h1

De dag die je wist dat zou komen

15/02/2014

Deze week elf jaar geleden zag ik Coosje voor het eerst. Enthousiast, nieuwsgierig en springerig stond ze net iets eerder binnen dan de cryptogrammenman. Het werd een gezellige middag. De man dronk bij uitzondering thee (daarna nooit meer) en het oordeel van de puberzoon vatte het goed samen: een coole gast met een leuke hond.

Coosje front

We werden een stel, de man en ik. Hij bracht de hond in, ik de kinderen. Allemaal waren ze al zindelijk.

Bluffend roep ik altijd dat je de kinderen en de huisdieren krijgt die bij je passen. Of die je verdient.
Een intelligente, vriendelijke, eigenwijze en soms zelfs eigengereide hond. Vol energie en zeker de eerste jaren met ingebakken springveren. De man was de baas maar van mijn positie in de rangorde waren we allebei niet zo zeker. En ik werd dan ook subtiel door haar getest – mocht ze los bij het wandelen dan sprong ze snel even in mijn rug of hapte in mijn kuit. Nooit hard maar om even uit te proberen. En ik leerde dat ik dat terug mocht doen, zelfs móest doen. En het hielp. Langzamerhand had iedereen de juiste plek: man, vrouw, hond.

IMG_0837

En een hond met gevoel voor communicatie – de oren spitsend naar bekende woorden, precies wetend hoe ze zonder te bedelen toch kon zorgen dat ze aan haar trekken kwam. Aanvoelen wanneer de jassen aangingen maar ze toch thuis moest blijven (‘pas je goed op het huis?’) of dat er een wandeling in het bos in zat. Altijd in voor een zoekspelletje – dennenappels zoeken die wij vastgehouden hadden of hondenkoekjes in de kamer –  of het zeulen met stokken, hoe groter hoe mooier.

Hoe ze de aanvallende scharrelkrielhaan onder controle hield – met open bek op de grond drukken, wachten tot hij zich gedroeg en dan pas weer loslaten. Geen veertje gekrenkt.

IMG_8258_2

Hoe ze vol protest kon gaan liggen – ieder botje bonkend op de vloer laten afrollen – als ze het er niet mee eens was dat we niet gingen wandelen. Hoe ze met enthousiaste blik kon suggereren dat jij net bedacht had dat ze wel een koekje mocht.

Na die fikse buikoperatie toen ik een nietje op de grond vond. En nog eentje. En nog één. Boven lag een hond die het ‘gympak’ had uitgetrokken en alle nietjes had verwijderd. Alles moest opnieuw gehecht en ze kreeg een kap op. Waarmee ze balorig ons regelmatig in de knieholtes liep.

Verleden tijd is het. Ze zou twaalf worden in april en hoewel jong van geest werd de buitenkant al ouder. Moeilijker opstaan, hier en daar rare bulten. En we spraken theoretisch over hoe het zou moeten – in ieder geval geen pijn en geen behandelingen zonder echte verbetering.

Maandag werd ze ziek, letterlijk zo ziek als een hond. De dierenarts constateerde een fikse ontsteking, waarschijnlijk aan de nieren. Ze somde op wat we eigenlijk al wisten: oud, atrose, rare bulten en daarbij nu de nieren. Pijn had ze, dat was duidelijk. Pijnstillers konden, ontsteking bestrijden ook. Maar de rest zou blijven en ons hoofd wist eigenlijk al het antwoord. Een doorwaakte nacht waarin het alleen maar bergafwaarts ging gaf de doorslag.

’s Middags om half vier zaten we weer bij de dierenarts. Na de eerste injectie kreeg ze al de rust die ze verdiende, na de tweede was ze echt weg.

Het was goed maar het voelde (en voelt) klote. Dag Coosje.

IMG_0908

2 reacties

  1. Ach😦
    Ik wens jou en de cryptogrammenman veel sterkte.


  2. […] begon met het steeds meer missen van een hond in huis, het op wachtlijsten staan voor een ruwhaar hollandse herder en telkens net buiten de boot […]



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: