Posts Tagged ‘Den Dolder’

h1

Serious jeu de boules

20/05/2012


Jeu de Boules is een serieuze bezigheid, daar had ik me toch een beetje op verkeken. In het kader van 100 jaar Den Dolder waren er afgelopen week een aantal sporttoernooien en omdat mijn vader zeer regelmatig boult schreef ik ons samen in.

Mijn vader speelt twee keer in de week, het is een clubje senioren (tusssen de 62 en 93 jaar) en het speelterrein is het plantsoen naast het oude gemeentehuis in Huizen. Af en toe doen ze een toernooitje, met prijsjes.

In Den Dolder is Jeu de Boules een onderdeel van sportvereniging DOSC. Er is een buitenbaan en een binnenbaan. Er wordt competitie gespeeld tegen andere verenigingen. Er zijn scoreborden en gooihoepels. Geen idee of dat laatste een goed woord is maar waar je op de camping in Frankrijk met de punt van je schoen een streep trekt zodat iedereen vanaf dezelfde plek gooit, daar hebben ze hier een mooie rode hoepel.

Het was vrijdagavond volle bak bij DOSC en vanwege de twijfelachtige weersomstandigheden speelden we op de binnenbaan. Een prachtige hal met een soort gravel en verdeeld in 16 banen. De organisatie had er voor gekozen om ervaren jeu de boulers van de vereniging te mengen met de amateurs, beginners en andere minder geoefenden.
Er werden nummertjes getrokken en het lot bepaalde baan, teamgenoot en tegenstanders. Mijn vader en ik werden gesplitst. En ik had nog wel zo gerekend op de steun van zijn ervaring en kunde!

Maar in een rap tempo werd ik ingewijd in de spelregels, de puntentelling, de tactiek en de techniek.
Na drie potjes sprak ik geroutineerd over “we liggen op twee punten”, “dat wordt een kwestie van ketsen” en “wordt het plaatsen of rollen?”.
Voor een groot deel was dat theoretisch want ik kon vroeger al belabberd gooien en in de loop der jaren is dat niet veel beter geworden. Gelukkig is er nog zoiets als geluk, mazzel en uitstekende teamgenoten die de boel konden repareren. In de praktijk werden de meeste punten dan ook niet dankzij maar vooral ondanks mij gescoord.

En hoe gezellig het ook was om mee te mogen doen: kijken blijft nog leuker.
De zeer serieuze discussies over de positie van ballen, de meetlintjes, het nonchalant wegwerken van een kuiltje in het gravel en het achter de rug houden van de ballen zodat de tegenstander goed moet tellen om te weten hoeveel er nog in het spel zijn.

Wat dus eigenlijk mist bij DOSC is een terras waar je in de schaduw van de plantanen onder het genot van een glaasje rustig de beste stuurlui aan wal kan zijn.

h1

Betablokker

13/05/2012

Op de middelbare school begon de classificatie: de keuze van het vakkenpakket. En voor mijn gevoel was het vooral of je geschikt was voor Beta of niet. Wiskunde, scheikunde, natuurkunde en, vooruit, biologie: dat waren de vakken die telden. Al het andere was geen Beta en daarmee in feite B-keus.
Stapels boeken lezen, begrip krijgen van de machtsverhoudingen in de wereld, begrijpen wat de invloed is van de plek waar je woont op je manier van leven en niveau van welvaart: allemaal leuk maar echt serieus is het natuurlijk niet.

Cijfers moeten er aan te pas komen, berekeningen, abstracte begrippen, apparaten, proefjes en meetinstrumenten. En nee, jaartallen tellen niet mee als cijfers in deze context.

Mijn hersens zijn niet ingericht op de extreme logica van de beta’s. Mijn terrein is communicatie en taal, psychologie en sociologie. Ik wil weten hoe mensen met elkaar omgaan en waarom ze doen wat ze doen. Ik wantrouw statistieken en economische modellen: gedrag en emotie zijn lastig te vatten in een tabelletje.

Desondanks deel ik met veel liefde het leven met een beta en woonden we samen afgelopen vrijdag een lezing bij over wiskunde. Spreker was onze straatgenoot Frits Beukers, in het dagelijks leven hoogleraar theoretische wiskunde aan de Universiteit van Utrecht.
Hij vertelde wat wiskunde niet is en wat het wel is. Hij vertelde over de schoonheid van priemgetallen en het nut dat ze hebben voor internetbankieren.

En ik kon hem wonderwel volgen. Tot het voorbeeld van de slak op het elastiek.

De slak kruipt 10 cm per minuut in de richting van de sla. Maar iedere minuut trek je het elastiek een meter verder uit. De vraag is of de slak de sla haalt.

Het wiskundige antwoord is ‘ja’ en de slak doet er dan ruim 60.000 minuten over.
Mijn alfa-hersenen snappen daar niets van. Ik zie slakken van touwtjes afvallen, sla verleppen, elastieken breken en ik vraag me af of een slak niet verhongert na 60.000 minuten = 1000 uur = bijna 42 dagen.
Voor een wiskundige geheel irrelevante vragen en gedachten.
En ik zie opeens weer de licht wanhopige blik voor me van mijn docenten op de middelbare school. Ik snapte weinig van hun gedachtengang en zij nog minder van de mijne.

Ik heb inderdaad veel plezier beleefd aan mijn keuze voor het pretpakket. Mijn docenten ook.

h1

Den Dolder in één foto

16/04/2012


Zaterdag, brandweerwedstrijden. Een mix van brandweermensen in uniform, brandweermensen zonder uniform, inwoners zonder uniform en in ieder geval één inwoner met uniform.
Op zijn fiets, met uniformjasje en pet op. Serieus maar toch genietend, vooral van de antieke brandweerwagens. Blij met de groet hier en daar van de ‘echte’ brandweermensen.
Een man met een verhaal, dat kan niet anders.

Voor mij Den Dolder in een notendop.
Mooi dorp.

h1

Groots dorp

15/04/2012

Het mooie van wonen in een dorp dat om en nabij honderd jaar bestaat is dat er nog meer te doen is dan anders. Het is in 2012 zo lang geleden dat de gemeenteraad van Zeist in alle wijsheid besloot om het ontstane dorpje rondom station en zeepfabriek Den Dolder te noemen, daarbij de alternatieve naam ‘Duivendorp’ in de vergetelheid duwend.

En honderd jaar is een leuke aanleiding voor een feestje of, liever gezegd, meerdere feestjes. In maart gingen we van start met toneel, muziek en zang en binnenkort is er een complete sportweek. Gisteren was een soort tussenfase met toneel én sport in de vorm van regionale brandweerwedstrijden.

Meer dan twintig korpsen in de omgeving hielden zich bezig met twee praktische opdrachten. Bij het DOSC-terrein ben ik eerst wezen kijken. Een personenauto was op een tankwagen gebotst. Slachtoffer op de grond en een man klem tussen auto en de flink lekkende tank.

De deelnemende teams weten niet anders dan dat ze met hun wagen zijn opgeroepen voor een 1-1-2-tje. Dat vertelde de mevrouw waar ik naast stond: zij doet medische keuringen voor de brandweer en wist er veel meer van. Zij zag ook meteen dat de stabiele zijligging waarin het slachtoffer werd gelegd helemaal niet zo stabiel was. De mannen, in dit geval  van Montfoort (dat je uitspreekt als Montfóórt begreep ik ook van haar), leken het verder allemaal rustig en weloverwogen aan te pakken.

Zelf genoot ik van de, ongetwijfeld niet direct relevante, details. Er stond bijvoorbeeld verderop een politieagent die denkbeeldig publiek stond weg te houden. En dat deed hij vol overgave: iedere keer als ik in zijn richting keek bleek hij nog steeds tegen het niets met zijn armen te gebaren dat iedereen afstand moest houden. Een mooie rol.
En verder viel mij op dat er met het slachtoffer dat klem zat tussen auto en tank helemaal niet werd gesproken. Iedereen was druk bezig met alle procedures, regels en andere technische zaken maar niemand die even informeerde bij hem of het nog wel ging of uitlegde wat er ging gebeuren.
Maar ja, communicatie is mijn vak en ik kan weer geen branden blussen en mensen redden.

Twee jongetjes schoven, onderweg naar het voetbal, even aan bij het dranghek. Het team van Montfoort was net alles aan het opruimen maar de mevrouw naast mij vertelde hen dat er straks weer een nieuwe ploeg zou komen. “O”, zei een van de jongetjes, “dat is goed hoor, we hebben toch geld genoeg.”
“Jullie bedoelen zeker ‘tijd genoeg'”, zei de mevrouw hoopvol. Het jongetje keek haar nietbegrijpend aan.
Ik zei nog: “Tijd is geld’ dus eigenlijk maakt het niet uit.”  Maar het jongetje was al weg dus zeker weten zullen we het nooit.

De andere oefening was wel spannend voor de teams maar minder voor het publiek. Een kantoor op de Dolderse weg met rook uit de brievenbus. Dat het vroeger een bankgebouw was en er nog een uitgebreide kelder zit waar de voormalige geldstortkoker uitkomt, dat kan je niet direct zien.
Maar de oefening is vooral binnen en daarmee was het als publiek interessanter om te luisteren naar alle professionals, semi-professionals en amateurs in het publiek. En te kijken naar het opruimen.

Het mooiste bewaarde ik voor het laatst: de prachtige oldtimer brandweerwagens. Glimmend rood en koper met trots poetsende eigenaars. Kinderen konden er een rondje op meerijden. Ik aarzelde nog even maar heb het maar op kijken gehouden.


h1

Verboden toegang

26/03/2012

Ze werkt en woont op de Willem Arntzhoeve, als verpleegkundige in opleiding. Het is mooi weer, het is zondag en haar nieuwe collega wil wel wat van de omgeving zien.
Ze stappen op de fiets en al pratend gaan ze er op uit. Zelf kent ze de Veluwe goed van de fietstochten vroeger met haar vader en zusje.
Vanaf Den Dolder rijden ze dan ook het bos in, richting zuidoosten. Het is gezellig en er valt heel wat te kletsen. Het fietst lekker over de verharde weg in het bos hoewel ergens vaag een alarmbelletje rinkelt.

Terecht blijkt even later. Twee agenten, een jonge en een oudere, staan plotseling voor hen. Waar ze denken heen te gaan? Hebben ze het bord verboden toegang niet gezien?
Nee, dat hebben ze inderdaad niet.

De jongste agent wil hen beiden arresteren en meenemen, op verboden terrein en ook nog eens zo dicht bij het vliegtuig van de prins! Hij stelt barse vragen en wordt nog zekerder van zijn zaak als haar nieuwe collega alleen Duits spreekt, ze komt net uit Hongarije en hoopt hier op een betere toekomst.

De oudere agent is milder, hij ziet wel dat ze het bord echt niet hebben gezien. Al geeft ze wel toe dat zo’n geasfalteerde weg in het bos een beetje raar is en zich had moeten realiseren dat er iets niet klopte.
De oudere man praat als Brugman en weet zijn collega te overtuigen. Ze mogen gaan.

Ze kijken om zich heen en zien de vliegtuigen staan, dichtbij staat het toestel van prins Bernhard.
Het is 1949 en ze staan midden op het militaire vliegveld Soesterberg.

h1

SPannend pak

09/02/2012

Bij het synchroniseren van de telefoon kwam ik twee foto’s tegen van vorige week woensdag. Die avond was de start van de feestelijkheden rondom het 100-jarig bestaan van ons dorp Den Dolder.
De buurgemeente De Bilt vierde onlangs het 900-jarig eeuwfeest en de grootste werkgever in het dorp, de Willem Arntshoeve had vorig jaar een feestje vanwege he feit dat de stichter en naamgever 550 jaar gelden werd geboren.

Maar 100 jaar is niet niks en zeker in een dorp met veel verenigingen en activiteiten vraagt het om een feestelijk jaar.

Op woensdag 1 februari was het precies 100 geleden dat de gemeenteraad van Zeist de buurt rondom het station Doldersche weg officieel de naam Den Dolder gaf. Die raadsvergadering werd nagespeeld door gemeenteraadsleden van nu, aangevuld met twee wethouders en de burgemeester. Allemaal heren want het moest wel historisch verantwoord zijn natuurlijk.
De teksten kwamen uit de notulen van weleer, de kostuums uit de lokale kledingverhuurzaak.
Keurige jacquets, vesten, dassen en een enkele hoed: de raadscollega’s zagen er tiptop uit.

Het bleek dat 100 jaar geleden Den Dolder ook nog niet zo volgzaam was en er werd beleefd doch heftig gediscussieerd of het nu Den Dolder (“lijkt teveel op kolder”,”betekent natte grond”) of Duivenhorst (naar de lokale zeepfabriek De Duif) moest worden. Formele discussie, twee keer stemmen en vooral veel stemverklaringen: in feite is er niet veel veranderd verzuchtten de raadsleden in het publiek.

Paul Smink (CDA), verliet de vergadering (in zijn rol dan, hè) en noemde dat later ‘een Veenendaaltje doen’ als referentie naar een collega van de VVD die een paar jaar geleden opeens verdwenen was uit een raadsvergadering om niet mee te hoeven stemmen over een gevoelig onderwerp.

Van te voren had ik mij het meest verheugd om SP-collega Pieter-Wout Duquesnoy in een jacquet. Zijn normale kledingstijl bestaat voornamelijk uit T-shirts, bij voorkeur met ludieke opdruk.
Pieter-Wout had wat moeite met de stijl van toen maar dat was wederzijds: ook zijn kostuum vond het letterlijk ‘spannend’.

h1

Kappen!

21/11/2011

Om de hoek van de doorzonwoning ligt een mooi stukje bos. Niet zo heel groot maar wel goed voor een leuk rondje met de hond. En als we die echt moe willen krijgen (en onszelf ook) dan banjeren we door de zandverstuiving in het midden en gooien met een bal of stok.

Het bos was van niemand. De man van de doorzonwoning vertelt nog wel eens stoer over de tijd dat de eigenaar er een hek omheen wilde zetten maar het ’s avonds door de buurmannen weer werd weggehaald.
Op het drieplaatsenpunt tussen Bilthoven, Bosch en Duin en Den Dolder is het een ideale plek om honden, kinderen en volwassenen uit te laten.

Onderhoud was er niet of nauwelijks. Omgewaaide of gevallen bomen blijven rustig liggen. Alleen als ze  een pad blokkeren komt er wel eens een zaag aan te pas. Prachtige elfenbanken vermolmen de stammen. In het hele bos vindt je overal  beginnende of ingestorte hutten.

In het voorjaar stond er opeens een bordje en bleek ‘ons’ bos van het Utrechts Landschap. En het heet Okkersbos.

In het najaar verschenen er allemaal gekleurde strepen op de bomen. Vooral de vogelkers en amerikaanse eik waren getekend. En de afgelopen weken is het echte werk begonnen.

De bomen stapelen zich op langs de rand van het bos. De paden zijn breder dan ooit door de trekkers die er overheen gereden hebben. De hond weet van gekkigheid niet meer wat ze moet doen met al die stokken….

Op de website van het Utrechts Landschap staat aangegeven dat het gaat om uitdunnen en dat vooral de inheemse planten en de zandverstuiving tot hun recht moeten kunnen komen.

Het doet even zeer maar dan hebben we straks weer een stuk bos dat met recht een naam mag hebben.
Okkersbos.