Posts Tagged ‘vroeger’

h1

Grote Groene Deur

22/02/2016

De Fabeltjeskrant, nog uit de tijd dat je om zeven uur al had gegeten, onder de douche was geweest en  nog even met natte haartjes mocht kijken naar het kinderprogramma van 5 minuten.

Als kind begreep ik dat het voor mijn ouders minstens zo leuk was om te kijken door de grote-mensen-grapjes die niets met dieren en fabels van doen hadden.

Zo had Bor de Wolf het vaak zwaar te verduren en vertrok af en toe huilend (als een wolf dan hè) het bos in. Daar kon hij kennelijk zijn verhaal kwijt, bij een grote groene deur. Dat snapte ik niet helemaal maar had er wel een beeld bij. In onze bosrijke omgeving zag je regelmatig grote huizen waar de achtertuinen grensden aan het bos. Soms met een hek of een haag. Met een poort. Waarom je daar je problemen zou vertellen was mij niet helemaal duidelijk maar als het Bor kennelijk hielp, wie was ik om daar wat van te vinden?

Pas jaren later snapte ik dat de Grote Groene Deur afgekort kon worden tot GGD.

bordewolf

Advertenties
h1

Selectief geheugen

08/02/2015

Het geheugen is een bijzonder ding: weet je het ene moment echt de naam niet meer van degene waar je tien minuten geleden nog geanimeerd mee stond te praten, het andere moment weet je weer precies dat vandaag de verjaardag is van je oude buurmeisje. Die je in zeker 25 jaar niet meer hebt gezien en waar je al minimaal 35 jaar niet meer op haar verjaardag bent geweest.

Sommige data staan dus onuitwisbaar op je harde schijf.

Zo heb ik ook heel vaak muziek in mijn hoofd. Flarden van liedjes, vrij willekeurig verdeeld over diverse genres.
Vanochtend betrapte ik mijzelf op het zingen van dit liedje, met vrijwel de complete tekst.

Op de lagere school hadden we namelijk ook zingen op het lesrooster staan en dat deden we onder andere met speciale langspeelplaten. Aan de ene kant een kinderkoor dat de liedjes voorzong en aan de achterkant alleen de muziek. Een soort karaoke maar dan zonder meelopende tekst in beeld. De liedjes die ik mij vooral herinner zijn de Kolderliedjes van Toon Hermans. Het Zeurenikske van het filmpje maar ook Snottebelle Margarinet-ta. Bij het zoeken nar dit liedje lijkt het Nottebelle te zijn maar ik weet zeker dat wij Snottebelle zongen. (start op 3.11)

En dan Little, little Ducky, een dierendrama in acht regels:

Little little ducky ducky is not lucky
Swimming in the footballpool little little ducky
Ducky is not lucky swimming in the footballpool
With a kwek kwek kwek and a fissie in the beck
Till the white white christmas comes
And they put ‘m in a pot some like it hot
Kwek, that’s the end of the ducky

De woorden voetbalpool, white white christmas en some like it hot starten automatisch deze plaat in mijn hoofd.

Mooi eigenlijk.

 

h1

Man van weinig woorden

30/11/2014
IMG_3488

Opa Klaas met Evie in nazomer 1988, Huizen

Ik leerde hem kennen in 1979 maar hij kende ons al langer. Als postbode wist hij van heel veel mensen waar ze woonden, of ze een hond hadden en hoe de tuin er uit zag. “Wong? Van de Akkerweg 20? Met dat keffende, springende hondje?”
(Dat klopte als een bus: onze eerste hond zag alle post als iets wat hij naar binnen mocht brengen en waar hij dan een koekje voor kreeg. Dat verklaarde het enthousiaste gespring bij iedere activiteit bij de voordeur. En ook de frustratie als er niet direct iemand klaar stond met de beloning. Dat leidde tot versnipperde kranten, brieven met scheuren en acceptgirokaarten met extra gaatjes.)

Klaas was de vader van de leuke jongen die ik had ontmoet op de dansschool. Hij werd uiteindelijk mijn schoonvader en de opa van mijn twee kinderen. Een echte Huizer, opgegroeid op een boerderij in het oude dorp. Zijn vader overleed nog voordat hij een jaar oud was en zijn oudere broers en zus namen een deel van die taak over. Zijn moeder droeg nog de oude klederdracht en plakte haar haren met een beetje melk vast op het voorhoofd.
Wel gedoopt maar zeker geen kerkganger. Dol op dansen maar op les mocht hij niet – toen hij het stiekem wel deed (bij diezelfde dansschool in hetzelfde bovenzaaltje waar ik zijn zoon ontmoette) werd hij door zijn broer opgehaald en de trap afgeschopt.

Een harde werker, iemand die beweging nodig had. Toen hij moest stoppen als postbode vanwege versleten heupen stortte hij zich op allerlei huishoudelijke klusje. Zo lapte hij iedere week alle ramen, inclusief het raampje van de kelder. Schoenen vond je terug in de schuur, op de krant van vandaag. Hij fietste graag rond door het dorp, soms met als aanleiding een boodschap, en hing in latere jaren graag rond op het oude-mannen-bankje op het Raadhuisplein.

Een man die hield van grapjes. Die het heerlijk vond om op verjaardagen samen met zijn broers over te schakelen op het Huizer dialect omdat ze wisten dat wij dat niet verstonden.
Maar ook een man van weinig woorden. Communicatie was niet echt zijn ding zullen we maar zeggen. Hij hield zich staande naast zijn extraverte Amsterdamse vrouw. Hij hield van goed eten maar trok de grens bij gourmetten. Waar zij zich verheugde op het ‘rommelen met pannetjes’ at hij zijn deel van te voren, opgebakken in de koekenpan.
Ik moest sowieso wennen aan de enorme porties als ik bleef eten maar hij moedigde mij aan: “Je moet goed eten, keind, dat is goed voor je haar.”

Zijn haar: een mooie volle donkere bos, met zorg gekamd, meerdere keren per dag. Zo hield hij ook van mooie kleren. En van de zon. Zodra het maar even kon zat hij bij te bruinen in het zonnetje.

Vanaf 1992 was hij mijn schoonvader niet meer maar bleef hij natuurlijk wel opa van de kinderen. Toen ik na jaren een nieuwe leuke man vond en ze bij ons langskwamen in Den Dolder voor de verjaardag van één van de kinderen zei hij bij het weggaan: “Dat is een goeie, die moet je houden.”

De afgelopen jaren zag ik hem niet meer. De kinderen gingen zelf naar hun opa en oma en ik luisterde naar hun verhalen. Dat het minder ging met hem, dat hij vergeetachtig werd en hij soms oma niet meer herkende. Hij verhuisde van de aanleunwoning naar het verpleeghuisgedeelte. Hij herkende familie niet meer en vond het er niet leuk. Dat verbeterde wat toen hij weer bezig kon zijn en met bezem en blik de gangen rond kon. En hij plagerig met zijn rollator op een halve centimeter langs de voeten van zijn medebewoners reed.

Vorige week is hij niet meer wakker geworden, tachtig jaar oud. Dinsdag werd hij begraven.
Vanachter uit het zaaltje zag ik zijn kinderen en kleinkinderen binnenkomen met zijn kist en ik dacht: wat zou hij trots zijn om ze zo te zien. Een mooi stel, en met prachtig zittend haar. Wij namen afscheid van hem maar zoals zijn dochter zei: hij had eigenlijk zelf in de afgelopen jaren afscheid genomen en was al weg.

Na afloop waren er koffie en broodjes. Zoals het hoort waren er de herinneringen, de anekdotes en verhalen. De schaal met broodjes kwam voor de tweede keer langs. Ik bedankte maar hoorde hem bijna zeggen: ‘Je moet goed eten, keind!’ en ik nam nog een bolletje kaas. Voor Klaas.

h1

Sint Joris en de draak

17/08/2014

Herdenking 15 augustus De Bilt

Vandaag sprak mijn vader bij de herdenking van de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945 over hoe hij de bevrijding had ervaren, 69 jaar geleden.

merapi-na-uitbarsting-19302
Bij zijn geboorte in Jogjakarta, op 29 december 1930, barstte de Merapi uit en volgens de Indonesiërs was dat een goed voorteken.
Toen zijn vader aangifte ging doen in de stad, 18 kilometer van de suikerfabriek waar zij woonden, ging een planter met hem mee. Zijn naam was George Poppink. Mijn opa en oma noemden hun zoon Ronald en op aandringen van de planter kwam daar de tweede naam ‘George’ bij. “Daar zou de jongen later geen spijt van krijgen.”Mijn opa heeft dat verhaal later nog vaak verteld. Met teleurstelling want hij had verwacht dat het geen spijt krijgen iets met geld te maken zou hebben.
Mijn vader ziet ‘George’ nu als een vorm van bescherming en begeleiding die hem veilig door moeilijke situaties heef tgeloodst.

En augustus 1945 was een moeiijke situatie. In het jongenskamp in Ambarawa waar mijn vader zat werd in augustus 1945 de capitulatie van Japan bekend. De kamphekken gingen open en vanzelfsprekend wilde mijn vader als veertienjarige maar één ding: zijn moeder en zusje opzoeken die hij bijna een jaar daarvoor acher had moeten laten in het vrouwenkamp. Toen hij echter de poort uitstapte werd hij tegengehouden door een andere jongen, zijn moeder was al onderweg vertelde hij.
En inderdaad kwam ze samen met zijn zusje van zes aanrijden op een andong, een kar met paard. Samen reden ze naar het station in Ambarawa om met de trein terug te gaan naar Jogja, naar huis.
Het station was druk en vol en de treinen reden niet. Wat te doen? Maar mijn oma was gezien door een werknemer van de plaatselijk Chinese bakker. Daar kenden ze haar omdat ze er af en toe boodschappen kwam doen toen er nog geld was in het kamp. Ze was namelijk verpleegster en begeleidde soms een zieke naar het plaatselijke ziekenhuis. Van mede-kampbewoners kreeg ze dan geld en boodschappenlijstjes mee. Ze ging met één andong heen en kwam er met twee volgeladen exemplaren weer terug.

De Chinese bakker hoorde dat zuster Wong met haar kinderen vast zat op het station en zij meteen: “Ophalen die zuster!’
Ze kregen een warm welkom en een hele kamer voor zichzelf inclusief mandibak: een ongelooflijke luxe na de kampjaren.
De bakker had ook een eethuisje met veel aanloop van Europeanen die graag weer Hollandse kost wilden eten. Hij maakte biefstukken maar veel te doorbakken naar de smaak van mijn oma. Ze nam het van hem over en bakte wekenlang biefstukken op de Hollandse manier voor de klanten en ‘verdiende’ zo haar kost en inwoning.
Mijn vader ziet de hand van George die hem en zijn moeder en zusje bij elkaar bracht en onderdak regelde bij de Chinese bakker.
Ik zie bewijs dat ‘wie goed doet, goed ontmoet’.
De chaos bleef, de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië was begonnen en uiteindelijk waren de bescherming van een bevriende familie en zelfs een voormalig interneringskamp nodig om veilig te zijn. Mijn opa voegde zich bij het gezin vanuit het krijgsgevangenenkamp in Japan en via een Amerikaans opvangkamp in Manilla. De weg terug naar vroeger, naar de fabriek, het oude huis en vooral ook het oude leven, was er niet meer.
Maar ze overleefden. Mijn vader kwam als eerste naar Nederland en ging inwonen bij een oom en tante in Amsterdam, hij moest hoognodig naar school. Over het kamp en de oorlog in Indië werd niet veel gesproken. In Amsterdam zat de hongerwinter nog vers in het geheugen en in ieder geval was het in Indië mooi weer geweest.

Oorlog is chaos. Het einde van de oorlog ook. Heeft George mijn vader er doorheen geholpen? Als een St. George (Sint Joris) strijdend tegen de oorlogsdraak?
Of zegt het meer iets over mijn familie die graag overal verhalen en vergelijkingen van maakt? Want dan gooi ik nog even in de strijd dat wij jarenlang met mijn vader en oma op zaterdag boodschappen gingen doen op de markt van Amersfoort. En als mijn kinderen mee waren dan keken we altijd even naar Sint Joris en de Draak  die op het hele uur tevoorschijn kwamen op het dak van de Boterwaag. Toeval?

Amersfoort_-_Sint_Joris_en_de_Draak_op_de_Boterwaag

h1

Vierde klas

24/05/2014

IMG_2239

De eerste schooldag na de zomervakantie. Vierde klas lagere school, de Theo Thijssenschool in Huizen. Een groot klaslokaal met vijf rijen enkele tafeltjes achter elkaar. Ieder tafeltje had bovenop een richel om pennen in te leggen en een schuifdekseltje met daaronder een inktpot. In de vierde klas was bijna iedereen overgestapt op het schrijven met een balpen maar bij een enkeling werd het potje af en toe bijgevuld uit een grote plastic fles met inkt. Onder het tafeltje een open vak waar je dingen in kon opbergen. Je gum, een pen, een potlood? Ik weet het niet meer. Schriften en boekjes lagen achter in de kast en werden uitgedeeld als een vak op het rooster stond. Het was een grote klas, pakweg veertig kinderen en een onderwijzer die we met meneer aanspraken.

Op die eerste schooldag, het zal dan 1970 geweest zijn, liep een meisje naar voren met een brief in haar hand. Meneer Diemer pakte het aan, las het en deelde toen aan de hele klas mee dat Jellie voortaan Jolet genoemd wilde worden.
Ik was onder de indruk, vooral omdat ik er nog nooit aan gedacht had dat je je naam kon veranderen. Of dat je dat zou willen. Het is dan ook zo’n kleine gebeurtenis die ik nooit ben vergeten.

Zij wel.

Want een maand geleden kwam ik Jolet onverwacht weer tegen, na meer dan veertig jaar. Ik zag haar voorbij komen in de twitterstream rondom TEDx Utrecht waar we allebei waren. We spraken af en hadden heel wat bij te praten.

Ik wist nog van dat briefje bij de naamsverandering. Zij niet maar ze wist mij wel te vertellen dat het zo’n bijzondere klas was omdat bijna iedereen de oudste was thuis. Zij vond de handwerkles leuk, ik kan nog boos worden op dat verplichte breien en haken terwijl de jongens mochten tekenen. Ik wist nog van de musical van de zesdeklassers waar we met een paar kinderen uit de vierde klas mee mochten doen, bij haar begon er vaag wat te dagen.

Beiden wisten we nog van ons schoolreisje naar de Efteling, daar is de foto bovenaan deze pagina  genomen. Jolet is de tweede van rechts op de bovenste rij, ik ben de 1e links in het midden. Bij die foto zie ik weer Hollebollegijs, proef de meegekregen witte bolletjes met gebakken ei en ruik ik het rubber van de zwemtas.

De vierde klas lagere school. De vijfde en zesde klas bracht ik met veel plezier door op de Montessorischool en de meeste van mijn vroegere klasgenoten zag ik niet veel meer. Maar af en toe duiken ze zo maar op. Heerlijk.

h1

Project #91

02/02/2014

Januari stond in het teken van wat tegenwoordig zo mooi mantelzorg heet. De dame van nu alweer 91 werd ziek, lag in het ziekenhuis, is nu in het zorghotel en komt deze week weer thuis. Daar kijkt ze naar uit. “Ik kan niet wachten.”

Dat thuis ziet er ondertussen wat anders uit dan ze gewend was. Nu ze eindelijk de stap heeft gewaagd naar een rollator was het tijd om wat ruimte te maken en ik kreeg carte blanche. Dat betekende het vervangen van de versleten vloerbedekking voor nieuw vinyl, het verwijderen van het oude slaapkamerameublement, het opruimen van kasten en kastjes in de kamer, de keuken en de badkamer en het aanschaffen van een hoog/laagbed en een sta-op-stoel.

Het betekende vooral heel veel ritjes naar de kringloopwinkel. Wat mijn dame is zuinig op haar spullen, bewaart alles dat ook maar even nuttig kan zijn en had graag zaken op reserve. Dat betekende onder andere meerdere CafeDuo’s (de voorloper van de Senseo uit de jaren tachtig) en meerdere strijkbouten waaronder een exemplaar uit de zestiger jaren en twee fonkelnieuwe – voor als de huidige stuk gaat. En bijvoorbeeld wel tien radiootjes, een stuk of zes zaklantaarns, een oude vleesmolen, een nog werkende oude elektrische koffiemolen, drie typemachines, een bridgecomputer uit 1979 en een loodzware naaimachine, in koffer.

IMG_1884

Wie geïnteresseerd is moet zich snel melden bij de kringloopwinkel in Zeist.

Hier kan ik zelf nog geen afstand van doen: een echte, oude verbandtrommel, ook ergens uit de jaren zestig/zeventig. Inclusief mitella.

IMG_1857

Toen ik deze aan mijn dochter liet zien vroeg ze wat het was. “Iets van WonderWoman of zo?”
Bijna goed.

IMG_1890

En hier werd ik echt nostalgisch van: sleutelhangers met miniatuur-boodschappen. Het was meteen weer begin jaren zeventig en ik zag de hele sliert sleutelhangers aan een ketting voor mijn raam. Eigenlijk waren het de voorlopers van de AH-mini’s.

IMG_1892En dit is nog maar het topje van de ijsberg.

h1

Op bezoek

08/10/2013

Vrijdag 4 oktober: dit jaar een ongelukkig samenvallen van Dierendag en Nationale Ouderendag. De hond is gelukkig tevreden met een paar extra koekjes zodat ik wat tijd kan besteden aan het vervullen van een wens van een oudere.

Het is een lieve mevrouw in een rolstoel die ik ophaal bij wooncentrum De Looborch. Zij wil graag naar het graf van haar man. Op mijn vraag of dat op de Algemene Zeister Begraafplaats is schrikt de vrijwilligster even. “Het zal toch wel? Is er nog een andere begraafplaats dan?”
De mevrouw zelf lijkt het ook niet zo te weten. Het gaat een interessante middag worden.
Maar de zon schijnt en we hebben in ieder geval een mooi uitje.

Blij stapt ze in mijn auto maar niet na bewonderend opgemerkt te hebben dat ‘het een prachtige wagen’ is. Ik beaam het van harte.
“Heeft u die al lang?”
“Een jaartje”, antwoord ik.

Ik klap de rolstoel op en stop deze achter in de auto.
“Dus u wilt graag naar het graf van uw man?”, vraag ik.
“Kan dat?”, vraagt ze verbaasd en ontroerd.

We gaan op weg en ik vraag of ik mag weten hoe oud ze is.
“Oh, dat weet ik eigenlijk niet. Negenendertig?”
Ik geef aan dat me dat wat aan de jonge kant lijkt.
“Ik ben in 1931 geboren”, meldt ze opgelucht.
“Dan bent u 82, dat is een mooie leeftijd!”
Ze kijkt duidelijk verrast en een beetje ongelovig.

We draaien de parkeerplaats van de Zeister Begraafplaats op waar het uitermate druk. Overal staan mensen om zich te verzamelen voor een uitvaart.
De rolstoel komt uit de achterbak en ik duw haar richting ingang.
“Weet u waar het graf van uw man is?, vraag ik tegen beter weten in. Ze weet het niet.
Ik vertrouw maar op de medewerkers van de begraafplaats en ben blij verrast met de aanwezigheid van een touch screen.
Ik tik de naam in en keurig verschijnen zijn geboortedatum, sterfdatum en ligplaats, inclusief plattegrond en looproute. Met een druk op de knop krijgen we zelfs een afdruk.
Mijn oude dame houdt het papier goed vast en we gaan op weg. Intussen leest zij steeds weer opnieuw zijn naam en de beide data.

Onderweg heeft ze me al verteld dat hij uit Polen kwam. Beiden werkten ze in de Gero-fabriek: zij op kantoor en hij in de fabriek – maar dat was niet erg. Ze trouwden en kregen geen kinderen, wel veel neven en nichten. Ze gingen ook vaak naar Polen, naar de familie. Inclusief smokkelwaar en dat was soms best spannend.

Intussen rijden we over het pad verder de begraafplaats op.
“Wat is het hier groot, hè? Hoeveel mensen zouden hier liggen?”
Ik schat een paar duizend en ze knikt.

Na even zoeken vinden we het paadje 1995 en het goede graf. Het ligt er nog mooi bij: een grote roze-zwarte marmeren liggende plaat met een staande hoofdsteun. Ze leest de tekst ‘hij is nu thuis’. Opnieuw en opnieuw. Er is zelfs een bijpassende vaas met verweerde kunstrozen die ik wat netter neer zet terwijl ze goedkeurend toekijkt. Op haar aanwijzing veeg ik wat dennennaalden en blaadjes van de steen.
“Wat jammer dat we geen fototoestel bij ons hebben”, verzucht ze.
Ik pak mijn telefoon en vertel haar dat ik daar mooie foto’s mee kan maken.
“Oh, wat fijn.” En ze pinkt een traantje weg.
Haar ogen dwalen af naar een steen verder op. Aan haar ogen mankeert weinig en ze kan de namen prima lezen. “Die heb ik ook gekend. En die ook”, constateert ze.
Dan leest ze weer “Hij is nu thuis”. “Toch jammer dat we geen foto kunnen maken.”
“Oh, maar dat kan wel hoor, kijk met dit apparaatje maak ik foto’s en ik zorg dat u een afdruk krijgt.”
“Echt? Wat fijn!”.
IMG_1553
We lopen nog een klein rondje in de buurt en ze geeft aan nog meer namen te herkennen. Nog één keer lopen we langs haar man. ‘Hij is nu thuis’ leest ze opnieuw en betreurt ook weer opnieuw dat ze geen foto kan maken. En is weer even blij verrast dat ik dat toch voor elkaar kan krijgen.
De plattegrond stop ik in haar tas voor later.

Bij de auto merkt ze op dat het een prachtige wagen is en vraagt hoe lang ik die al heb. “Een jaartje”, zeg ik en ze knikt goedkeurend, dat dacht ze al.

Na een korte stop voor koffie en appelgebak bij het Jagershuys lever ik haar weer netjes af in De Looborch. Vol trots laat ze me haar afdeling zien en het verbaast me niet dat daar een slot met code op de deur zit.
Ik beloof de foto’s toe te sturen, neem afscheid en krijg twee dikke zoenen.

Een wens vervullen is soms zo eenvoudig.
Volgend jaar zeker weer.