Archive for mei, 2011

h1

Vandaag is van vroeger

07/05/2011

Vandaag is de dag van vroeger.
Vroeger, vijftig jaar geleden trouwden mijn schoonouders.
Vandaag vieren we dat, met drie kinderen, twee schoondochters en zes kleinkinderen met en zonder aanhang. Maar vooral ook nog met overgebleven broers en zussen.

Pa komt uit een groot gezin uit Volendam, ma uit een gezin van vijf uit Haarlem.

Wij carpoolen met de kinderen vanuit Den Dolder.
“We gaan om half drie hier weg,”  zeg ik tegen mijn dochter.
“Het begint toch pas om vijf uur?”
“Ja, maar die Volendammers zijn er altijd vroeg bij,  grote kans dat ze zelfs al voor vijven zijn.”
Dan roept de man des huizes: “Zeg maar het tegenovergestelde van een Antilliaans feestje!”
Gewoontes en gebruiken. Het is handig als je het weet.

Dus vandaag is van vroeger. We praten, we eten, ik ontmoet weer familieleden waarvan ik na afloop weer vergeet wie ze zijn om dat ze a) op elkaar lijken en b) we ze niet zo regelmatig ontmoeten.
Er worden foto’s gemaakt, we gaan lekker eten en er wordt ongetwijfeld gediscussieerd over de wijn.
Het weer is prachtig. De lokatie ook.
En dat geldt straks ongetwijfeld ook voor de herinneringen.

Pa en ma: gefeliciteerd!

h1

Mijn oorlogsheldin

04/05/2011

Vanavond herdenken wij.

Sinds een paar jaar bezoek een dame van nu 88 die tijdens de oorlog in Arnhem woonde. In de loop der jaren vertelt zei regelmatig over het verleden en dus ook over de oorlog. Zeventien was ze toen die uitbrak. De gevechten bij de Grebbelinie, de evacuatie achter de Waterlinie, weer terug naar huis. Via de Enka kwamen de onderduikers in huis: op een gezin van vader, moeder en twee dochters waren er permanent zes Joden in huis en af en toe een doorganger. Zij begeleidde regelmatig onderduikers van het ene naar het andere adres, haalde bonkaarten op en ging naar de huisarts voor medicijnen. Na de oorlog verbaasden veel familieleden zich erover dat ze nooit iets gemerkt hadden van al die mensen in huis. En toen bleek dat twee van haar oudere broers ook mensen in huis hadden waar zij weer niets van wisten.

Inval
Toch werden ze verraden en kwam er een inval. Op 31 augustus 1944. “We hadden overal oranje afrikaantjes staan vanwege Koninginnedag”. Zij en haar moeder logen tot ze blauw zagen: de mensen in huis waren allemaal familie. “Die Duitser stond al met de deurknop in de hand toen één van de Joodse vrouwen het teveel werd en riep: Ich bin eine Judin”. Eén van de onderduikers rende naar boven en sprong vanaf het balkon de tuin in. De Duitsers schoten hem nog na in het donker maar hij ontkwam en overleefde de oorlog.

De andere onderduikers werden afgevoerd, sommige van hen overleefden, sommigen niet. Mijn mevrouw en haar ouders werden verhoord, er kwam zelfs speciaal een generaal voor bij hen thuis om een tribunaal te houden. Hij was gewond geraakt aan het oostfront, liep mank en was op zich vriendelijk. “Hij zei dat hij zelf en dochter van mijn leeftijd had die hij al jaren niet gezien had. Ik deed net of ik geen Duits verstond maar ik begreep hem best.” Ze kreeg ‘aanzegging voor Vught’ en dook zelf onder. Toen ze na een paar weken haar ouders wilde opzoeken begon net de Slag om Arnhem. “Ik ben helemaal dwars door Arnhem gelopen. Ik zag Duitse soldaten vluchten uit het ziekenhuis, helemaal in paniek. Jonge jongens waren het nog. Overal waren schoten en bommen, ik weet nog niet hoe ik thuis ben gekomen. Vlakbij mijn huis kwam een Engels vliegtuig heel laag over: ik kon de piloot zien zitten, hij had zo’n grote vliegbril op. Toen werd ik pas echt bang.”

Ze evacueerden naar Drente en bij terugkomst was hun huis platgebombardeerd en uitgebrand. “Alles was weg, ik heb alleen nog een Engels leerboek uit de rokende puinhopen kunnen redden.”

Geen oordeel
Na de oorlog kwam de via het balkon gevluchte onderduiker bij hen langs: hij wist wie hen verraden had en vroeg of zij aangifte wilden doen. Haar moeder en zij waren heel stellig: geen denken aan. Het veranderde niets aan het gebeurde en bovendien had diegene een gezin met kinderen en een man die dreigde naar Duitsland gestuurd te worden.

Voor mij is ze een held. Omdat ze deed wat ze vond dat ze moest doen, gewoon voor een ander. Omdat ze er bescheiden over is. Maar vooral ook omdat ze er zo genuanceerd over kan praten: vriend of vijand – het zijn allemaal mensen. Zij zag de onzekerheid en angst van de jonge Duitse soldaten, de heimwee naar familie en kinderen van de ouderen. Het begrip voor moeilijke keuzes in bezettingstijd en de eenvoud van handelen naar je principes.

Daar kan iedereen een voorbeeld aan nemen. Vooral de mensen die nu ruim zestig jaar na de oorlog zo goed weten wie er goed en fout was.
Bij wie weet je zeker dat je veilig zou kunnen onderduiken als het moet?
Mijn lijstje is kort, heel kort.

h1

Praatjes vullen bezuinigingsgaatjes

01/05/2011

Dankzij de banken en de hebberigheid van ons allemaal (wie wilde er nou niet meer rente en rendement) spatte de financieringsbubbel uit elkaar en moeten we nu ook op gemeentelijk niveau flink bezuinigen.

Zeist heeft gelukkig altijd de financiën goed op orde gehad dus valt het relatief mee. Desondanks is zo’n 6 miljoen bezuinigen geen pretje. En ook nog eens structureel dus eenmalig een project schrappen gaat niet helpen helaas.

Nu kun je de ambtenaren aan het werk zetten en plannen laten bedenken waar het dan maar met minder geld toe moet. Maar waarom zou je geen gebruik maken van de kennis, ervaring en kunde van de mensen in ‘het veld’? Die kennen hun vak als geen ander en kunnen het beste vertellen welke keuzes waarom beter of slechter zouden zijn.

Het nadeel? Niemand gaat van de eigen organisatie zeggen dat er eigenlijk te veel geld naar toe gaat. Alle projecten zijn dan zinvol en kunnen eigenlijk niet gemist worden. Laatst kregen we in de gemeenteraad ook een dergelijk rapport: allemaal organisaties die om het hardst verdedigen dat de financiering voor hun projecten heel nuttig en noodzakelijk zijn en dat de negatieve gevolgen van niet voortzetten niet te overzien zijn. Minder geld naar controle schoolverzuim? Levert allemaal voor galg en rad opgroeiende vroegtijdige schoolverlaters op. Minder subsidie voor schoolzwemmen? Dan hoeven we ons niet meer druk te maken over spijbelen want het aantal verdronken kinderen neemt sterk toe.
Vrij vertaald dan.

Dialoog
Daarom vragen we in Zeist ook niet aan iedere organisatie apart wat ze voor ideeën hebben voor de bezuinigingen.
Nee, we vragen ze om mee te doen aan een bezuinigingsdialoog, op initiatief van ‘onze’ D66-wethouder Johan Varkevisser. Dat betekent met zijn allen tegelijk aan tafel (per thema dan) en met elkaar overeenstemming bereiken over wat we willen bereiken in een specifiek werkveld, welke keuzes dat inhoudt en waar er geschoven kan/moet worden met geld om de bezuinigingsdoelstelling te halen.
Er zijn acht groepen en alle voorstellen worden door de wethouders samengevoegd en daarna voorgelegd aan de gemeenteraad. Want die beslist uiteraard. Maar we hebben wel afgesproken dat de voorstellen uit de werkgroepen, die dus zo breed gedragen zijn, worden overgenomen. Tenzij er hele sterke, politieke redenen zijn om er vanaf te wijken. En dan alleen met een hele duidelijke argumentatie en uitleg.

Werkt dat?
Voorlopig wel. Beter zelfs dan menigeen had gedacht of verwacht. De acht groepen tellen samen zo’n 200 deelnemers: vertegenwoordigers van de diverse organisaties maar ook ‘gewone’ betrokken burgers. Met een ambtenaar als Chef de Dossier praten zij over de kerntaken, doelstellingen en waardes van onderwerp. Geen bemoeienis van de politiek of van het ambtelijk apparaat.
Afgelopen donderdag kregen we als raadsleden een presentatie en informatie over het hoe het nu gaat.
Het allerbelangrijkste: de sfeer in de groepen is positief en opbouwend. In het begin moest iedereen wat aan elkaar wennen maar het gaat echt om een gezamenlijke aanpak.
Het proces is op de helft en het moeilijkste gedeelte moet nog komen: het aangeven van de bezuinigingen. Gelukkig gaan alle groepen uit van het principe: minimaal hetzelfde doen met minder geld. Met andere woorden: door meer samenwerking en slimmer organiseren de bezuinigingen compenseren.
De eerste aanzet is er al doordat men, vaak voor het eerst, met collega-organisaties en -betrokkenen aan tafel zit. Er zijn allerlei nieuwe contacten gelegd, netwerken aangehaald en banden versterkt.

Ik zeg: de eerste winst is binnen!