Posts Tagged ‘mantelzorg’

h1

Intussen

28/11/2015

“Schrijf je eigenlijk nog wel eens op je blog?”

Te weinig, althans naar mijn eigen zin. Onderwerpen genoeg maar de leuke, luchtige ideeën lijken futiel en oppervlakkig naast alle ‘grote’ onderwerpen die voorbij komen.
De toestand in Syrië, Parijs, Afrika – die zijn nog wel te negeren.

Niet te negeren is het gevoel van schaamte over de houding en het gedrag van sommige landgenoten ten opzichte van het opvangen van mensen die het ongelooflijk minder hebben getroffen. Maar daar wordt al zo veel over geschreven. Aanmelden als vrijwilliger bij het AZC leek mij beter.

Niet te negeren is ook het gevoel van onmacht over de zelfgekozen dood van een bekende. Na jaren van vechten tegen het negatieve, zwarte gevoel dat gelabeld was met PTSD en zelfbeschadiging. Wat zeg je tegen iemand die net zo oud is als jij en vindt dat haar leven voltooid is? Die na jaren van therapie en medicijnen zegt dat het echt niet beter wordt en dat de rust lonkt? We spraken elkaar wel eens via Twitter, we spraken een paar keer af voor koffie en thee, ik haalde de hond een paar keer op voor een rondje door het bos toen zij daar zelf te ziek voor was. Ik had haar zo graag willen helpen om weer van het leven te kunnen genieten, haar te ‘besmetten’ met mijn optimisme. Maar zo werkt dat niet. Bij haar overlijdensbericht voel ik geen schuldgevoel, wel machteloosheid. En bewondering en respect voor haar keuze.

Niet te negeren is het gevoel van mantelzorgdruk als ‘mijn bejaarde’ plotseling achteruit gaat. Lopen gaat niet meer zonder dat iemand erbij is. De weg vinden in het doolhof van zorg is frustrerend. De huisarts verwijst direct naar het Sociaal Team. Het Sociaal Team verwijst naar het CIZ (centraal indicatieorgaan zorg) omdat het lijkt dat het onder de WLZ (wet langdurige zorg) valt. Zo ziet het er simpel uit maar er zitten vele formulieren, telefoontjes, ergernis en lichte wanhoop tussen.
Maar eerlijk is eerlijk: we zitten nu op de juiste plek in het systeem en het loopt als een trein. Op dinsdagmiddag lever ik de aanvraag persoonlijk af bij het CIZ, op vrijdagmiddag maken we telefonisch een afspraak, donderdagochtend is het huisbezoek en binnen een week ligt de definitieve, gewenste indicatie op de deurmat: verzorgings/verpleeghuiszorg. De laatste hobbel is de wachtlijst maar intussen kan de zorg aan huis geïntensiveerd worden.

En gelukkig ook niet te negeren: het plezier van kleine dingen als met je laarzen aan door de plassen lopen, de herfst in alle kleuren, een blije hond in het bos en een frisgeschilderde woonkamer.
Alles komt goed.

IMG_4743

 

h1

Zorg in het echies

04/11/2015

Ik zie haar vaker dan mijn eigen ouders: mijn ‘bezoekbejaarde’. Zo’n tien jaar geleden kwam ik bij haar over de vloer als vrijwilliger: haar man was pas overleden en ze kon wel wat aanspraak en hulp bij de computer gebruiken. Van het een kwam het ander en vele wekelijkse zondagse bezoeken later stel ik mij nu regelmatig voor als haar mantelzorger.

Er zijn geen kinderen, haar laatste zus is een paar maanden geleden overleden, ergens is er nog een nichtje waar een kerstkaart mee wordt gewisseld. Ze is tevreden in haar seniorenflat, haar krant, het bridgen op de computer, de tv en haar puzzels. Voor een introvert is dat meer dan genoeg.
Lichamelijk mankeert ze van alles, in verband met de pijn van diverse kwalen heeft ze veel pijnstillers. Haar geest is helder en haar wilskracht groot. Maar na bijn 93 jaar begint dat laatste ook te slijten.

Ze is niet gevallen, zegt ze, maar van de rand van het bed gegleden. In ieder geval kon ze niet meer opstaan en heeft ze de nacht op de grond doorgebracht, zoekend naar het persoonsalarm dat buiten bereik lag. Zaterdagochtend werd ze door de thuiszorg gevonden. Nu durft ze niet meer zelf te lopen, bang om weer te vallen. Bang om dan iets te breken. Bang om lang te moeten wachten op hulp: het alarm hangt nu dag en nacht om haar nek maar de aanrijtijd is al snel een half uur.

Zaterdag kijken we het even aan. Zondag bel ik de huisartsenpost maar het is niet urgent en levensbedreigend en ze mogen daarvoor niet komen. De dame aan de andere kant van de lijn verontschuldigt zich er keer op keer voor. En ik snap het wel.
De thuiszorg schakelt tandjes bij, gaat creatief om met zorgmomenten, roosters en personeel. Ze halen haar ’s ochtends uit bed, helpen met aankleden en het in de stoel gaan zitten. Daar krijgt ze haar ontbijt en met een paar glazen drinken vertrekken ze om 8 uur. Om twaalf uur komt iemand om haar naar het toilet te helpen, eten voor haar klaar te maken en dan is ze tot half zeven weer alleen. Dan maken ze een boterham, helpen met uitkleden en naar bed gaan.

Maandagmidag komt de huisarts en ook hij kan weinig doen behalve nog een extra pijnstiller voorschrijven. Ze wil niet weg uit haar huis maar ziet ook wel dat het eigenlijk niet anders kan. De huisarts moet doorverwijzen naar het Sociaal Team van de gemeente – die doen eventuele indicatie. Hij bereid ons voor op een procedure van maanden. Als huisarts heeft hij daar verrassend genoeg geen rol in.
Direct na thuiskomst zoek ik op de website van de gemeente het Sociaal Team op en vul het formulier in voor het maken van een afspraak en druk op verzend. ‘Er is een fout opgetreden’. Dan maar de pdf invullen en emailen. Ik zet voor de zekerheid ‘Spoed’ in het formulier, in de email en in het onderwerp. Om 15.36 druk ik op verzend.

Dinsdag komt de fysiotherapeut, die afspraak stond al van voor de verslechtering. Ik ben er ook want zelf kan ze de deur niet open doen. Hij schrikt van het hele verhaal maar komt meteen in actie. Leert haar goed gebruik te maken van de sta-op-stoel, maakt nog meer ruimte, oefent met lopen en adviseert een voetenbank voor haar zere been.
De thuiszorg belt dat ze het voor elkaar hebben om ’s avonds twee keer te komen: dan kan ze vroeger eten en later naar bed.
Onderweg naar huis ga ik langs de kringloopwinkel en koop de enige voetenbank die ze hebben – soms is het wel zo makkelijk als je geen keuze hebt.
’s Middags bel ik de gemeente: ik heb geen ontvangstbevestiging gehad van mijn mail en wil zeker weten dat we in het systeem zitten. De medewerkster aan de andere kant van de lijn vist mijn mail uit de stapel en belooft het dezelfde dag nog door te sturen naar de afdeling. Ik leg nogmaals uit waarom we haast hebben. Ik krijg een uurtje later een mail dat het dossier is aangemaakt, dat zij officieel pas over twee weken een afspraak kan inplannen en dat ze daarom de afdeling heeft gevraagd of het sneller kan.

Vandaag is het woensdag. Om half twaalf ben ik er weer om de fysiotherapeut binnen te laten en de voetenbank af te leveren. Ze loopt iets beter maar durft dat nog steeds niet zonder iemand in de buurt.
Ik ga naar huis en hoop op een telefoontje van het Sociaal Team. Vergeefs.
Het wachten. Dat is nog het ergste.

h1

Project #91

02/02/2014

Januari stond in het teken van wat tegenwoordig zo mooi mantelzorg heet. De dame van nu alweer 91 werd ziek, lag in het ziekenhuis, is nu in het zorghotel en komt deze week weer thuis. Daar kijkt ze naar uit. “Ik kan niet wachten.”

Dat thuis ziet er ondertussen wat anders uit dan ze gewend was. Nu ze eindelijk de stap heeft gewaagd naar een rollator was het tijd om wat ruimte te maken en ik kreeg carte blanche. Dat betekende het vervangen van de versleten vloerbedekking voor nieuw vinyl, het verwijderen van het oude slaapkamerameublement, het opruimen van kasten en kastjes in de kamer, de keuken en de badkamer en het aanschaffen van een hoog/laagbed en een sta-op-stoel.

Het betekende vooral heel veel ritjes naar de kringloopwinkel. Wat mijn dame is zuinig op haar spullen, bewaart alles dat ook maar even nuttig kan zijn en had graag zaken op reserve. Dat betekende onder andere meerdere CafeDuo’s (de voorloper van de Senseo uit de jaren tachtig) en meerdere strijkbouten waaronder een exemplaar uit de zestiger jaren en twee fonkelnieuwe – voor als de huidige stuk gaat. En bijvoorbeeld wel tien radiootjes, een stuk of zes zaklantaarns, een oude vleesmolen, een nog werkende oude elektrische koffiemolen, drie typemachines, een bridgecomputer uit 1979 en een loodzware naaimachine, in koffer.

IMG_1884

Wie geïnteresseerd is moet zich snel melden bij de kringloopwinkel in Zeist.

Hier kan ik zelf nog geen afstand van doen: een echte, oude verbandtrommel, ook ergens uit de jaren zestig/zeventig. Inclusief mitella.

IMG_1857

Toen ik deze aan mijn dochter liet zien vroeg ze wat het was. “Iets van WonderWoman of zo?”
Bijna goed.

IMG_1890

En hier werd ik echt nostalgisch van: sleutelhangers met miniatuur-boodschappen. Het was meteen weer begin jaren zeventig en ik zag de hele sliert sleutelhangers aan een ketting voor mijn raam. Eigenlijk waren het de voorlopers van de AH-mini’s.

IMG_1892En dit is nog maar het topje van de ijsberg.

h1

Overig

11/01/2014

Daar ligt ze dan. Haar grootste angst was altijd om in het ziekenhuis terecht te komen en toch ligt ze er nu. Zelf de regie houden is haar heel wat waard, ze is streng voor zichzelf en verzet zich met hand en tand tegen iedere vorm van betutteling en bemoeizorg.

Ze was de laatste tijd wel steeds erg moe, moest tegen haar wil in soms ’s middags even gaan liggen. Toen de koorts kwam gooide ze de handdoek eindelijk in de ring en liet weten dat ze het niet meer redde in haar eentje. De thuiszorg en de dokter kwamen en zo ligt ze nu toch in het ziekenhuis. Ik ben direct gebeld en vind haar nog beneden bij de spoedopname. Ondanks alles heeft ze het nog steeds goed op een rijtje. De thuiszorg heeft van alles meegegeven en ze laat mij als eerste het teveel aan geld uit haar portemonnee meenemen. En ik moet de afspraak met de fysiotherapeut afzeggen voor de volgende dag. Na de de eerste tests mag ze naar de afdeling op de tweede verdieping. Een aardige dokter, veel vragen, testjes en onderzoek later moet ik haar toch alleen laten.

Bij de receptie van de afdeling vragen ze mij nog even haar en mijn gegevens aan te vullen.
“Bent u een kind of kleinkind?”
“Nee,” zeg ik, “ik ben mantelzorger.”
Ze kijkt in het lijstje maar kan die relatie niet vinden.”Ik zie haar iedere week,” vul ik aan. “In feite zie ik haar vaker dan mijn eigen ouders. Haar enige familie is een bejaarde zus die zelf ook bedlegerig is.”
Ze kijkt nog eens bereidwillig naar haar lijstje. “Sorry,” zegt ze. “Het wordt dan toch ‘overig’ ben ik bang.”

’s Avonds is ze toch weer koortsig en ze heeft ook rilaanvallen gehad. Toch vertelt ze precies wat er is gebeurd en heeft ze ook nog aardig benul van tijd. Ze vraagt om de krant en een nieuw puzzelboek.
En ze klaagt dat ze niet goed bij het kastje kan. Ik vraag wat ze dan zoekt. “De muis”, zegt ze. “Ik dacht vanmiddag: laat ik wat met de computer daar doen.”  En ze wijst ergens naar de muur boven het het bed tegenover haar. “Maar ik kan niet bij de muis en het toetsenbord.”Ik vertel haar dat haar computer toch echt thuis is en niet hier. Ze wil me graag geloven maar ik zie aan haar dat ze eigenlijk niet overtuigd is.

De volgende dag blijkt de boosdoener waarschijnlijk een fikse nierontsteking. In het infuus zit antibiotica. Ze wil nog steeds graag naar huis maar geeft toe dat het wel heel prettig is om zo verzorgd te worden. En voorzichtig maken we vast de afspraak dat ze misschien wat meer hulp moet toelaten. En ik lijk een lichte opluchting in haar ogen te zien.