Post Tagged ‘herdenken’

h1

Geleende herinneringen

27/04/2012

Ik ben vijftig. Ik ben van na de oorlog en dat wil ik graag zo houden. Herdenken doe ik dan ook op basis van de herinneringen en ervaringen van anderen.

De oorlog bij ons thuis was vooral de oorlog van mijn vader die als jongen door de Japanners als man werd gezien en vanuit het vrouwenkamp werd overgeplaatst naar het mannenkamp. Zijn verhalen gingen over honger en over hard werken. Over de gewone dingen die opeens niet meer gewoon waren: schone kleren, douchen, eten kopen, veiligheid.

In zijn verhaal zaten slechten en goeden – mensen waar de ware aard naar boven kwam. Die anderen hielpen ook al hadden ze het zelf zwaar. Die een oogje dicht knepen als het nodig was. Mijn vader heeft geen hekel aan Japanners: hij heeft een hekel aan Japanners in uniform. En aan de één veel meer dan aan de ander. Hij had ook een hekel aan de nonnen trouwens.

Sinds een aantal jaar hoor ik ook regelmatig over de oorlog in Nederland, in Arnhem. Ze was 18 toen de oorlog uitbrak en voor het gezin waar ze opgroeide was het niet meer dan logisch dat ze onderdak verleenden aan Joodse werknemers van de ENKA-fabriek. Van het een kwam het ander: er kwamen meer onderduikers, soms voor kort en soms voor lang. Daarvoor moesten bonnen worden opgehaald, mensen van het ene naar het andere adres worden gebracht. Het gezin van vier personen bood onderdak aan vijf vaste onderduikers. Uiteindelijk werden ze verraden en stonden de Duitse soldaten aan de deur. Ze praatten als Brugman, de blaren op hun tong en overtuigden de Duitsers dat hun gasten familieleden waren. De soldaten stonden al bij de deur toen de onderduikster het niet meer aankon en riep dat ze een Joodse was. In de paniek wist één onderduiker te ontkomen. Het huis werd doorzocht. Het meisje van begin 20 moest mee naar boven lopen en kreeg een pistool in haar rug. Er kwam een tribunaal bij hen in huis en ze kreeg aanzegging voor Vught. Ze dook onder in de buurt en vluchtte daar weg toen het grote bombardement van de geallieerden begon. Het was september 1944. De vliegtuigen kwamen zo laag over dat ze de piloot kon zien zitten. Met haar familie evacueerde ze naar Drenthe.

Na de oorlog hoorden ze wie hen had verraden. Ze deden geen aangifte. Het ging om een vrouw met kleine kinderen waar de man van dreigde te werk te worden gesteld in Duitsland.
Over de Duitsers is ze ook genuanceerd: “Het waren nog kinderen, ze waren doodsbang”.

Mijn Arnhemse dame, mijn vader: de oorlog heeft op hen heel veel invloed gehad. Ze hebben geleerd over de goede en slechte kant van mensen. En hoe onwetendheid en angst je soms nare keuzes laat maken.

Ik ben van na de oorlog. Ik herdenk op geleende en gekregen herinneringen.
Achteraf weten we precies wat goed was en wat fout. Achteraf hebben we allemaal gelijk.
Ik weet niet wat ik gekozen zou hebben. Ik weet wel wat ik hoop, maar zeker weten doe ik het niet.

En dus herdenk ik de slachtoffers van de oorlog: zij die leden onder hun eigen keuzes en onder de keuzes van anderen. En zij die lijden en geleden hebben onder de veroordeling van de achteraffers en de zekerweters. En denk aan hen voor wie het ‘nog te vroeg’ is om Auke zijn gedicht te laten voorlezen. En probeer niet te oordelen.

h1

Wilhelmus

14/03/2012

Ja, ik ken de tekst van het Wilhelmus, zowel couplet 1 als 6.
Zingen doe ik het zelden. Sportwedstrijden en medailleceremonies zie ik meestal per ongeluk en dan op televisie. Ik hoor ons volkslied, ik kijk licht ontroerd naar zwaar ontroerde sporters en probeer te zien of ze zelf echt meezingen of gewoon een beetje hun mond bewegen. Zelf houd ik mij stil.

Alleen op 4 mei, dan speelt het Wilhelmus wel een rol. Vroeger na de stille tocht in Huizen en tegenwoordig bij het monument in Den Dolder heeft het voor mij ook een mooie functie. Het symboliseert toch de verbondenheid, het samen sterk moeten staan, in goede en slechte tijden.

Ik zing mee, zo goed ik kan, uit volle borst en ongetwijfeld een beetje vals.

Maar alleen het eerste couplet.
Het tweede krijg ik grotendeels niet meer over mijn lippen. Ik los het op door respectvol mee te neurieën.

Het is maar tekst, zeggen velen. Dat van het Duytschen bloed en die Spaanse Koning is toch raar, zeggen ze.
Maar dat kan ik in de historische context plaatsen en heel idealistisch zegt het ook nog eens iets over onze Europese, internationale wortels. En er is veel compensatie in de woorden ‘het vaderland ghetrouwe’, ‘tot in den doet’ en vrij onverveerd’.
Maar ik ga niet zingen dat ik vertrouw en bouw op een god waar ik niet in geloof. Misschien vind ik het daarom zo hypocriet klinken.
Dus ik neurie. En haak weer in bij ‘de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwond’.

‘T is maar goed dat ik geen burgemeester wil worden.

h1

Tussenin

24/12/2011

Onze doorzonwoning staat in een rijtje, het is een tussenwoning. Dus toen ik hier kwam wonen, hoorden de buren aan beide kanten bij de deal.
Lieve, makkelijke buren. Goede buren. Van die buren waar je altijd terecht kan voor dat ene ei dat je tekort komt, die de pakjes aannemen als je niet thuis bent, die niet zeuren over de krielkippen in hun tuin.

Oudere buren ook. Meer dan een jaar geleden namen we afscheid van de buurman aan de ene kant. Gisteren van de buurvrouw aan de andere kant.

Fysiek zijn ze er niet meer. Maar de buurman hoor ik nog regelmatig zijn liedje fluiten. Of over het muurtje vragen wat wij voor lekkers gaan eten. En ook de buurvrouw, met haar schorre stem en twinkelende ogen, zij blijft ongewijfeld nog lang in de buurt.

h1

Gisteren, lang geleden

08/07/2011


Als zo’n vijftigste verjaardag dan toch als een mijlpaal voelt, kun je er net zo goed op plaats nemen, een zucht van verlichting slaken en even terugkijken. Wim Sonneveld stak er een saffie bij op maar daar begin ik niet meer aan.

Het geheugen is een raar ding. Beelden, geuren, smaken en gevoelens liggen opgeslagen in hersencellen die pakweg iedere zeven jaar vernieuwd worden. Dezelfde herinneringen in nieuwe dragers en toch blijven ze kloppen. Want de foto’s blijven dezelfde en de verhalen zijn voor familie en vrienden even bekend.

Van je jongste jaren onthoud je eigenlijk niets, de eerste flarden die ik kan plaatsen zijn van de kleuterschool. Op mijn zesde zijn we verhuisd en dat maakt het makkelijker om herinneringen te plaatsen in de tijd. De flat was van voor zes en in Bussum, daarna was het Huizen. Met verschillende lagere scholen en dat helpt ook wel weer.
Begonnen op de Jan Ligthartschool met Aap, noot, mies en inktpotjes. Op een dag vroeg de juf wie er bleef na de zomervakantie en ik stak mijn vinger op. Nee, ik ging naar de nieuwe school en dat was voor mijn ouders ook nieuws geloof ik. De zegeningen van een groeigemeente en een nieuwbouwwijk.
De twee laatste klassen van de lagere school bracht ik door op de Dr. Maria Montessorischool. Mijn moeder leerde dat systeem kennen door de gymlessen die ze er gaf. Mijn broertje zou het er waarschijnlijk beter naar zijn zin hebben dan in de grote klas van veertig zesjarigen. Of overstappen voor mij goed zou zijn? Het hoofd van de oude school wist het zeker: als ik bij hen zou blijven kon het misschien wel HAVO worden, via de Montessorischool werd het zeker Huishoudschool. En dus stapte ik over.

Als de dag van gisteren herinner ik me schoolbanken van de Jan Lighthartschool, het leesboekje over een eekhoorn op de Theo Thijssenschool en de prachtige materialen op de Montessorischool. In het halletje hingen geglazuurde tegels met de namen van de kinderen erop uit de beginperiode – precies op die plek wonen nu mijn ouders in hun nieuwe huis.

Het gekke is dat ik vooral de kleine dingen heb onthouden. Een voorwerp, een geur, een situatie  en als een echte flashback ben ik even terug in het verleden.

Vijftig jaar, het lijkt zo kort en zo lang tegelijk.
Morgen vier ik feest, stap over de drempel, laveer langs de mijlpaal en ga door met het genieten. En het creëren van mooie, nieuwe herinneringen.

Proost!

h1

Verbaasd

05/07/2011

Nog een paar nachtjes slapen en dan ben ik jarig. Niet meer met dat spannende gevoel van de eerste pakweg 20 verjaardagen. Waar je al dagen met spanning toeleeft naar die ene dag dat je in het middelpunt staat, cadeautjes krijgt, mag kiezen wat er gegeten wordt. “Ik ben jarig dus ik mag lekker alles” – gelukkig was ik heel braaf maar het kenmerkt het jarige gevoel dat voor één dagje de wereld om jou draait.

Verjaardagen worden langzamerhand minder spannend en na je achttiende levert het ook net zo veel extra meer op aan privileges. In de twintig zag ik om mij heen paniek ontstaan over het dertig worden maar zelf vond ik het niets speciaals. Veertig idem dito.

Mijn oma vond het heerlijk om jonger te worden geschat dan ze was en betaalde liever het volle pond dan gebruik te maken van haar 65+-kaart. Ze vond het prachtig dat men dacht dat ze stopte met werken als slaapwacht in een seniorenflat (‘bij die oude mensen’) omdat ze vijfenzestig was maar het was tien jaar meer.
Later, toen ze echt oud was, koketteerde ze weer wel met haar leeftijd. “Hou oud denkt u dat ik ben? Nee hoor, ik ben al negentig!”

En ik? Ik ga vervroegd mijn oma achterna. Een beetje. Want regelmatig wordt ik jonger ingeschat dan ik ben en dat voelt prettig. Ook al komt dat wellicht doordat ik me niet volwassen genoeg gedraag.

Maar ik verbaas mezelf hoe ik aanhik tegen die vermaledijde vijftig.
Vijftig. Man! Oude mensen zijn vijftig. Abrahams, Sarahs en potten mosterd komen in mijn nachtmerries voorbij.

Gelukkig ga ik het vieren  met een high tea midden op de Lage Vuursche, Met een heel leuk, gemeleerd gezelschap van familie, vrienden, oud-collega’s, twittercollega’s en andere bekenden. En samen vormen die een mooi beeld van mijn vijftigjarig levenspad.
Shit, wordt ik ook nog eens sentimenteel op mijn oude dag! :-)

h1

Mijn opa Wong

15/05/2011

Mijn opa aan de Wong-kant werd geboren in 1897 geboren in Suriname, werd machinist op de grote vaart, ontmoette mijn oma in Amsterdam en samen gingen zij naar Djokja omdat daar eind jaren twintig werk voor hem was als machinist op een suikerfabriek.
Mijn vader werd er geboren in 1930, zijn zusje negen jaar later. Het werd oorlog en via het KNIL kwam hij terecht in een Japans krijgsgevangenkamp en werkte in een mijn in Japan. Na de oorlog werd hij herenigd met mijn oma en zijn kinderen. Hij was toen al eind veertig en zag met de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesie alles wat hij had opgebouwd verdwijnen. Eenmaal terug in Nederland kreeg hij gezondheidsklachten en zat ook nog eens zonder werk. In Suriname kon hij aan de slag op een suikerplantage maar hij werd daar gezien als een deserteur, een halve Nederlander die even kwam vertellen hoe het moest. Na dit mislukte project en weer terug in Nederland kreeg hij te maken met de onafhankelijkheidsdrang van mijn oma. Zij had zich altijd, zij het gezien haar karakter ongetwijfeld met moeite, geschikt naar zijn wensen maar tijdens de oorlog had ze,  ondanks de gevangenschap door de Japanners, de zelfstandigheid geproefd.
Zij wilde een scheiding en kreeg die. Hij trok zich nog verder terug in teleurstelling: last van zijn hoofd, de wrok en schande van een vrouw die hem verlaten had, geen werk.

Ik kende hem niet anders dan wonend drie hoog achter in De Pijp: nu de place to be maar toen nog echt de onderkant van de woningmarkt. Drie steile trappen in een donker trappenhuis met een touw langs de leuning om van bovenaf de deur te kunnen openen, een klein halletje, een kleine wc annex douche, een keukentje en een woon/slaapkamer met opklapbed. Vanuit het raam had je uitzicht op de kleine stadstuinen en hoe langer je keek, hoe meer katten je zag.
Werk kreeg hij niet meer maar hij zorgde goed voor zichzelf. Hij was altijd keurig in het pak met glimmende gepoetste schoenen. Hij kookte iedere dag voor zichzelf in van die grijsgewolkte pannetjes.

Toen mijn broer en ik nog klein waren was hij de opa die met ons tekende en die verhalen vertelde over de paashaas die hij tegengekomen was. Wij werden ouder maar zijn verhalen bleven hetzelfde. Bezoekjes werden steeds meer een verplichting. Dat het wederzijds was bleek wel uit zijn verzuchting toen mijn vader hem een keer terugbracht: “Zo, dat hebben we ook weer gehad.”

Hij was ongelooflijk zuinig. Bevrijd door de Amerikanen in 1945 kreeg hij van hen ruimhartig scheermesjes. Hij gebruikte die, sleep ze opnieuw en heeft waarschijnlijk nooit meer nieuwe gekocht. Hoe ouder hij werd, hoe meer hij binnen bleef. Hij puzzelde, las boeken en keek vooral TV. Toen die bijna kapot ging twijfelde hij over de aanschaf van een nieuwe. “Ik weet niet hoe lang ik er nog plezier van kan hebben.”

Heel langzaam ging hij achteruit. Hij werd nog argwanender en vergeetachtiger. Er bleek beschimmeld eten in de koelkast te staan. De buren van drie hoog voor namen de krant voor hem mee van beneden en duwden die half onder de deur door. Was ie weggehaald dan leefde hij nog. Hij vond het niks: “Ze willen alleen weten of ik niet thuis ben zodat ze de boel hier leeg kunnen halen.” Een met pijn en moeite geregelde thuishulp schold hij uit voor alles wat mooi en lelijk was.
Uiteindelijk is hij gevallen, brak een heup en kwam via het ziekenhuis in een verpleeghuis. De laatste keer dat ik hem met mijn vader bezocht zat hij met andere oude mannetjes aan een tafel en schopten ze elkaar stiekem tegen de schenen.

Hij overleed uiteindelijk in 1982 – 85 jaar oud.
Hij was jarig op 30 april – Koninginnedag.


(foto’s zijn gefotografeerde dia’s van mijn vader)

h1

Mijn oorlogsheldin

04/05/2011

Vanavond herdenken wij.

Sinds een paar jaar bezoek een dame van nu 88 die tijdens de oorlog in Arnhem woonde. In de loop der jaren vertelt zei regelmatig over het verleden en dus ook over de oorlog. Zeventien was ze toen die uitbrak. De gevechten bij de Grebbelinie, de evacuatie achter de Waterlinie, weer terug naar huis. Via de Enka kwamen de onderduikers in huis: op een gezin van vader, moeder en twee dochters waren er permanent zes Joden in huis en af en toe een doorganger. Zij begeleidde regelmatig onderduikers van het ene naar het andere adres, haalde bonkaarten op en ging naar de huisarts voor medicijnen. Na de oorlog verbaasden veel familieleden zich erover dat ze nooit iets gemerkt hadden van al die mensen in huis. En toen bleek dat twee van haar oudere broers ook mensen in huis hadden waar zij weer niets van wisten.

Inval
Toch werden ze verraden en kwam er een inval. Op 31 augustus 1944. “We hadden overal oranje afrikaantjes staan vanwege Koninginnedag”. Zij en haar moeder logen tot ze blauw zagen: de mensen in huis waren allemaal familie. “Die Duitser stond al met de deurknop in de hand toen één van de Joodse vrouwen het teveel werd en riep: Ich bin eine Judin”. Eén van de onderduikers rende naar boven en sprong vanaf het balkon de tuin in. De Duitsers schoten hem nog na in het donker maar hij ontkwam en overleefde de oorlog.

De andere onderduikers werden afgevoerd, sommige van hen overleefden, sommigen niet. Mijn mevrouw en haar ouders werden verhoord, er kwam zelfs speciaal een generaal voor bij hen thuis om een tribunaal te houden. Hij was gewond geraakt aan het oostfront, liep mank en was op zich vriendelijk. “Hij zei dat hij zelf en dochter van mijn leeftijd had die hij al jaren niet gezien had. Ik deed net of ik geen Duits verstond maar ik begreep hem best.” Ze kreeg ‘aanzegging voor Vught’ en dook zelf onder. Toen ze na een paar weken haar ouders wilde opzoeken begon net de Slag om Arnhem. “Ik ben helemaal dwars door Arnhem gelopen. Ik zag Duitse soldaten vluchten uit het ziekenhuis, helemaal in paniek. Jonge jongens waren het nog. Overal waren schoten en bommen, ik weet nog niet hoe ik thuis ben gekomen. Vlakbij mijn huis kwam een Engels vliegtuig heel laag over: ik kon de piloot zien zitten, hij had zo’n grote vliegbril op. Toen werd ik pas echt bang.”

Ze evacueerden naar Drente en bij terugkomst was hun huis platgebombardeerd en uitgebrand. “Alles was weg, ik heb alleen nog een Engels leerboek uit de rokende puinhopen kunnen redden.”

Geen oordeel
Na de oorlog kwam de via het balkon gevluchte onderduiker bij hen langs: hij wist wie hen verraden had en vroeg of zij aangifte wilden doen. Haar moeder en zij waren heel stellig: geen denken aan. Het veranderde niets aan het gebeurde en bovendien had diegene een gezin met kinderen en een man die dreigde naar Duitsland gestuurd te worden.

Voor mij is ze een held. Omdat ze deed wat ze vond dat ze moest doen, gewoon voor een ander. Omdat ze er bescheiden over is. Maar vooral ook omdat ze er zo genuanceerd over kan praten: vriend of vijand – het zijn allemaal mensen. Zij zag de onzekerheid en angst van de jonge Duitse soldaten, de heimwee naar familie en kinderen van de ouderen. Het begrip voor moeilijke keuzes in bezettingstijd en de eenvoud van handelen naar je principes.

Daar kan iedereen een voorbeeld aan nemen. Vooral de mensen die nu ruim zestig jaar na de oorlog zo goed weten wie er goed en fout was.
Bij wie weet je zeker dat je veilig zou kunnen onderduiken als het moet?
Mijn lijstje is kort, heel kort.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.