Posts Tagged ‘familie’

h1

Rots, schaar, papier

30/01/2013

Wachten aan tafel, tussen eten en toetje. Die tijd vulden we vroeger vaak op met hele korte spelletjes zoals ‘Rots, schaar, papier’.  Wie het eerste drie punten haalde had gewonnen. En hoefde soms de hond niet uit te laten. Of mocht het eerste douchen, dan hoefde je namelijk niet te dweilen. En iets niet hoeven te doen, hoe klein ook, was en is het streven van ieder kind. Toch?

Leuk spelletje, dat ‘rots, schaar, papier’ en een goede voorbereiding op het casino. Het is eigenlijk pure kansberekening en beide partijen hebben een even grote kans op verliezen of winnen. Rots wint van schaar en verliest van papier, schaar wint van papier en verliest van rots, papier wint van rots en verliest van schaar. Maar eigenlijk was het de kunst om binnen de beperkte mogelijkheden zo onvoorspelbaar mogelijk te zijn voor je tegenstander. En kon die misschien toch net aan je houding  zien dat je achter je rug al een gebalde vuist had? Of maakte je daar toch in een vloeiende beweging een platte hand van? Was twee keer achter elkaar hetzelfde kiezen verstandig of juist onverstandig?

Mijn vader bracht ook een Indische variant in: ‘olifant, mens, mier’. De duim is de olifant en die wint van de mens maar verliest van de mier (die in zijn slurf kruipt), de wijsvinger is de mens en wint van de mier en verliest van de olifant en de pink tenslotte is de mier die dus verliest van de mens maar het wint van de grote olifant.

Wat een mooie moraal eigenlijk: dat de grootsten ook hun zwaktes hebben en de kleinsten hun sterke punten.

Zelf op televisie wordt het spelletje gespeeld, onlangs nog in The Big Bang Theory, maar dan als ‘rock, scissors, paper, lizard, Spock’. Een variant die niet voor mij is weggelegd want die Spock-groet lukt me echt niet. Alle varianten staan hier uitgelegd.

IMG_0761

Laatst moest ik weer eens uitleggen waarom ik Wong heet en daarbij zocht ik mijn telefoon een foto van mijn vader. Het werd er eentje waarop hij met mijn zoon ‘olifant, mens, mier’ speelt. Degene aan wie ik dat vertelde keek mij wat wazig aan. Toen ik vertelde dat het een een variant is op ‘rots, schaar, papier’  bleef de blik even wazig. Nog nooit van gehoord. Een dag later testte ik het bij iemand anders. Die had er ook nog nooit van gehoord laat staan gespeeld. Terwijl ik dit schrijf vraag ik het ook bij de man des huizes na – die kende het ook niet.

Er zijn dus twee soorten mensen in de wereld, zij die zijn opgegroeid met ‘rots, papier, schaar’ en zij die dat hebben moeten missen. Grappig.

h1

Feestdagenjetlag

04/01/2013

En in één keer is het afgelopen met de feestdagen.
Dan hebben we de zondag voor kerst gehad, de zondagen van kerst zelf, de zondag voor Oud en Nieuw, de zondag van 1 januari. Dan zijn de eten-met-familie-dagen voorbij, net als de verjaardag van opa, de verjaardag van oma, oliebollenavond en skischansspringenkijkenmiddag.

Opeens is het weer woensdag, die dan wel weer aanvoelt als een maandag. De nieuwjaarswensen en nieuwsbrieven beconcurreren elkaar in de Inbox, op de voet gevolgd door uitnodigingen voor nieuwjaarsrecepties en -bijeenkomsten.

Het to-do-lijstje bestaat uit een mengeling van goede voornemens en concrete werkactiviteiten. De koelkast is bijna ontdaan van bijzondere kaasjes, de laatste kerstkransjes zijn opgegeten, de vogels in de tuin werken het restant gekregen appelflappen weg.

De administratie van 2012 is op de post naar de boekhouding. De eerste mails van de griffie over de gemeenteraad zijn al weer binnen. De laatste losse touwtjes van vorig jaar zijn (bijna) vastgeknoopt.

Deze eerste werkweek van drie dagen van het nieuwe jaar voelt als een jetlag. De maandag is een woensdag. Oud en nieuw lopen nog door elkaar. De ene helft van Nederland is al weer aan het werk, de andere helft viert nog vakantie.
Maar vandaag is het vrijdag en het voelt ook als een vrijdag. Het gaat goed komen dit jaar.

h1

De hoogste drempel in 2012

31/12/2012

Ik heb een aardje naar mijn vaartje: net als hij leg ik graag veel vast als foto maar blijf zelf het liefste veilig achter de camera. Op zoek naar babyfoto’s van mijn broer en mij keek het kind mee over mijn schouder. “Zijn er ook foto’s van opa van vroeger?” En met mondjesmaat kwam ik ze tegen, die zeldzame plaatjes waar de camera een keer in de handen van iemand anders was.
Diezelfde zoektocht naar familiefoto’s leverde de prachtige portretten op van mijn voorouders. Als gezin hebben wij ons vroeger nooit gewaagd aan zo’n oubollig groepsportret bij een fotograaf in een studio. Ik snap dat wel en toch is het misschien jammer.

Toen ik een tijdje terug in contact kwam met Bea Blauwendraat zag ik de mooie portretten die zij maakt. Niet standaard een groepsfoto tegen dezelfde achtergrond maar passend bij de personen op de foto.

Dat hielp mij over een hoge drempel en ik besloot een familiefoto te laten maken door Bea. De man en kinderen reageerden neutraal positief en zo stonden we een paar weken geleden bij haar in de studio. In een opwelling namen we de hond mee want die is ook deel van ons samengestelde gezin tenslotte.

En dit is wat de generaties na ons als materiaal hebben om een beeld van ons te krijgen. Om te zien of er overeenkomsten zijn in uiterlijk en bouw. Om te lachen om onze gedateerde kleding. Om zich te verbazen over hoe belangrijk die hond kennelijk voor ons was. Om ons als schakel te zien in de familiegeschiedenis.

Intussen hangen we onszelf trots aan de muur.

IngridW

 

 

h1

De mooiste cadeautjes

26/12/2012

Positief en optimistisch: dat is normaal gesproken de bril waarmee ik het leven iedere dag opnieuw bekijk. ‘Tel wat je hebt en niet wat je mist’ is het tegeltje dat ik bij mijn oma uit huis mee mocht nemen en dat past goed bij mij als levensmotto.

Natuurlijk zit niet altijd alles mee. Natuurlijk word ik niet blij van kou en regen, van pech, van tegenslag. Maar dan treedt bij mij al snel de relativiteitstheorie in werking – simpel maar doeltreffend. Zonder winter geen voorjaar. Zonder regen minder waardering voor de zon. Zonder drukte geen vrije tijd. En zonder geven geen ontvangen. Alles is relatief.

Blij word ik als ik een ander kan blij maken. Door iets te geven, al is het maar tijd.
En soms maak ik gewoon mijzelf blij.
Dit zijn een paar van mijn mooiste cadeautjes van 2012:

1. ‘Mijn’ bejaarde dame mocht haar huishoudelijk hulp houden waar ze zo tevreden over is. De organisatie wilde haar graag houden maar dacht zich de verplichte vaste aanstelling (na twee tijdelijke contracten) niet te kunnen permitteren. Na veel overleg, meedenken en aandringen is het gelukt: ze mocht blijven en iedereen is blij. Ik ben vooral blij dat het de broodnodige rust geeft in het hoofd van de negentigjarige. Met stip op nummer 1!

2. Cadeautje van mezelf aan mezelf: de complete Calvin and Hobbes. Kwamen ooit in mijn leven via mijn broer en zijn nooit meer weggegaan. Maakt dat ik jongens en mannen een klein beetje beter begrijp.

calvinneedswhatimselling

3. Een fiets. Voor een kind dat daardoor in Zambia niet meer uren naar school hoeft te lopen. De ‘schuld’ van de Fat Cyclist en beter dan hij kan ik het niet zeggen, bijvoorbeeld hier.
4. Twee uur tijd om mee te lopen met een speciale groep verstandelijk gehandicapten met de Abronarun, samen met collega’s van de gemeenteraad. Een resultaat van de Zeister Beursvloer van Samen voor Zeist. Genoten van het enthousiasme en de ontwapenende blijdschap van de deelnemers en trots op mijn verdiende lichtblauwe T-shirt. In 2013 gaan we nog een paar keer.
IMG_9227
5. Ook van mezelf voor mezelf: de Birdswing. Brengt mijn kantoortuin op één meter afstand van mijn werkplek.

meesje

6. Een echt nichtje, een ‘tantezeggertje’. Het gaat nog wel even duren voor ze dat echt zegt, ze is pas 3 maanden, maar het is leuk zo’n hummeltje waar je genen mee deelt. En dat ook nog eens vernoemd is naar onze oma.

Zo. En dan is het nu tijd voor kersteten-met-familie, deel 2.
Ik denk dat het morgen tijd is voor een zeur- en irritatielijstje. Eén keer per jaar mag dat van mijn optimistische, postieve zelf. Ha.

h1

Persoonlijk

20/12/2012

Dit is de eerste post in de serie terugkijken op 2012 en dat kan niet zonder persoonlijk te worden. Het zijn tenslotte de mensen en personen die het leven de moeite waard maken.

Dichtbij huis
Op de allereerste plaats natuurlijk de man des huizes die zonder al te veel morren iedere avond weer iets lekkers op tafel zet, alleen maar vraagt hoe laat ik ’s avonds weg moet en lief een lichtje aan laat als het weer eens laat wordt.
Hij houdt bovendien als kersvers libertariër de discussie scherp en zorgt dat ik mijn eigen standpunten en mening beter kan verwoorden.
Kinderen worden iedere dag leuker, dat zeg ik al bijna 26 jaar en ik meen het nog steeds. Ze zijn volwassen, staan min of meer op eigen benen en maken mij gepast trots.
Samen met de hond gingen we verleden week op de foto bij Bea, als een echt modern, samengesteld gezin. Wij samen met zijn hond en mijn kinderen en het voelt als onze hond en onze kinderen.

Maar er zijn zo veel meer personen in mijn leven die iets toevoegen. Collega’s uit de gemeenteraad, dwars door partijen en overtuigingen heen. Collega-zelfstandig-ondernemers die ik tegenkwam bij de Open Coffee Zeist, bij Seats2Meet, bij BNI.

Twitter
Een speciale categorie zijn de twitteraars die ik digitaal al sprak maar voor een deel ook in levende lijve tegenkwam en een stukje mee opliep. Iemand als @loestortike die via aardappels voor de moestuin van haar vader en koffie bij Lokaal Victoria een gewaardeerd tegenstander werd voor Ruzzle en Mindfeud. Met haar tweets bezorgt ze regelmatig een glimlach en soms ook een traan. En ons koffiegesprek was de aanleiding voor de bijeenkomst-van-leuke-mensen-uit-de-buurt-van-zeist.
Daar was bijvoorbeeld ook @DBaauw: door het enthousiasme van Denne maakte ik later kennis met haar nichtje Eline, het zorgintensieve meisje in de rolstoel met de prachtigste lach. En mocht ik helpen om voor haar rolstoelbus geld in te zamelen.

Ook via Twitter werd ik trouwe klant van Boekhandel Kramer van Doorn. Had ik hele discussies met Reinout van Chef! en fotograaf Menno Bausch over de reclamebelasting in Zeist. @peterdonker reageert regelmatig op mijn #raadzeist-tweets. En @bakkeralbert heeft er een fan bij. Om er maar een paar te noemen.

Broodfonds
De mensen uit mijn Broodfonds zijn me in het afgelopen jaar dierbaar geworden. Stuk voor stuk bijzondere mensen, met uiteenlopende bezigheden maar met een gedeeld sociaal vertrouwen. Zonder het Broodfonds was ik ze niet tegengekomen en dat zou echt jammer zijn.

Relatief
In de categorie heel speciaal hoort de bejaarde dame waar ik ooit als vrijwilliger binnenkwam om haar te helpen met de computer. Nu speelt ze al jaren online Bridge, mailt ze me af en toe en spreken we elkaar iedere zondag bij de koffie. Zij helpt me om nog meer te waarderen wat ik heb: een goede gezondheid, familie, werk. Negentig is ze nu en eigenlijk had ze het niet willen worden, zo zonder haar man. Maar ondanks dat gemis en de lichamelijke kwalen blijft ze betrokken bij de wereld van vandaag. Ze spelt iedere dag de krant, met een loep want de ogen willen niet echt meer. Ze kijkt iedere dag naar het nieuws en de actualiteitenprogramma’s, met de koptelefoon op want ook de oren zijn niet zo best. Ze is altijd vriendelijk en beleefd en spreekt iedereen met ‘u’ aan.

Alles bij elkaar: het leven is goed. En dat komt voor een belangrijk deel door de mensen.Waarvan ik er heel veel nog niet genoemd heb. Maar dat is niet persoonlijk bedoeld.

h1

Is dichten erfelijk?

05/12/2012

In onze familie is taal wel zo’n beetje ons ding.  Er waren altijd boeken, er werd voorgelezen en zelf gelezen. Iedere vakantie hadden we een nieuwe voorleesboek mee – vaak gedichtjes van Annie M.G. Schmidt. ’s Avonds lagen mijn broer dan in ons slaapzak, op ons luchtbed, te luisteren naar mijn moeder.Stapels boeken heb ik zelf verslonden, helemaal verdiept in de verhalen.
Puzzels – eerst kruiswoord en later cryptogrammen. Talen leren – beetje Latijn, iets meer Duits en Frans en heel veel Engels.

Al dat talige kwam tot een bijzonder hoogtepunt in de eerste dagen van december. Vanaf het moment dat Sinterklaas niet meer voor ons kwam maar we het onderling zelf moesten regelen gold er een belangrijke regel: ieder cadeau met gedicht en/of surprise.

Mijn vader heeft zich geloof ik zelden gewaagd aan het betere knutselwerk maar maakte wel gedichten. Met een zeer vrije vers- en dichtvorm. En in zijn eigen bijzondere handschrift. De korte gedichten voorlezen nam daardoor toch redelijk wat tijd. “Wat zou Sinterklaas hier toch bedoeld hebben?”

Mijn moeder daarentegen leefde zich helemaal uit, zowel in de meest prachtige surprises als in de bijbehorende gedichten. Van limerick tot puntdicht tot eindeloze verhalende rijmen.
Ik kan me nog herinneren dat ik uit school thuis kwam en er in de keuken een heel gedicht aan het kastje hing waarin stond dat ze even boodschappen aan het doen was. En toen ik aupair was in Londen kreeg de hele familie daar een cadeautje met gedicht in het Engels.

Nu, na jaren, blijk ik toch echt een kind van mijn moeder. In december gaan mijn dichtkronkels kriebelen en hoewel mijn kinderen het Sinterklaasvirus ondanks een gedegen opvoeding niet hebben overgenomen doen zich toch gelegenheden voor om te rijmelen.
Dit jaar waren er twee zakelijke Sint-bijeenkomsten waar een gedicht werd gevraagd en ook op Twitter kon ik mijn ei kwijt.En in mijn WongWorks-nieuwsbrief.
Heel even heb ik overwogen om ook dit verhaal op rijm te doen maar het was even op.
Volgend jaar wellicht wel een gedicht…..

h1

Zussen

06/10/2012

Ze zit al klaar met haar jas aan, tas op schoot. Een echte oma-handtas van zwart lakleer met een knip. Het personeel helpt haar in mijn auto en daar gaan we, onderweg naar de binnenstad van Utrecht waar haar zuster woont in een tehuis.

Ik stel af en toe een vraag en zij praat er lustig op los.
“Ja, ik loop niet meer zo snel, ik wordt tenslotte volgende maand 94. Da’s oud hoor. Voor mij hoeft het niet echt maar ja. Hoe lang ik in Zeist woon? Dat weet ik niet precies hoor. Een jaar of 10? Ik vind Zeist niet zo veel aan, ik kom eigenlijk uit Utrecht maar mijn kinderen wonen hier. Het huis is wel goed hoor, ik heb een mooie kamer en het eten is goed. Nou lust ik eigenlijk niet zo veel dus ik laat veel staan. Maar ze doen hun best. Waar ik alleen niet van hou, en ik zeg dat ook hoor want ik kan mijn mond niet houden, wat ik verschrikkelijk vind is dat ze aan mijn spullen zitten. Ik zei het vanochtend nog – jullie moeten met je poten van mijn tas afblijven. Ze stelen echt van alles van me. Ik noem geen namen want ik weet niet wie het doen maar ze zitten aan mijn spullen. Hoeveel portemonnees ik al niet kwijt ben!”

“Mijn dochter zorgt goed voor me hoor maar gisteren was ik wel boos op haar. Ze blijft maar dingen voor me kopen, nu weer een sjaal. Wat moet ik met nog weer een sjaal, ik heb er al zoveel.”

“Weet je wat erg is? Ze hebben de foto van mijn moeder weggehaald. Als ik er wat van zeg dan lachen ze er om maar ik weet zeker dat zij die foto hebben weggepakt. Waar kan die anders gebleven zijn? Ik ben toch niet gek? Ook al word ik 94 in februari. En dat is oud hoor. Ik ken Utrecht goed, heb er altijd gewoond. Met zeven kinderen waren we thuis, nu heb ik alleen mijn zus nog, alle broers zijn dood. Of misschien de jongste niet, dat weet ik niet meer zeker. En mijn zus waar we nu naar toe gaan, die heb ik al zeker een jaar niet gezien. Dat is erg hoor, want we mogen elkaar heel graag. Mijn telefoon hebben ze ook afgepakt, nou ja ik heb hem nog wel maar er staan maar twee nummers in, de rest hebben ze weggegooid. Schandalig is het. Ze lachen er gewoon om. Maar ik hou mijn mond niet hoor, dat heb ik nooit gedaan. Vanochtend nog, toen heb ik het ook gezegd. Ik wilde deze blouse helemaal niet aan, het is een lelijk oud ding, daar ik vroeger de was in. Maar het moest. Ze luisteren niet naar me.”

“Mijn kinderen hebben het goed. Ik heb een zoon en een dochter. Mijn zoon woont eh, in de buurt van Utrecht, De Bilt kan dat? Hij heeft een mooi huis en wel twee auto’s als het er geen drie zijn. Mijn dochter woont bij mij aan de overkant, ze zorgt goed voor mij. Mijn zuster heeft er zeven. Die zei altijd: jij hebt het maar makkelijk met twee. En we waren dol op onze moeder, mijn zus en ik. Haar man, hoe heet ie ook al weer, ik kom er zo wel op, die was ook aardig. En heel handig, een timmerman. Mijn man was ook zo handig: timmeren, behangen, witten dat deed ie allemaal zelf, dan nam ie een snipperdag.”

We rijden het oude Utrecht binnen en ze herkent de Catharijnesingel. Van daaruit rijden we de Lange Smeestraat in, daar woont haar zus in het Bartholomeus Gasthuis. Eén van de oudste ouden-van-dagenhuizen, daterend uit 1367. Onlangs prachtig verbouwd en het heeft weinig van een standaard bejaardentehuis. We worden doorverwezen naar de lift en de tweede verdieping.
De zus woont op een besloten afdeling, op de ruime gang hangen naast iedere deur foto’s van de bewoner: als kind, al jong volwassene, in de bloei van hun leven. Aan het eind van de gang zijn we er, de deur staat open. De zus zit in gedachten verzonken aan tafel, kijkt op en is blij verrast haar zus te zien. We schuiven de stoelen bij elkaar en mijn dag is al goed door de overduidelijke blijdschap en vertrouwdheid van de twee zussen.
Ik leun achterover en luister mee, genietend van het af en toe surrealistische gesprek.

“Ik ben zo blij je weer eens te zien, hoe lang is het ook al weer niet geleden? Jouw kamer is wel klein hoor, dat zou ik erg vinden. Ik? In Zeist is het goed, hoor, mijn kinderen zorgen goed voor me. Jij hebt er zeven, toch, en ik twee. Je weet wel, mijn zoon, ik kom zo wel op mijn naam. En mijn dochter natuurlijk. En jouw kinderen?”
“Ja, nou, nee, goed natuurlijk. Kijk hier de familiefoto. Hier sta jij toch? En dit is, kom hoe heet ie ook al weer? En zij dan natuurlijk. Enne, jeweetwel, van dinges?”

De bezoekende zus buigt zich iets voorover. “Heb jij al bericht gehad van de advocaat? Over die erfenis? Want dat is nu helemaal rond hoor, die erfenis. Jaha. Ik krijg natuurlijk iets meer dan jij, want ik ben de oudste, maar volgende week kan ik het geld ophalen. Die brief had ik in mijn tas maar die hebben ze eruit gestolen, ik had hem zo weggestopt onder een randje maar ze hebben hem toch gevonden. Mijn dochter zegt dat het mijn eigen schuld is, ik moet ook niet zoveel praten. Maar een mens heeft toch recht op privacy, ze mogen niet in mijn tas zitten! Jij hebt toch ook die brief gehad?”

Haar zus kijkt wat twijfelend maar besluit kennelijk dat ze dit ongetwijfeld zou moeten weten en ze laat zich niet kennen. “Ja natuurlijk, die brief, die erfenis. Maar dat gaat bij mij natuurlijk. En dan loopt dat, en die papieren en zo.”
De oudere zus begrijpt het niet maar besluit het te negeren. “Ik ben eruit hoor, ik heb nu besloten hoe ik het allemaal ga verdelen, met de kinderen en zo. Maar jij hebt die brief toch ook gehad, van de notaris? Want het is nu eindelijk allemaal rond hoor.”

We gaan samen naar beneden en drinken in het café daar een kop thee. De ene zus met appelgebak, de andere met cake.
“Ja, dat weet jij natuurlijk nog wel, dat ik nooit wat lustte, vroeger ook al niet. Vandaag hadden we feest, waarvan weet ik niet maar we kregen pannenkoeken. Nou ik zei dat blief ik niet hoor, koude pannenkoeken. Maar toen zei Bert, dat is onze leider, we hebben bij ons in het huis groepjes van tien en hij is onze leider. Best een aardige jongen, hij doet zijn best. Maar hij zei we warmen het op en dat was ook zo. Laatst waren we naar zo’n mooie kerk geweest, echt prachtig. Ik weet niet meer waar het was, ergens voorbij Soest? Daar was muziek en daar waren we voor uitgenodigd. Ik zat helemaal vooraan en daar was geen plaats om je tas ergens op te zetten dus heb ik die naast mijn stoel gezet. En toen hebben ze dus die brief gestolen. Als je goed voelt kun je aan de onderkant merken dat ze hem daar hebben proberen open te maken. Kijk maar.”
Ik kijk maar zie alleen een kras, alsof ze er mee langs de muur geschuurd heeft en zeg dat ook.
Nu twijfelt ze toch een beetje. “Ja, dat kan natuurlijk ook.” Het is duidelijk dat ze haar versie van het verhaal beter vindt.

Het is tijd om te gaan. De ene zus weer naar boven, ik loop met haar mee. “Wat leuk dat mijn zus er is. Haar man was ook altijd zo aardig, en zo handig. Werkt uw man ook?” Ik bevestig dat. “En werkt u ook? Wat doet u voor werk?”
Ik begin te zeggen dat ik zelfstandige ben en iets met market… maar dan ik kijk haar aan en zeg: “Ik werk in een winkel.” Ze knikt blij en begrijpend.


Onderweg terug vertelt de oudste zus nog dat ze het goed heeft financieel. Die erfenis natuurlijk. En dan nog haar salaris en dat van haar man. En wat moet ze er allemaal mee, ze heeft genoeg. Ze denkt trouwens ook dat de kinderen de zaak over gaan nemen, daar waar zij woont. Want de directrice, die heeft er geen plezier in, dat merk je zo. Haar zuster heeft trouwens maar een kleine kamer, dat zou zij nooit willen. Soms is ze wel eens in de war. Laatst nog, toen is ze naar haar dochter gelopen en heeft ze gevraagd waar ze nou heen moest en waar ze nou moest slapen. Was ze helemaal vergeten dat ze zo’n mooi huisje had.

Ik breng haar naar boven, naar haar kamer. “Moet je nou eens kijken, zo prachtig en ruim. En daar is nog een slaapkamer, kijk maar, ik hoop tenminste dat ze opgeruimd hebben. Twee toiletten heb ik, in de badkamer en op de gang.”
Ik zeg dat ik dat thuis niet eens heb en ze kijkt uitermate tevreden.

Ze vraagt hoeveel ik van haar krijg, want ze wil graag betalen. Ik zeg dat ik geen geld hoef, een glimlach en een zoen zijn voldoende. “Nou die kan je krijgen,” zegt ze stralend en ik krijg een dikke pakkerd.