Posts Tagged ‘oorlog’

h1

Sint Joris en de draak

17/08/2014

Herdenking 15 augustus De Bilt

Vandaag sprak mijn vader bij de herdenking van de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945 over hoe hij de bevrijding had ervaren, 69 jaar geleden.

merapi-na-uitbarsting-19302
Bij zijn geboorte in Jogjakarta, op 29 december 1930, barstte de Merapi uit en volgens de Indonesiërs was dat een goed voorteken.
Toen zijn vader aangifte ging doen in de stad, 18 kilometer van de suikerfabriek waar zij woonden, ging een planter met hem mee. Zijn naam was George Poppink. Mijn opa en oma noemden hun zoon Ronald en op aandringen van de planter kwam daar de tweede naam ‘George’ bij. “Daar zou de jongen later geen spijt van krijgen.”Mijn opa heeft dat verhaal later nog vaak verteld. Met teleurstelling want hij had verwacht dat het geen spijt krijgen iets met geld te maken zou hebben.
Mijn vader ziet ‘George’ nu als een vorm van bescherming en begeleiding die hem veilig door moeilijke situaties heef tgeloodst.

En augustus 1945 was een moeiijke situatie. In het jongenskamp in Ambarawa waar mijn vader zat werd in augustus 1945 de capitulatie van Japan bekend. De kamphekken gingen open en vanzelfsprekend wilde mijn vader als veertienjarige maar één ding: zijn moeder en zusje opzoeken die hij bijna een jaar daarvoor acher had moeten laten in het vrouwenkamp. Toen hij echter de poort uitstapte werd hij tegengehouden door een andere jongen, zijn moeder was al onderweg vertelde hij.
En inderdaad kwam ze samen met zijn zusje van zes aanrijden op een andong, een kar met paard. Samen reden ze naar het station in Ambarawa om met de trein terug te gaan naar Jogja, naar huis.
Het station was druk en vol en de treinen reden niet. Wat te doen? Maar mijn oma was gezien door een werknemer van de plaatselijk Chinese bakker. Daar kenden ze haar omdat ze er af en toe boodschappen kwam doen toen er nog geld was in het kamp. Ze was namelijk verpleegster en begeleidde soms een zieke naar het plaatselijke ziekenhuis. Van mede-kampbewoners kreeg ze dan geld en boodschappenlijstjes mee. Ze ging met één andong heen en kwam er met twee volgeladen exemplaren weer terug.

De Chinese bakker hoorde dat zuster Wong met haar kinderen vast zat op het station en zij meteen: “Ophalen die zuster!’
Ze kregen een warm welkom en een hele kamer voor zichzelf inclusief mandibak: een ongelooflijke luxe na de kampjaren.
De bakker had ook een eethuisje met veel aanloop van Europeanen die graag weer Hollandse kost wilden eten. Hij maakte biefstukken maar veel te doorbakken naar de smaak van mijn oma. Ze nam het van hem over en bakte wekenlang biefstukken op de Hollandse manier voor de klanten en ‘verdiende’ zo haar kost en inwoning.
Mijn vader ziet de hand van George die hem en zijn moeder en zusje bij elkaar bracht en onderdak regelde bij de Chinese bakker.
Ik zie bewijs dat ‘wie goed doet, goed ontmoet’.
De chaos bleef, de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië was begonnen en uiteindelijk waren de bescherming van een bevriende familie en zelfs een voormalig interneringskamp nodig om veilig te zijn. Mijn opa voegde zich bij het gezin vanuit het krijgsgevangenenkamp in Japan en via een Amerikaans opvangkamp in Manilla. De weg terug naar vroeger, naar de fabriek, het oude huis en vooral ook het oude leven, was er niet meer.
Maar ze overleefden. Mijn vader kwam als eerste naar Nederland en ging inwonen bij een oom en tante in Amsterdam, hij moest hoognodig naar school. Over het kamp en de oorlog in Indië werd niet veel gesproken. In Amsterdam zat de hongerwinter nog vers in het geheugen en in ieder geval was het in Indië mooi weer geweest.

Oorlog is chaos. Het einde van de oorlog ook. Heeft George mijn vader er doorheen geholpen? Als een St. George (Sint Joris) strijdend tegen de oorlogsdraak?
Of zegt het meer iets over mijn familie die graag overal verhalen en vergelijkingen van maakt? Want dan gooi ik nog even in de strijd dat wij jarenlang met mijn vader en oma op zaterdag boodschappen gingen doen op de markt van Amersfoort. En als mijn kinderen mee waren dan keken we altijd even naar Sint Joris en de Draak  die op het hele uur tevoorschijn kwamen op het dak van de Boterwaag. Toeval?

Amersfoort_-_Sint_Joris_en_de_Draak_op_de_Boterwaag

h1

Bartje

09/09/2013

Lezen gaat niet zo makkelijk meer, haar ogen tranen veel. Maar met een loep werkt ze nog iedere dag de krant door en op de computer speelt ze online Stepbridge.

Boeken lezen gaat lastig maar sinds een jaar heeft ze een eReader. De letters staan op groot en zo kost het allemaal ietsje minder moeite. Oude boeken heb ik voor haar er opgezet, niet direct vanwege de kosten maar vooral omdat ze daarbij aan vroeger denkt, aan hoe ze als redelijk introvert meisje het liefst op haar kamer zat en boeken las.
Dik Trom, Onder moeders vleugels, Alleen op de wereld: ze heeft ze weer uitgelezen.
Welke boeken zou ik nu voor haar opzoeken? Ze moet er even over nadenken. Mijn suggesties van Gejaagd door de wind, De negerhut van oom Tom en Pride and Prejudice vindt ze prima. En Bartje, vraagt ze, kan dat ook? Tuurlijk.

bartje_kragtweb

Want ik weet uit de verhalen dat ze daar een speciale band mee heeft. In 1944 wordt ze met haar ouders en zusje geëvacueerd uit het gebombardeerde Arnhem. Het bombardement dat haar redt van het Duitse tribunaal in Vught nadat de onderduikers bij hen thuis zijn verraden. Het bombardement waar zij van haar eigen onderduikadres (dat tribunaal was nu eenmaal niet aanlokkelijk) dwars door de stad naar haar huis liep en rende. Tussen de vluchtende Duitsers door, met vliegtuigen zo laag dat ze de piloot kon zien zitten.

Ze haalde het en haar familie ook. Ze kregen een tijdelijk onderkomen in de buurt maar naar enige tijd moesten ze verder en het werd Drenthe. Haar oudste zus woonde in Groningen maar daar was alleen plaats voor haar ouders en zusje. “Ze hadden ook onderduikers dus het was te vol.”
Het werd voor haar een boerderij in Eursinge – daar hadden ze liever een echte evacuée dan iemand die gestuurd werd door de Winterhulp. Om de boerin niet voor de voeten te lopen leerde ze genoeg om de boer en zijn zoon te helpen. Koeien melken en zelfs paarden mennen zodat ze kon mee kon met het oogsten van het koolzaad, voor de dauw moest dat binnen zijn. Ze werd een soort van bezienswaardigheid, die stadse die boerenwerk deed.

Ze woonde daar vlak aan het kanaal en aan de overkant woonde schrijver Anne de Vries. Jazeker, die van Bartje. Het silhouet van Bartje met zijn knapzak was de windwijzer op de schoorsteen. Hij kwam regelmatig koffie drinken op de boerderij. Later woonde hij in Zeist en ze heeft er heel stiekem wel eens aan gedacht om hem op te zoeken.

Maar als introverte en bescheiden vrouw doe je dat niet.