon en de hond en ik straks door de Elzas. Onze enige keuzestress is welke route we die dag gaan lopen. Ontbijt, lunchpakket, diner zijn geregeld. Aan het weer kunnen we niets doen. Telefoons zijn er alleen om eventueel de weg te kunnen vinden.

Stap voor stap lopen we de spieren warm en het hoofd leeg.

Vroeger was het een scheldwoord voor een nietsnut. Nu vind ik het de beste beschrijving van wat ik volgende week ben: een leegloper.

h1

Klavertje

27/05/2019

Wij zijn een familie van cremeren maar sinds kort zijn er twee dierbaren die gekozen hebben voor begraven. Over het graf van mijn schoonmoeder gaan gelukkig haar eigen kinderen maar voor het graf op het Stille Hofje van ‘mijn bejaarde’ voel ik mij verantwoordelijk.

Gisteren was een mooie dag om even langs te gaan, tenslotte was mijn zondagochtend jarenlang voor haar gereserveerd en die gewoonte slijt maar langzaam. Bovendien moet er nog iets met een steen en wat is verder nog nodig om het er verzorgd uit te laten zien zonder dat het onderhoud een nieuwe verplichting wordt?

Met dat idee sta ik daar, te kijken naar het kale zand met aan haar voeteneind het keurige tijdelijke bordje met haar naam, geboortedatum en sterfdatum. Service van het Stille Hofje. Ik ga er even bij zitten, haal herinneringen op aan onze gesprekken.

Zittend kijk ik onder het tijdelijk bordje door en zie opeens iets groens in het zand. Het zal toch niet? Maar het is wel zo: het klavertje heeft de overgang van binnen- naar buitenplant overleefd en staat er fris en groen bij. Er zitten zelfs knoppen in!

Klavertje vier plantje met roze bloemknopjes

Het was het laatste plantje dat zij van haar man kreeg voor hij onverwacht overleed. Zo’n plantje dat je normaal na één keer bloeien weggooit maar dat door haar liefdevolle verzorging het jaar na jaar bleef doen. Ook al leek het soms hopeloos, hingen de blaadjes slap over de rand, toch bleken er altijd weer nieuwe groene knopjes voorzichtig boven de grond te komen.

Ik zei altijd grappend dat haar man zo toch een beetje bij haar bleef. Dat was ook de reden voor het planten van het klavertje op haar graf. En nu is mijn verhaal dat ze samen zijn, dat hij op haar gewacht heeft, en dat ze via het klavertje mij dat nu laten weten.

Nee, ik geloof niet in een leven na de dood.
Maar ik geloof wel in mooie verhalen die weergeven wat je hoopt en voelt.

h1

Alles is anders

27/05/2019

(Dit stukje stond eerder op http://www.zeistermagazine.nl)

57C69D9A-DFA5-47CB-A24D-3FDDBF88A27E

Het is zondagochtend, tijd voor mijn wekelijkse bezoek aan ‘mijn bejaarde’ in De Wijngaard. Maar aan het eind van de straat ga ik niet links maar rechts en in plaats van mijn ‘bejaardenbosje’ bloemen heb ik een potje met een klavertje in mijn handen.

Ze woont namelijk niet meer in De Wijngaard, sinds afgelopen donderdag ‘woont’ ze op het Stille Hofje. Voor die overstap kreeg ze een prachtig bloemstuk mee, een ‘honey-i-blew-up-het-bejaardenbosje’-versie. En vandaag komt daar ook het klavertjes-plantje bij.

Vijftien jaar geleden was dat zo’n beetje het laatste wat haar man voor had meegebracht. Zo’n geluksklaver met zachtroze bloemen die daarna meestal een langzame dood sterft. Niet bij mevrouw Spitse. Zij gaf alles en iedereen altijd een kans om te groeien en te bloeien, ook al duurde dat soms even. Het klavertje bleef, ging soms dramatisch bijna dood maar de eerste nieuwe groene puntjes kwamen dan al door. Zo bleef haar man toch nog een beetje bij haar.

In die vijftien jaar had ze het niet gemakkelijk. Alleen, geen kinderen en beperkte sociale contacten maar eenzaam was ze niet. Lichamelijk stapelde zich langzamerhand het ene ongemak op het andere, ieder met eigen beperkingen en eigen pijn. De hernia en artrose kregen gezelschap van een niet te verwijderen niersteen, chronische blaasontstekingen en als klap op de vuurpijl een doorligwond.

Die last droeg ze zonder lastig te zijn. Ze bleef beleefd en aardig hoewel het zelfs haar soms te veel werd. Dan kon ook zij de pijn niet meer aan en moesten verzorgers er onder lijden. Maar ze bleef ze altijd dankbaar en dat zei ze ook.

Ze mocht aan de morfine maar stelde het uit. Geen pijn meer hebben leek haar heerlijk maar ze moest overtuigd worden dat ze dat ook wel echt mocht en verdiende. En met 96 heb je het eigenlijk altijd verdiend. Vind ik. Uiteindelijk deed de morfine wat hij moest doen: ze kon slapen zonder pijn en lag er ontspannen bij. Toen bleek ook dat de ongelooflijke levenskracht die haar al die tijd had overeind gehouden echt wel op was. Toch sneller dan gedacht gaf haar lichaam toe aan de moeheid en in de nacht van 17 maart kwam de Heer haar eindelijk halen. Het had voor haar al jaren eerder gemogen maar ze had geduld gehad.

Nu ligt ze op het Stille Hofje. Ze heeft geen zorgen meer en ik hoef ook niet meer voor haar te zorgen. Deze zondag heb ik nog één taak: het klaverplantje van haar man krijgt een plekje op haar graf. Zo blijven ze toch bij elkaar.

Lieve mevrouw Spitse, u heeft mij vaak genoeg bedankt. Onze reis samen is nu afgelopen en nu wil ik u bedanken.

Bedanken voor de mooie verhalen uit uw leven.

Bedanken dat u liet zien hoe belangrijk respect, beleefdheid en humor zijn.

Bedanken dat ik mocht helpen om het u af en toe wat makkelijker te maken.

Het ga u goed en ik hoop dat u daar bent waar u graag wilt zijn.

h1

Kip, eend, buizerd, scharrelhaantjes…

24/12/2018

Het is de dag voor kerst, 2018. Op het fornuis staat een kip gaar te worden in bouillon, in de oven doet een eend hetzelfde in groente en zijn eigen vet, in de diepvries ligt een buizerd en in de kliko twee stukke scharrelhaantjes.

De eerste twee staan op het menu voor de kerstlunch van morgen, de andere vogels hebben hun eigen verhaal.

Dat begon gisteren toen er plotseling paniek uitbrak bij de rondscharrelende krielkippen. En eigenlijk begint het verhaal al deze zomer toen een vermiste kip plotseling opdook met zeven kuikens. Waarvan het de afgelopen maanden duidelijk werd dat er vier toch echt haantjes zijn en samen met de ‘oude’ haan zijn dat er vier te veel.

Maar goed, er was paniek, er vloog een haan laag over richting boom en de rest dook weg onder struiken of een heg. Het was even goed kijken maar toen zagen we de oorzaak: een buizerd in de tuin, op de grond. Een korte inspectie van de man des huizes maakte duidelijk dat er één dood haantje in het open kippenhok lag. Waarschijnlijk had de buizerd geprobeerd nog een tweede kip te scoren maar dat had geleid tot de paniek.

Buizerd op hek achter in de tuin

Natuur in de eigen achtertuin, wildbeheer waar we bij stonden. De man des huizes streepte blij één haantje van zijn slacht-to-do-lijstje. Nu was de vraag: wat zou de buizerd doen? Ter plekke aan tafel, meenemen naar huis?

Hij deed een poging tot het laatste en sleepte het haantje door de tuin. Verder was er geen kip te bekennen of te horen, zo slim zijn ze dan ook wel weer. Wegvliegen met zijn buit bleek kennelijk geen optie. Overtollige haantjes scoren was tot daaraan toe maar om de buizerd nu het gevoel te geven dat het vrij winkelen was in onze tuin ging eigenlijk ook te ver. Daarom mocht de hond ook in de tuin en weg was de buizerd.

Vanochtend bij de inspectieronde bleek nog een tweede haantje slachtoffer geworden. Maar de buizerd zelf bleek ook het loodje te hebben gelegd, waarschijnlijk was hij al te verzwakt en daarom niet weggevlogen. Zelfs de dode haantjes waren nauwelijks aangevreten.

“Bel Anna maar dat we een buizerd voor haar hebben.” Anna zet dode vogels en anderen beesten op, als hobby. Ze stuiterde bijna door de whatsapp na mijn bericht: ja, graag en wat kwam het goed uit want een buizerd wilde ze graag voor een expo in het voorjaar. De diepvries was redelijk vol maar kerst in gedachten maakten we plaats in de herberg en nu ligt in de onderste la een buizerd, goed verpakt in een vuilniszak.

Nu nog even op zoek naar drie koningen of ander vervoer naar het noorden van Groningen.

Dode Buizerd ligt op zijn rug tussen de dode bladeren

h1

Dokter Jopie

05/07/2018

De buurvrouw is wat vervelend gevallen in het bos en heeft een winkelhaakwond aan haar onderarm. Net op een plek die ze zelf niet echt goed kan zien en daarom schiet ik te hulp. De huisarts heeft de wond schoongemaakt en gehecht, aan mij de eer om er na twee dagen een nieuwe pleister op te plakken. Het ziet er niet echt jofel uit: duidelijk ontstoken. Met mijn gezond-verstand-medische kennis denk ik hardop met haar mee: de wond moet schoon en dan lijkt een sodabadje nuttig. Het kan in ieder geval geen kwaad. Relativerend duid ik mezelf aan als ‘Dokter Jopie’.

Zo noemden wij dat thuis. Vooral mijn vader kreeg die rol regelmatig. Als gymleraar en eigenaar van een EHBO-diploma kreeg hij vaker te maken met eenvoudige verwondingen en kwetsuren. Hij gaf gezond-verstand-advies, zwachtelde iets in, plakte een pleister en stelde vooral gerust.
Een grote muggenbult? Enkel verzwikt? Hoofd gestoten? Een consult bij dokter Jopie en het ging vast beter.

Mijn buurvrouw intussen moest lachen om die naam maar vertelde de volgende dag dat bij haar vroeger in de buurt in Haarlem een meisje woonde die verpleegster was. Zij noemde alles bij de officiële naam: geen blindedarm maar appendix bijvoorbeeld. Dat vonden ze een beetje dikdoenerij en ze noemden haar ‘zuster Jopie’.

Dat zette mij aan het denken: hoe kwamen wij eigenlijk aan die naam? Navraag bij mijn moeder leverde het volgende verhaal: “Er was eens een buurman die een zuster te logeren had. Die zuster had iets aan een enkel dat niet goed genas. Je vader had daar wel wat voor: zalfje, lapje, bezwerinkje. Omdat tante Roelie zijn naam niet meer wist noemde ze hem dokter Jopie. Zo worden tradities geboren.”

Dezelfde naam in Bussum en Haarlem? Dat klinkt bijna alsof het ergens anders vandaan moet komen? Was het misschien een personage in hoorspel of televisieserie? Of een ander bekend karakter?

Ik vroeg het op Twitter maar dat leverde niets op (anders dan ‘mijn zuster heet Jopie’ en ‘wij noemen dat pleegzuster bloedwijn’).
De man des huizes googlede een andere optie: in het Haarlems Dagblad uit 1900 (!) staat de volgende advertentie:

Oude krantenpagina met advertentie voor Blijspel Dokter Jopoe

En dit komt uit de Groene Amsterdammer uit 1926:

Artikel Groene Amsterdammer

 

Fransche kluchten om meer jongeren naar de schouwburg te trekken. Zou die tante Roelie die vroeger bezocht hebben? Haar zere been was vast ergens begin jaren zestig toen ik zelf nog heel klein was. Ze zal toen best al wat ouder geweest zijn, oud genoeg om in het begin van de eeuw als ‘jongere’ naar “Dokter Jopie” te zijn geweest.

Geen idee, niet meer te controleren maar wel de leukste verklaring.
Op het internet is hier verder niet heel veel over te vinden, anders dan de vermelding in een bibliotheekcatalogus:

Vermelding: Dokter Jopie, voordracht voor heer en dame

Een voordracht voor heer en dame, 8 pagina’s uit 1886. Als auteur alleen de initialen J.R. En de uitgever N.W Lienard Everts maar die bestaat niet meer. Een bedrijf met die naam wel: een groothandel in textiel. Wel weer toevallig: gevestigd in Huizen, de plaats waar ik ben opgegroeid en waar mijn ouders nog steeds wonen.

Toeval? Vast. Een leuk verhaal? Altijd!

h1

Zo praten wij

28/05/2018

We wandelen door Duitsland, de zoon en ik. Dat deden we vorig jaar ook maar dan in Ierland en het gaat daarmee bijna op een traditie lijken.

We kozen voor een stapje zwaarder: rond de 20 kilometer per dag door het heuvelachtige landschap van het Röhrtal. Soms praten we achter elkaar door, soms zijn we ieder met onze eigen gedachten bezig. Of met een leeg hoofd, dat kan natuurlijk ook.

Soms krijg je dit soort conversaties.

Ik zie een vlinder.
“Weet jij nog hoe die vlinders heetten in die serie Under the dome?”
“Emperor?”
“Nee, maar het lijkt er wel op.”

In mijn hoofd loop ik langzaam het alfabet door, een trucje dat vaak helpt bij het herinneren van woorden en namen. Nu ook.

“Monarch! Ook koninklijk…”
“Hm. Emperor zijn natuurlijk die pinguins.”
“Maar dan zouden die tv-serie ‘Under de snowdome’ heten.”
“Mahaam!”

En dit zijn andere vlinders. Ook mooi.

h1

Bejaardenbosje

11/05/2018

Het is een vaste bestelling bij de bloemenkraam op zaterdag: een bejaardenbosje. Dat staat voor: felle kleuren en moet minstens een week staan. Het zijn de bloemen die iedere zondagochtend meegaan naar het verpleeghuis waar ‘mijn bejaarde’ nu al weer 2 jaar naar alle tevredenheid woont. En ze is en blijft dol op bloemen.

Ze wordt prima verzorgd, moet niets, mag veel. Ze hoeft niet ‘gezellig’ naar de huiskamer, ze mag lekker de hele dag in bed blijven liggen als ze daar zin in heeft, er wordt niet gezeurd als ze haar eten niet op heeft maar dan zetten ze andere lekkere dingen voor. Ze is tenslotte 95. Al is ze zelf opgehouden met tellen bij 91 en kijkt ze verbaasd als er vier jaar blijkt te zijn bijgekomen.

Haar ogen worden minder en minder, vandaar ook dat de bloemen lekker fel van kleur moeten zijn. De Telegraaf ligt nog steeds onder handbereik, vooral uit gewoonte want verder dan de voorpagina komt ze niet. MAX Magazine is nu haar belangrijkste houvast – zo houdt ze de dagen nog een beetje bij en weet ze wat er op de televisie is. En een pen – want ze wil altijd iets op kunnen schrijven. Ze klaagt niet snel maar natuurlijk is ze af en toe gefrustreerd: als ‘die jonge meisjes’ niet duidelijk genoeg spreken of ze de alarmknop niet om hebben gedaan. Dan schrijft ze het op een briefje of op de rand van de tv-gids. Ze is wel 95 maar nog niet gek.