h1

Dokter Jopie

05/07/2018

De buurvrouw is wat vervelend gevallen in het bos en heeft een winkelhaakwond aan haar onderarm. Net op een plek die ze zelf niet echt goed kan zien en daarom schiet ik te hulp. De huisarts heeft de wond schoongemaakt en gehecht, aan mij de eer om er na twee dagen een nieuwe pleister op te plakken. Het ziet er niet echt jofel uit: duidelijk ontstoken. Met mijn gezond-verstand-medische kennis denk ik hardop met haar mee: de wond moet schoon en dan lijkt een sodabadje nuttig. Het kan in ieder geval geen kwaad. Relativerend duid ik mezelf aan als ‘Dokter Jopie’.

Zo noemden wij dat thuis. Vooral mijn vader kreeg die rol regelmatig. Als gymleraar en eigenaar van een EHBO-diploma kreeg hij vaker te maken met eenvoudige verwondingen en kwetsuren. Hij gaf gezond-verstand-advies, zwachtelde iets in, plakte een pleister en stelde vooral gerust.
Een grote muggenbult? Enkel verzwikt? Hoofd gestoten? Een consult bij dokter Jopie en het ging vast beter.

Mijn buurvrouw intussen moest lachen om die naam maar vertelde de volgende dag dat bij haar vroeger in de buurt in Haarlem een meisje woonde die verpleegster was. Zij noemde alles bij de officiële naam: geen blindedarm maar appendix bijvoorbeeld. Dat vonden ze een beetje dikdoenerij en ze noemden haar ‘zuster Jopie’.

Dat zette mij aan het denken: hoe kwamen wij eigenlijk aan die naam? Navraag bij mijn moeder leverde het volgende verhaal: “Er was eens een buurman die een zuster te logeren had. Die zuster had iets aan een enkel dat niet goed genas. Je vader had daar wel wat voor: zalfje, lapje, bezwerinkje. Omdat tante Roelie zijn naam niet meer wist noemde ze hem dokter Jopie. Zo worden tradities geboren.”

Dezelfde naam in Bussum en Haarlem? Dat klinkt bijna alsof het ergens anders vandaan moet komen? Was het misschien een personage in hoorspel of televisieserie? Of een ander bekend karakter?

Ik vroeg het op Twitter maar dat leverde niets op (anders dan ‘mijn zuster heet Jopie’ en ‘wij noemen dat pleegzuster bloedwijn’).
De man des huizes googlede een andere optie: in het Haarlems Dagblad uit 1900 (!) staat de volgende advertentie:

Oude krantenpagina met advertentie voor Blijspel Dokter Jopoe

En dit komt uit de Groene Amsterdammer uit 1926:

Artikel Groene Amsterdammer

 

Fransche kluchten om meer jongeren naar de schouwburg te trekken. Zou die tante Roelie die vroeger bezocht hebben? Haar zere been was vast ergens begin jaren zestig toen ik zelf nog heel klein was. Ze zal toen best al wat ouder geweest zijn, oud genoeg om in het begin van de eeuw als ‘jongere’ naar “Dokter Jopie” te zijn geweest.

Geen idee, niet meer te controleren maar wel de leukste verklaring.
Op het internet is hier verder niet heel veel over te vinden, anders dan de vermelding in een bibliotheekcatalogus:

Vermelding: Dokter Jopie, voordracht voor heer en dame

Een voordracht voor heer en dame, 8 pagina’s uit 1886. Als auteur alleen de initialen J.R. En de uitgever N.W Lienard Everts maar die bestaat niet meer. Een bedrijf met die naam wel: een groothandel in textiel. Wel weer toevallig: gevestigd in Huizen, de plaats waar ik ben opgegroeid en waar mijn ouders nog steeds wonen.

Toeval? Vast. Een leuk verhaal? Altijd!

h1

Zo praten wij

28/05/2018

We wandelen door Duitsland, de zoon en ik. Dat deden we vorig jaar ook maar dan in Ierland en het gaat daarmee bijna op een traditie lijken.

We kozen voor een stapje zwaarder: rond de 20 kilometer per dag door het heuvelachtige landschap van het Röhrtal. Soms praten we achter elkaar door, soms zijn we ieder met onze eigen gedachten bezig. Of met een leeg hoofd, dat kan natuurlijk ook.

Soms krijg je dit soort conversaties.

Ik zie een vlinder.
“Weet jij nog hoe die vlinders heetten in die serie Under the dome?”
“Emperor?”
“Nee, maar het lijkt er wel op.”

In mijn hoofd loop ik langzaam het alfabet door, een trucje dat vaak helpt bij het herinneren van woorden en namen. Nu ook.

“Monarch! Ook koninklijk…”
“Hm. Emperor zijn natuurlijk die pinguins.”
“Maar dan zouden die tv-serie ‘Under de snowdome’ heten.”
“Mahaam!”

En dit zijn andere vlinders. Ook mooi.

h1

Bejaardenbosje

11/05/2018

Het is een vaste bestelling bij de bloemenkraam op zaterdag: een bejaardenbosje. Dat staat voor: felle kleuren en moet minstens een week staan. Het zijn de bloemen die iedere zondagochtend meegaan naar het verpleeghuis waar ‘mijn bejaarde’ nu al weer 2 jaar naar alle tevredenheid woont. En ze is en blijft dol op bloemen.

Ze wordt prima verzorgd, moet niets, mag veel. Ze hoeft niet ‘gezellig’ naar de huiskamer, ze mag lekker de hele dag in bed blijven liggen als ze daar zin in heeft, er wordt niet gezeurd als ze haar eten niet op heeft maar dan zetten ze andere lekkere dingen voor. Ze is tenslotte 95. Al is ze zelf opgehouden met tellen bij 91 en kijkt ze verbaasd als er vier jaar blijkt te zijn bijgekomen.

Haar ogen worden minder en minder, vandaar ook dat de bloemen lekker fel van kleur moeten zijn. De Telegraaf ligt nog steeds onder handbereik, vooral uit gewoonte want verder dan de voorpagina komt ze niet. MAX Magazine is nu haar belangrijkste houvast – zo houdt ze de dagen nog een beetje bij en weet ze wat er op de televisie is. En een pen – want ze wil altijd iets op kunnen schrijven. Ze klaagt niet snel maar natuurlijk is ze af en toe gefrustreerd: als ‘die jonge meisjes’ niet duidelijk genoeg spreken of ze de alarmknop niet om hebben gedaan. Dan schrijft ze het op een briefje of op de rand van de tv-gids. Ze is wel 95 maar nog niet gek.

h1

Desondanks ben ik tevreden

04/05/2018

De jaarlijkse stress van ‘de papieren’ en ‘de cijfers’ is weer voorbij: de jaarrekening van Krakeling Communicatie en de belastingaangifte voor 2017 zijn klaar en ingediend.

Boekhouden is niet mijn sterkste punt maar in de afgelopen jaren heb ik een voor mij prettig systeem ontwikkeld voor het bijhouden van de zakelijke inkomsten en uitgaven. Alle facturen (inkomend en uitgaand) zitten in Moneybird en dat levert met één druk op de knop ieder kwartaal de BTW-aangifte op.

In februari begint het verzamelen van alle soorten jaaroverzichten, de WOZ-waarde en andere nuttige papieren. Sommige moeten bij de man des huizes vandaan komen en traditiegetrouw werkt hij zich daarbij zuchtend door de papierstapels op zijn bureau, al mopperend over ‘belasting is diefstal’.

Ieder jaar ben ik er van overtuigd dat we het nu echt in één keer goed hebben aangeleverd bij de accountant. En ieder jaar blijkt er toch weet iets te missen of niet helemaal duidelijk te zijn. Geduldig leggen ze het nog een keer uit en duik ik opnieuw in de bestanden, scans, bonnetjes en bank-apps.

Ook dit jaar moet ik flink bijbetalen. De voorlopige aanslag van begin 2017 was niet passend bij mijn echte inkomsten. Dat wist ik natuurlijk wel en er staat genoeg gereserveerd om straks de definitieve aanslag af te rekenen.

Want het gaat goed met mijn inkomen. En daarmee gaat het ook goed met het inkomen van de overheid. Hieronder de ontwikkeling van 2014-2017: de bruto-sprong omhoog wordt netto een stuk kleiner. De sterkste schouders, etcetera.
Maar we hebben het goed. Zeuren over wat je ‘mist’ doe ik liever niet, ik ben tevreden met wat ik overhou.

h1

Jachthuis Sint Hubertus

25/04/2018

Midden in park de Hoge Veluwe ligt het Jachthuis Sint Hubertus. Als een soort semi-kasteel steekt het intrigerende gebouw van de hand van Berlage boven het maaiveld uit. De man des huizes ontdekte dat er speciale rondleidingen zijn om eens een kijkje binnen te nemen. Daar kozen we afgelopen zondag voor uit.

Iets te vroeg voor de rondleiding maakten we een kort rondje rond de enorme vijver. Die trouwens zo enorm was dat we een heel rondje niet haalden in een half uur en halverwege omkeerden. De vissen zijn trouwens bijpassend enorm.

De toren steekt hoog boven het gebouw en de omringende bomen uit. Bovenin is een kamer maar door het grote kruis bovenaan oogt het als een kerktoren. Daar kom ik straks nog op terug.

De rondleiding begint in de hal, allereerst met een stuk geschiedenis van het echtpaar Kröller-Müller en hoe zij rijk genoeg werden om het enorme stuk land te kopen op de Veluwe. Eenmaal aangekocht kwam er een hek omheen, werden er herten, reeën en moeflons uitgezet en was het privé-jachtterrein gereed.

Het jagen was vooral een aanleiding om belangrijke relaties uit te nodigen voor één of meer dagen, goed voor de zaken en de onderlinge betrekkingen. Om de gasten goed onder te kunnen brengen werd een gastenverblijf gebouwd: het Jachthuis Sint Hubertus. Bouwmeester en architect Berlage had al een behoorlijke reputatie opgebouwd toen hij in dienst kwam van het bedrijf van de Kröller-Müllers. Hij ontwierp kantoren maar ook dit privé-verblijf.

De stijl van Berlage, de Nieuwe Zakelijkheid, straalt er aan alle kanten vanaf. De bakstenen aan de binnenkant zijn geglazuurd. Alleen aan de zichtbare kant want metselspecie houdt niet goed op glazuur. Sommige stenen hebben glazuur op de lange kant, sommige op de korte kant en de hoekstenen aan twee kanten. Een hele puzzel en alle muren zijn dan ook steen voor steen getekend en steen voor steen besteld. Inclusief de ‘speciaaltjes’ zoals de reliëfstenen voor de sierrand en de balkonhekjes. Een soort lego voor gevorderden dus.

Ook de meubels zijn voor een belangrijk deel ontworpen door Berlage. Precies op maat: de pootjes van de kast hieronder passen exact op de tegeltjes van de vloer.

De gids spreekt vooral over Helene Müller, zij heeft veel invloed gehad op het huis. Zij wilde per se gebrandschilderde ramen in de hal waardoor deze extra donker werd. En ze wilden een erker aan haar werkkamer. Dat wilde Berlage niet want dat verstoorde de perfecte symmetrie van de buitenkant van het gebouw.

Maar de erker kwam er: onder protest van Berlage en inclusief zijn ontslagbrief. Het zal de druppel zijn geweest in een volle emmer met verschillen van mening over het gebouw. De gids verhaalt ook van een doorgang boven tussen de gastenkamers die door de lift heen loopt – ook geen origineel ontwerp van Berlage 🙂

En dan die toren met dat kruis. En heel prominent de gebrandschilderde ramen in de hal die het verhaal van Sint Hubertus vertellen. Een edelman met een stormachtig leven die op Goede Vrijdag ging jagen, tegen de kerkelijke regels in. Bij het hert dat hij wilde schieten verscheen plotseling een brandend kruis in het gewei en dat was voor Hubertus het teken om zijn leven te beteren, bij een klooster in de leer te gaan en uiteindelijk de eerste bisschop van Maastricht te worden. Na zijn dood werd hij heilig verklaard en patroon van de jagers.

Een passend verhaal bij een jachthuis en als thema door Helene bepaald. Was zij zo katholiek? Helemaal niet, van huis uit was ze protestants opgevoed en al op jonge leeftijd doet zij afstand van het geloof en de kerk.
En toch kiest zij er voor om haar huis te vernoemen naar een katholieke heilige en er een enorme toren aan te plakken met daarop een groot kruis. Vreemd.

Nog een mooi en beetje raadselachtig verhaal: de Kröller-Müllers mogen maar tien dagen aansluitend in het jachthuis verblijven. Langer mag wel maar dan moet er ‘personele belasting’ worden betaald. En om die belasting te vermijden verkast de familie na tien dagen weer naar één van hun andere huizen in Den Haag en Harskamp. “Dan moest alles weer ingepakt worden,” vertelt de gids. “Maar daar hadden ze natuurlijk hun personeel voor.”
Je hebt dus meerdere, grote, huizen en een gigantisch landgoed maar vertrekt regelmatig tegen je zin alleen om de belasting te vermijden. Ach, wie het kleine niet eert is het grote niet weer zullen we maar zeggen.

Ook eens binnen kijken bij het Jachthuis Sint Hubertus? Hier kun je online reserveren.

h1

De tijd vliegt

19/04/2018

Schrijven is een groot deel van mijn werk en gelukkig vind ik mijn werk leuk. Schrijven voor dit blog is nog leuker omdat ik zelf kan bedenken waar het over gaat. Maar opeens is er bijna een jaar voorbij zonder bloggen. Nu ligt daar vast niemand van wakker hoewel heel af en toe wel iemand zegt de stukjes te missen.

De ideeën zijn er wel. Nog bijna dagelijks zie of hoor ik dingen die me verbazen, laten glimlachen of boven op de kast jagen. Over sommige dingen die mij bezig houden kan ik niet schrijven: omdat het andere personen raakt of te persoonlijk wordt. Het moet natuurlijk wel leuk blijven 😉

Als je iets iedere dag uitstelt ben je zo vele maanden verder, dat blijkt maar weer, Geen beter moment om de draad weer op te pakken dan vandaag, dan is er morgen weer tijd voor een volgend stukje. Of overmorgen. Of volgende week.

h1

Moeder

14/05/2017

Het is vandaag moederdag en ik heb wat goed te maken met de mijne (hoi, mam!). Gisteren pakte Zeska iets te gretig een hondenkoekje aan en nam en passant bijna een vingertop mee. Huisartsenpost, eerste hulp – gelukkig niets gebroken, geen hechtingen nodig maar wel een mitella en paracetamol. Mijn keurig nette moeder loopt dus nu even permanent met haar middelvinger omhoog. Wat de man des huizes dan weer zeer kan waarderen.

Al bijna 56 jaar is zij mijn moeder. En volgens mij bevalt ons dat allebei goed. Natuurlijk is mijn opvoeding het resultaat van twee ouders maar ik ben  wel van de generatie waar vooral de moeder de veilige thuisbasis vormde en de vader dat aanvulde met de leuke dingen zoals spelletjes, stoeien en buiten spelen.

IMG_4062

Mijn moeder las voor, heel veel voor. Gouden boekjes en vooral Annie M.G. Schmidt. Iedere vakantie ging er nieuw boekje mee. Het gedeukte fluitketeltje bijvoorbeeld met de Spree met foeten en de Regenworm uit Sneek. “Luister nooit naar wat je moeder zegt, dan komt het allemaal terecht!”

IMG_4185

Zelf las ze ook veel. Mijn liefde voor lezen en de bibliotheek komt dan ook ongetwijfeld van haar. Er lagen altijd wel twee of drie biebboeken naast haar stoel. Konsalik bijvoorbeeld.

IMG_4422

Dingen zelf maken, dat komt ook van haar. Verjaarstaarten natuurlijk. Appelmoes. Kleren. Geborduurde kerstkaarten. Mijn indianenjurk voor mijn vijfde verjaardag.  Zelf schilderen en behangen. Ze begon met dat soort wonderbehang, dat je door een bak met water moest halen en dan meteen kon opplakken maar later ook met lijm en borstel. De achtertuin van onze kersverse nieuwbouwwoning spitte ze persoonlijk om, zaaide het in met graszaad en liep met plankjes onder de klompen alles netjes plat. Want zo stond het in de boekjes.

Boekjes speelden trouwens ook een grote rol op onze kampeervakanties. De langwerpige ANWB-gids was thuis al uitgeplozen en onderweg las zij voor wat we langs de weg zagen. Mijn vader reed, mijn moeder bepaalde de route. Prima combi.

IMG_4407

Toen mijn broer naar school ging pakte ze haar oude werk weer op en ging gymles geven aan basisscholen via de gemeente. Eén dag in de week maar toch hadden we nu een werkende moeder, iets dat redelijk ongewoon was. Zo kwam ze ook terecht bij de Montessorischool in het dorp en dat bleek een prima match. Het systeem bleek prima te passen bij mijn broertje en mij en we stapten over.
Op de Montessorischool gingen ieder jaar alle klassen op kamp naar Epe en daar moest natuurlijk ook gekookt worden. Op de foto hieronder staat in het midden nog oma Rol maar na een paar jaar nam mijn moeder het voor een aantal kampen over. Haar kapucijnertafel met gehaktballetjes is nog steeds beroemd.
Het betekende wel dat ze af en toe een paar dagen van huis was. Wat in de buurt nog bezorgde vragen opriep of mijn vader en wij kinderen (al op de middelbare school) het wel konden redden zonder haar?

Behalve de kampen ontfermde zij zich ook over de schoolbibliotheek: inkopen doen, coderen, plastificeren en vooral ook uitlenen. Met 50 jaar stopte ze met lesgeven maar de de schoolbieb heeft ze nog lang volgehouden.

IMG_4948

En zonder mijn moeder geen dieren. Allereerst kwam Japie, de Vlaamse reus bij ons wonen. Daarna volgde Dinky, de foxterriër. Er volgden nog wandelende takken, Hammie de hamster, Mickey de parkiet en verschillende generaties woestijnratjes in een terrarium met zand. Officieel van mij en mijn broer maar ze hadden een stuk korter geleefd zonder haar backup.

De constante factor waren vooral de honden. Dinky kreeg gezelschap van Shuffle, een Kerry Blue Terrier. Daarmee begon de gang naar de hondenclub en mijn moeder is er eigenlijk nooit meer weggegaan. Iedere hond ging op cursus, van gehoorzaamheid tot behendigheid. Nog steeds trouwens, inclusief bardiensten. Want eenmaal twee honden gewend is eentje eigenlijk te weinig. Zo kwam eerst Guinness (Softcoated Wheaton Terrier) en daarna Zhari, Yucka en uiteindelijk Tisha (Tibetaanse terriers).

En IMG_6088IMG_7089

IMG_7561

Vakantie betekent kamperen, nog steeds. De tent werd iets groter en later een vouwwagen maar nog steeds trekken ze er samen op uit. Alleen nog in Nederland en met de honden. Mijn suggestie dat het misschien eens tijd wordt voor een huisje wordt geduldig aangehoord en daarna wordt de kar weer gevuld en trekken ze naar het oosten.

IMG_7338

Mijn moeder, die ons leerde met geld om te gaan en ons op het hart drukte altijd op eigen benen te kunnen staan.
Mijn moeder, die met liefde altijd op de kleinkinderen wilde passen en dan bij mij thuis kwam. Waar ik de strijkwas niet voor hoefde te verstoppen omdat ze die alleen deed als ze er zin in had. Waar een onverwacht ziek kind altijd terecht kon (‘schuif maar onder de deur door’).
Mijn moeder, die ongelooflijk trouw is aan vriendinnen en kennissen en ze blijft bezoeken. Die voor iedereen die op vakantie gaat haar speciale notenkruidcake klaar heeft staan of een blik zelf gebakken koekjes. Die denkt aan de verjaardag van onze hond en aan de trouwdag die we niet vieren.
Mijn moeder, die niet zeurt. Ook al moet ze met een geopereerd oog rechtop slapen met haar hoofd voorover. Of met een rechtermiddelvinger in een mitella omdat onze hond haar gebeten heeft.
Mijn moeder, die nog iedere week een uur aerobics staat te doen.
Mijn moeder, die gedichten uit haar hoofd kent en kan sinterklaasrijmen als de beste.
Mijn moeder die altijd zegt dat ze trots is op haar kinderen en kleinkinderen.
Nou, mam, dat ben ik ook op jou!

IMG_7486