h1

Spreken: zilver of goud?

10/09/2010

Iedereen die mij in het ‘echies’ kent, weet dat praten voor mij geen probleem is. Communicatie is niet voor niets waar ik mijn brood mee verdien en over het algemeen kan ik met spreken goed uit de voeten. Of het nu gaat om een gesprek, interview, vergadering of presentatie.

Waar ik wel moeite mee heb is de raadsvergadering. Daar gaat het niet alleen over dingen zeggen maar vooral ook over wanneer je iets zegt en en hoe. Het is wat vooral door mannen liefkozend het ‘politieke spel’ wordt genoemd. Ik hou van discussies en ga die ook zeker niet uit de weg. Maar bij de vorm van een debat voel ik me nog niet thuis. Het lijkt een beetje op de ‘Stiften’-sketch van Jiskefet: je mag meedoen met een spel maar je krijgt geen grip op de ongeschreven regels, laat staan dat je ze kan toepassen of, beter nog, in je voordeel kan gebruiken.

Het is een kwestie van wennen. Maar eigenwijs als ik ben hoop ik ook iets te kunnen veranderen. Een voorbeeld? Bij ieder onderwerp wil iedere partij het eigen standpunt toelichten en dat is logisch. Tenslotte wil je  je achterban laten weten dat je in de praktijk probeert waar te maken wat je beloofd hebt. Het probleem is dat de standpunten vaak niet heel erg van elkaar verschillen en dat betekent bij tien partijen ook tien keer bijna hetzelfde verhaal.

Hoe los je dat op? Ik heb het laatst geprobeerd door kort aan te geven dat een aantal elementen door collegapartijen al goed waren verwoord en ben daarna kort ingegaan op de accenten die wij wilden leggen. Volgens mij zouden we dat vaker kunnen doen: “Wij van D66 sluiten ons aan bij de argumentatie van het CDA over de verkeersveiligheid voor fietsers, bij GroenLinks over de sociale veiligheid en willen daarnaast zelf graag de aandacht vestigen op het zoveel mogelijk voorkomen van geluidsoverlast voor de aanwonenden”. (En dat is natuurlijk even fictief qua inhoud, collega raadsleden!)

Het woord krijgen en dan gebruiken is één, het interpelleren is weer een andere kunst. Heel direct reageren op de uitspraak van een ander, timing, argumenten en ook nog letten op de anderen partijen. En het is niet alleen je eigen mening maar ook meteen die van je fractie.
Kortom, ik vind het een hele kunst. Maar het is vast te leren.
Ik heb nog zeker drie-en-half jaar.

One comment

  1. Nou begrijp ik waarom de nieuwe D66-fractie zo stil is in de raad: gewoon je mond houden over ingediende moties van de Groene Democraten Zeist en dan TEGEN stemmen. Dan kan je ook niets verkeerds zeggen. Of ben je bang weer met modder te gaan smijten? Beste Ingrid: ik hoop dat je de kunst gaat leren!
    Koos van Gemeren, oud D66-fractievoorzitter en per 26-4-2010 fractievoorzitter Groene Democraten Zeist (afspitsing van de D66-fractie)



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: